ECLI:NL:RBDHA:2026:25178

ECLI:NL:RBDHA:2026:25178

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.48029
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel- en migratiebeheerverordening, Duitsland, risicovolle zwangerschap, traumatische ervaring Duitsland, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48029

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),

en

Procesverloop

Met het besluit van 17 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres is geboren op [datum 1] 1990 en heeft de Turkse nationaliteit. Zij heeft op 3 juni 2026 asiel aangevraagd in Nederland, mede ten behoeve van haar twee minderjarige kinderen [kind 1] , geboren op [datum 2] 2016 en [kind 2] , geboren op [datum 3] 2022.

2. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Asiel- en migratiebeheerverordening (Ambv). Op grond van de Ambv neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

3. Uit Eurodac is gebleken dat eiseres eerder een asielaanvraag heeft ingediend in Duitsland. Daarom heeft Nederland aan Duitsland op 30 juli 2026 een kennisgeving van terugname verstuurd. Duitsland heeft de kennisgeving op 3 augustus 2026 bevestigd. Verweerder heeft daarom besloten de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling te nemen, en eiseres over te dragen aan Duitsland. Hij stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Duitsland kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat zij zeven maanden zwanger is en dat deze zwangerschap gekwalificeerd is als risicovol. Eiseres beroept zich op Werkinstructie 2024/2 en is van mening dat haar zwangerschap een beletsel vormt voor de overdracht. Bovendien is de dochter van eiseres getraumatiseerd geraakt doordat haar vader in het bijzijn van de andere gezinsleden, waaronder de dochter, door de politie in Duitsland van zijn bed is gelicht, meegenomen en uitgezet. Verweerder moet op grond van deze omstandigheden de asielaanvraag onverplicht aan zich trekken door gebruik te maken van artikel 17 van de Dublinverordening of artikel 35 Ambv. Overdracht is in strijd met artikel 3 van het IVRK.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. Op grond van artikel 43, eerste lid van de Ambv beoordeelt de rechter of er bij overdracht sprake is van een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in de zaak Jawo geoordeeld dat van een dergelijk risico sprake is als buiten de wil en verdere keuzes van de betrokken vreemdeling om, de overdracht een zeer verregaande materiële deprivatie meebrengt waartegenover de autoriteiten onverschillig staan.

6. Verweerder mag in beginsel ten opzichte van Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit beginsel betekent dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat de andere lidstaten de vreemdeling in overeenstemming met het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht zullen behandelen. Eiseres betwist niet dat van dit beginsel ten aanzien van Duitsland mag worden uitgegaan.

7. De rechtbank overweegt dat de (medische) situatie van eiseres en haar dochter op dit moment ook geen aanleiding geeft voor het oordeel dat verweerder in dit specifieke geval ten aanzien Duitsland niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgegaan als zij worden overgedragen. Evenmin kan daaruit worden afgeleid dat sprake is van een reëel risico dat de overdracht van eiseres en haar kinderen wegens haar zwangerschap en de traumatische gebeurtenis leidt tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van hun gezondheidstoestand. Uit de overgelegde medische stukken bij het beroepschrift blijkt onder meer dat eiseres zwanger is, haar zwangerschap in Duitsland als risicovol is aangemerkt vanwege haar leeftijd en twee eerdere vroeggeboortes en zij afspraken met de verloskundige heeft staan tot en met 28 september 2026. Van het gestelde trauma van de dochter zijn geen medische stukken ingebracht. Uit de overlegde stukken blijkt niet dat eiseres en haar kinderen niet kunnen worden overgedragen aan Duitsland noch dat die de overdracht tot gevolg heeft dat sprake zal zijn van een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand van eiseres en haar dochter. Bovendien mag verweerder er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel op vertrouwen dat, nu Duitsland ermee heeft ingestemd om eisers op grond van de Dublinverordening terug te nemen, Duitsland haar internationale verplichtingen zal nakomen.

De rechtbank begrijpt dat eiseres graag wil dat de zwangerschap in Nederland wordt voortgezet, maar nergens blijkt uit dat zij in Duitsland niet de zorg krijgt die zij nodig heeft. Daarvan mag verweerder namelijk uitgaan en eiseres heeft niet onderbouwd dat dit anders is. Verder overweegt de rechtbank nog dat de uitgerekende bevallingsdatum mogelijk een tijdelijk beletsel vormt voor de feitelijke overdracht, maar dat dit de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt.

8. Eiseres heeft nog een beroep gedaan op artikel 3 van het IVRK maar dit beroep verder niet onderbouwd.

9. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft.

10. Omdat het beroep ongegrond is krijgt eiseres geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 27 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. S.D.C.J. Verheezen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand