ECLI:NL:RBDHA:2026:25176

ECLI:NL:RBDHA:2026:25176

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL25.14183
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Aanvraag verblijfsdocument EER/EU. Chavez-situatie niet aan de orde. Gebrek t.a.v. identiteit en nationaliteit. 6:22 want 8 EVRM beoordeling in het nadeel van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.14183

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

(gemachtigde: mr. E. Konstapel).

Procesverloop

Met een besluit van 18 december 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.

Met een besluit van 6 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het tegen het primaire besluit gerichte bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1983 en de Congolese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 23 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf als verzorgende ouder van zijn drie minderjarige Nederlandse kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3].

2. Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen. In het kader van zijn bezwaar tegen dit besluit is eiser op 28 oktober 2024 gehoord. Met het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd. Daarbij heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Verder stelt verweerder dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez. De belangenafweging die verweerder heeft gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, valt in het nadeel van eiser uit.

3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat verweerder ten onrechte twijfelt aan zijn identiteit en nationaliteit. Hij heeft een echt bevonden geboorteakte overgelegd. Op basis daarvan heeft hij zijn Congolese paspoort verkregen. Het paspoort is beschikbaar voor onderzoek, verweerder heeft dit onderzoek ten onrechte nagelaten. Ook zit het paspoort vol met verblijfsstickers, waaruit blijkt dat verweerder het paspoort erkent. Daarnaast heeft verweerder niet onderkend dat eisers kinderen in België wonen en dat er dus gezinsleven mogelijk is. Verder stelt eiser dat verweerder een gebrekkige belangenafweging heeft gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM. Hij stelt intensieve invulling te geven aan het gezinsleven met zijn huidige partner [persoon] en haar kinderen. In het kader van de aanvragen voor verblijf bij [persoon] en haar kinderen is eiser vrijgesteld van het mvv-vereiste vanwege zijn medische problematiek. Dit in combinatie met het feit dat eiser als sinds 2000 in Nederland woont, Nederlands spreekt en hier heeft gewerkt, maakt dat er sprake is van beschermenswaardig privéleven.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Chavez-Vilchez

4. Ter zitting heeft eiser verklaard dat de aangevoerde beroepsgronden die zien op het verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez als ingetrokken kunnen worden beschouwd.

Identiteit en nationaliteit

5. De rechtbank stelt vast dat eiser van meet af aan heeft verklaard dat hij geboren is in [plaats] en dus in Congo. Eiser dacht dat hij de Angolese nationaliteit had, omdat hij als kind in Angola woonde. Later is hij er via familie achter gekomen dat hij de Congolese nationaliteit heeft. Ter onderbouwing van deze stelling heeft hij een geboorteakte overgelegd. De echtheid van dat document is door Bureau Documenten als positief beoordeeld. Eiser heeft ook een Congolees paspoort, verweerder zou daar onderzoek naar kunnen doen. Dit was in eerste instantie niet mogelijk omdat eiser zijn paspoort binnen een dag terug wilde hebben, maar daar is hij op teruggekomen. Verweerder kan dan ook niet aan eiser tegenwerpen dat hij niet bereid is om mee te werken aan onderzoek naar zijn paspoort. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat de omstandigheden op dit punt inderdaad gewijzigd zijn, maar dat dit niet wegneemt dat uit algemene bronnen blijkt dat er een grote kans is op frauduleuze geboorteaktes en paspoorten uit Congo. Dat is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat eiser frauduleuze stukken gebruikt om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. Er is op dit punt dan ook sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank zal daarop later in deze uitspraak terugkomen.

Artikel 8 van het EVRM

6. Verweerder heeft geen gezinsleven aangenomen tussen eiser en zijn drie minderjarige Nederlandse kinderen. Eiser erkent dat er momenteel geen sprake is van gezinsleven, maar hij stelt te verwachten dat hij op enig moment weer omgang met zijn kinderen krijgt. Dit is echter onvoldoende om gezinsleven aan te nemen. Daarvoor is immers de situatie ten tijde van het bestreden besluit van belang en vast staat dat er toen al geen sprake was van gezinsleven tussen eiser en zijn kinderen.

