ECLI:NL:RBDHA:2026:25175

ECLI:NL:RBDHA:2026:25175

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL25.44828
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Geaardheid en daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig geacht. Geen artikel 64 Vw/Paposhvili. Geen reguliere vbv ogv schrijnende omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.44828

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),

en

(gemachtigde: mr. E. Konstapel).

Procesverloop

Met het besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [persoon] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [datum] 1993 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Op 30 december 2022 heeft hij een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder achtte Frankrijk verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser is echter niet tijdig overgedragen aan Frankrijk, waardoor Nederland verantwoordelijk is geworden voor de asielaanvraag.

2. Met het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eisers gestelde homoseksuele geaardheid en de problemen die daaruit zouden zijn voortgekomen, heeft verweerder niet geloofwaardig geacht. Verder verleent verweerder geen reguliere verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden. Aan eiser wordt ook geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vw.

3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat verweerder in de geloofwaardigheidsbeoordeling ten onrechte de nadruk heeft gelegd op ontbrekende documenten. De documentseis is onredelijk, omdat eiser redelijkerwijs niet de beschikking kan krijgen over een arrestatiebevel. Hij onderbouwt deze stelling met diverse openbare bronnen. Daarnaast stelt eiser dat het oordeel over zijn geaardheid zijn referentiekader miskent. Zijn cultuur, timide persoonlijkheid en in Nederland opgelopen trauma zijn hier onvoldoende in betrokken. Daarnaast blijkt uit openbare bronnen dat invloedrijke families in Nigeria politie en lokale machtsstructuren kunnen manipuleren. Dit maakt volgens eiser dat de dreiging van de invloedrijke vader van [naam 1] concreet is. Verder stelt eiser dat aan hem uitstel van vertrek moet worden verleend op grond van artikel 64 van de Vw vanwege het risico op psychische decompensatie en oogproblematiek. Uitzetting naar Nigeria zou dan ook in strijd zijn met artikel 3 van het EVRM als bedoeld in het arrest Paposhvili. Tot slot stelt eiser dat hij een reguliere verblijfsvergunning moet krijgen op grond van schrijnende omstandigheden. De combinatie van in Nederland opgelopen trauma, de dreiging door een machtige tegenpartij en gebrek aan sociaal netwerk maakt terugkeer naar Nigeria disproportioneel hard.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Beoordeling geaardheid en daaruit voortvloeiende problemen

4. In de arresten van 4 juni 2026 in de zaken Ebilum en Quotalheeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten naar de relevante feitelijke elementen van een zaak. De rechtbank zal daarom alle onderdelen van het besluit over de geloofwaardigheid vol toetsen.

5. De rechtbank volgt eiser niet in de stelling dat verweerder in de beoordeling onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. In het voornemen is het referentiekader van eiser expliciet beschreven en hier is ook kenbaar rekening mee gehouden in de overwegingen. Dat geldt ook voor het in Nederland opgelopen trauma. Verweerder heeft dit ter zitting nader toegelicht met verwijzing naar de betreffende passages uit het voornemen. In beroep heeft eiser een brief van [naam 2] van LGBT Asylum Support overgelegd waarin staat dat eiser een wat schuwe man is. Ondanks zijn timide persoonlijkheid mag wel worden verwacht dat hij voldoende uitgebreid en gedetailleerd verklaart. De beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde homoseksuele geaardheid wordt immers in hoofdzaak gebaseerd op eigen verklaringen van de vreemdeling, zodat het aan de vreemdeling is om hierover overtuigend te verklaren. Eiser heeft echter te summier en oppervlakkig verklaard over onder meer zijn gestelde relaties en de beleving van zijn homoseksualiteit in Nigeria en Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de gestelde homoseksualiteit van eiser dan ook terecht niet geloofwaardig geacht.

6. Voor wat betreft de gestelde problemen die voortvloeien uit de homoseksuele geaardheid geldt dat documenten een onderdeel van de geloofwaardigheidstoets vormen. Eiser dient dan ook inspanningen te verrichten om de benodigde documenten te verkrijgen. In dit geval heeft verweerder terecht niet aannemelijk geacht dat het niet overleggen van documenten verschoonbaar is. Niet gebleken is dat eiser inspanningen heeft verricht om een arrestatiebevel, medische stukken over zijn verblijf in het ziekenhuis te verkrijgen, of de gestelde macht van de vader van [naam 1] met stukken te onderbouwen. Daarnaast heeft verweerder terecht de ongerijmdheden in eisers verklaringen over het moment dat hij ging onderduiken, het moment dat hij werd gepakt en de arrestatie van zijn familie aan eiser tegengeworpen. Verweerder heeft de gestelde problemen dan ook terecht niet geloofwaardig geacht.

Artikel 64 van de Vw

7. De rechtbank stelt vast dat in het medisch advies van 11 maart 2024 van MedTadvies staat dat eiser heeft aangegeven dat er een mogelijkheid is tot psychische decompensatie bij een negatieve beschikking, maar dat dit niet zeker is. Verweerder heeft vervolgens zekerheidshalve aan de gemachtigde van eiser laten weten dat er mogelijk een suïciderisico is. Eiser heeft echter geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij psychische problemen heeft en ter zitting heeft hij bevestigd dat hij niet onder behandeling staat voor psychische problematiek. Eiser heeft wel foto’s overgelegd van de oogdruppels die hij op voorschrift van de huisarts gebruikte ten tijde van het bestreden besluit. Ter zitting heeft verweerder terecht opgemerkt dat een verklaring van een arts waaruit blijkt waarom de druppels zijn voorgeschreven, of eiser deze nog altijd moet gebruiken en wat er gebeurt als hij ze niet neemt, ontbreekt. Onder deze omstandigheden was verweerder dan ook niet gehouden het BMA om advies te vragen, noch kan eiser een geslaagd beroep doen op artikel 64 van de Vw.

8. Uit het arrest Paposhvili volgt dat uitzetting kan leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM als gewichtige redenen zijn aangevoerd om aan te nemen dat een vreemdeling bij uitzetting een reëel risico loopt op een ernstige, snelle en onomkeerbare achteruitgang in zijn gezondheid. Dat dit bij eiser aan de orde is, acht de rechtbank gelet op het voorgaande onvoldoende onderbouwd.

Reguliere verblijfsvergunning wegens schrijnende omstandigheden

9. In het bestreden besluit is eisers beroep op toepassing van de hardheidsclausule verworpen, omdat de gestelde homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn geacht en omdat het trauma dat eiser in Nederland heeft opgelopen niet voldoende ernstig is om van een uitzonderlijk schrijnende situatie te spreken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op deze gronden in redelijkheid kunnen afzien van ambtshalve verlening van een reguliere verblijfsvergunning.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op *** door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. A.J.J. Sterks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand