[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker,
mede voor zijn minderjarige zoon [kind], en
[verzoekster] , V-nummer [V-nummer 2], verzoekster,
gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).
Samenvatting
Bij de besluiten van 24 juli 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.43367 en NL26.43369, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.