7. Verweerder heeft ook geen gezinsleven aangenomen tussen eiser en de kinderen van zijn partner [persoon], omdat niet aangetoond is dat sprake is van hechte persoonlijke banden. In het bestreden besluit heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat de overgelegde stukken, te weten een verklaring van een van de kinderen en kassabonnen, onvoldoende zijn om aan te tonen dat hiervan sprake is. In beroep heeft eiser geen andere stukken aangeleverd om hechte persoonlijke banden aan te tonen.

8. Blijkens het bestreden besluit heeft verweerder voor de beoordeling in het kader van artikel 8 van het EVRM aangenomen dat sprake is van gezinsleven tussen eiser en zijn partner [persoon]. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt in dat geval dat artikel 8 van het EVRM verweerder ertoe verplicht om alle relevante gegevens en belangen van het individuele geval kenbaar af te wegen tegen het algemene belang van het economisch welzijn van de Nederlandse staat. De rechter moet toetsen of verweerder dit heeft gedaan en, als dit het geval is, of hij zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een ‘fair balance’ tussen enerzijds het belang van de vreemdeling bij de uitoefening van het privéleven en familie- en gezinsleven hier te lande en anderzijds het algemeen belang van de Nederlandse samenleving bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid. Dat betekent dat de rechter vol toetst of verweerder alle relevante belangen heeft betrokken en dat de toetsing door de rechter van de weging van de belangen enigszins terughoudend moet zijn.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder alle relevante omstandigheden en belangen van eiser in het kader van het gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM kenbaar afgewogen tegen het belang van de Nederlandse staat en voldoende gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt. Van belang daarbij is onder meer dat eiser al sinds 2000 in Nederland is, maar dat hij alleen tussen 2007 en 2014 een verblijfsvergunning heeft gehad. Dat hij gezinsleven met [persoon] is gaan uitoefenen ondanks het feit dat hij geen verblijfsvergunning meer had, komt voor zijn rekening en risico. Verweerder heeft voldoende onderzoek gedaan naar de feitelijke situatie en daarbij de belangen van de kinderen in zijn beoordeling betrokken. Verweerder heeft er ook op gewezen dat eiser van publieke voorzieningen in Nederland gebruik maakt. De slotsom is dat de belangenafweging niet ten onrechte in het nadeel van eiser is uitgevallen.

10. Wat betreft het privéleven, dat ook beschermd wordt door artikel 8 van het EVRM, is de rechtbank eveneens van oordeel dat verweerder de relevante omstandigheden en de belangen van eiser kenbaar heeft afgewogen tegen het belang van de Nederlandse staat en voldoende gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eiser is uitgevallen. Ook bij deze beoordeling heeft verweerder terecht gewezen op de omstandigheid dat eiser gedurende een lange periode van zijn verblijf in Nederland geen verblijfsvergunning had en dat hij toch in die tijd zijn banden met Nederland heeft proberen te intensiveren. Daarnaast is het feit dat eiser Nederlands spreekt en hier gewerkt heeft inherent aan zijn langdurige verblijf in Nederland. Dit betreft geen binding die de gebruikelijke banden met een land overstijgt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een schending van het in artikel 8 van het EVRM neergelegde recht op eerbiediging van zijn privéleven.

Conclusie en gevolgen

11. Het onder overweging 5 geconstateerde motiveringsgebrek kan gelet op de beoordeling van artikel 8 van het EVRM niet leiden tot een andere uitkomst van het beroep. Eiser is daarom door dit motiveringsgebrek niet in zijn belangen geschaad, zodat aanleiding bestaat om dit motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren.

12. De aanvraag is terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.

13. Eiser krijgt vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868 omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 27 augustus 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. A.J.J. Sterks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand