ECLI:NL:RBDHA:2026:25183

ECLI:NL:RBDHA:2026:25183

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.42979 en NL26.42981
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. AMB-verordening. Draagwijdte van het rechtsmiddel. Belang van het kind. Asielprocedure in Duitsland. Medische omstandigheden. Beroepen ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer 1], en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.42979 en NL26.42981

[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer 2]

hierna gezamenlijk te noemen: eisers

mede namens hun minderjarige kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3]

(gemachtigde: mr. S.R. Kwee),

en

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

In twee afzonderlijke besluiten van 24 juli 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft de beroepen op 20 augustus 2026 op een zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen [persoon]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eisers stellen te zijn geboren op respectievelijk [datum 1] 1988 en [datum 2] 1998, en respectievelijk de Turkse en de Syrische nationaliteit te hebben. Op 30 juni 2026 hebben zij mede namens hun drie minderjarige kinderen in Nederland asiel aangevraagd.

2. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat eisers eerder al asiel hebben aangevraagd in Duitsland. Verweerder heeft de autoriteiten van Duitsland hiervan kennisgegeven. Zij hebben de ontvangst daarvan bevestigd. Vervolgens heeft verweerder in de bestreden besluiten de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals die luidt met ingang van 12 juni 2026. Volgens verweerder is Duitsland namelijk verantwoordelijk voor het behandelen van de asielaanvragen van eisers op grond van artikel 36, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening (EU) 2024/1351 (Asiel- en migratiebeheerverordening, hierna: AMBV). De bestreden besluiten strekken tot overdracht van eisers aan Duitsland.

3. Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij voeren aan dat zij onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld om hun bezwaren tegen overdracht aan Duitsland kenbaar te maken. Volgens eisers zijn de belangen van hun minderjarige kinderen daardoor geschonden, alsook het recht op gezinsleven en het recht op een effectief rechtsmiddel. Eisers vinden dat er een gehoor had moeten plaatsvinden. Volgens eisers hebben zij in Duitsland geen zorgvuldige asielprocedure gekregen en konden zij de kosten voor rechtsbijstand niet betalen, terwijl zij in Turkije gevaar lopen omdat eiser actief is geweest voor de oppositiepartij DEM (voorheen HDP) en omdat zij de Koerdische etniciteit hebben. Daarnaast voeren eisers aan dat Duitsland gezinnen gescheiden uitzet en dat dit blijkt uit ervaringen van familieleden en diverse nieuwsberichten. Verder voeren eisers aan dat eiseres hoogzwanger is, en dat dochter [kind 1] lijdt aan diabetes type 1 en paniekaanvallen. Dit hebben zij onderbouwd met medische stukken. Eisers vrezen vanwege deze omstandigheden in Duitsland onmenselijk te worden behandeld. Zij vinden dat verweerder hun asielaanvragen wel in behandeling had moeten nemen, zowel vanwege de tekortkomingen in Duitsland als op grond van de discretionaire bevoegdheid van artikel 35 van de AMBV.

4. Verweerder heeft tijdens de zitting van 20 augustus 2026 op de beroepsgronden gereageerd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er onzorgvuldig is gehandeld door de kinderen van eisers niet in de gelegenheid te stellen om hun mening te geven. Dit is niet in overeenstemming met verweerders Werkinstructie 2026/17 (‘De AMbV procedure’). Tegelijkertijd hebben eisers volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat overdracht aan Duitsland leidt tot onmenselijke behandeling. Niet gebleken is dat de Duitse asielprocedure niet aan de eisen voldoet, en uit wat eisers hebben aangevoerd over uitzettingen kan niet worden afgeleid dat dit niet volgens de regels is gegaan. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat overdracht vanwege medische omstandigheden zou leiden tot een ernstige en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid. Hierbij heeft verweerder gewezen op het verslag van het vertrekgesprek met eisers van 7 augustus 2026, waarin zij gezegd hebben niet te klagen over de medische voorzieningen in Duitsland. Verweerder heeft de rechtbank in overweging gegeven om de kinderen alsnog in de gelegenheid te stellen hun mening te geven.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. In artikel 43, eerste lid, van de AMBV is de draagwijdte van het rechtsmiddel van beroep bepaald. Hieruit volgt dat de rechtbank niet kan ingaan op wat is aangevoerd over het niet kunnen uiten van bezwaren door eisers voorafgaand aan het overdrachtsbesluit, en over de discretionaire bevoegdheid van verweerder op grond van artikel 35 van de AMBV.

6. Wel moet worden ingegaan op de stelling van eisers dat overdracht in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Voor zover eisers een beroep hebben gedaan op andere Handvest-rechten, in dit geval het recht op gezinsleven (artikel 7), het belang van het kind (artikel 24) en het recht op een effectief rechtsmiddel (artikel 47), kan daarop slechts worden ingegaan voor zover dit weerslag heeft op het verbod op onmenselijke behandeling. In dit kader voert de AMBV niet zo ver dat verweerder gehouden was om eisers te horen. Tijdens de zitting van 20 augustus 2026 is gesproken over de mening van de minderjarige kinderen, in het bijzonder [kind 1]. Namens eisers is meegedeeld dat zij niet de wens hebben dat [kind 1] wordt gehoord vanwege de kans op paniekaanvallen. Ter zitting hebben eisers niet het verzoek gedaan om de gelegenheid te krijgen voor het alsnog inbrengen van een schriftelijke verklaring van de kinderen. Bovendien is ter zitting de mening van [kind 1] door eisers gemachtigde weergegeven, namelijk dat zij bang is voor de politie en bang is om van haar moeder te worden gescheiden. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het onderzoek te heropenen en verweerder op te dragen alsnog om de mening van de kinderen te vragen.

7. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft in het arrest van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, in de zaak Jawo geoordeeld dat van een risico op schending van artikel 4 van het Handvest sprake is als buiten de wil en verdere keuzes van de betrokken vreemdeling om overdracht een zeer verregaande materiële deprivatie meebrengt waartegenover de autoriteiten onverschillig staan. Het ligt op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat een dergelijk risico aanwezig is. Eisers zijn hierin niet geslaagd. De stelling dat familieleden in Duitsland te maken hebben gekregen met gescheiden uitzetting is niet onderbouwd. Uit de door eisers overgelegde nieuwsberichten kan niet worden afgeleid dat gescheiden uitzetting in Duitsland regelmatig voorkomt, en evenmin waarom daartoe in deze specifieke gevallen is overgegaan. Daarnaast blijkt uit wat door eisers is aangevoerd niet dat de Duitse asielprocedure niet voldoet aan de Verordening (EU) 2024/1348 (Procedureverordening). Deze schrijft niet voor dat er in alle gevallen een recht bestaat op kosteloze rechtsbijstand.

8. Eisers hebben met stukken onderbouwd dat eiseres hoogzwanger is en dat Viyen lijdt aan diabetes type 1 en paniekaanvallen. Daaruit kan achter niet worden afgeleid dat overdracht aan Duitsland op zichzelf zal leiden tot ernstige en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid zoals bedoeld in het arrest van het HvJEU van 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127, in de zaak CK. Daarnaast hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland niet beschikt over de voor hen noodzakelijke medische voorzieningen, dan wel dat Duitsland niet bereid is om deze aan hen te verstrekken.

9. De conclusie is dat de beroepen ongegrond moeten worden verklaard. De bestreden besluiten van 24 juli 2026 blijven in stand.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 26 augustus 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.H. Bel

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand