ECLI:NL:RBDHA:2026:25225

ECLI:NL:RBDHA:2026:25225

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.48736
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

59a, eurodactreffers concreet aanknopingspunt voor overdracht zoals bedoeld in de AMbV, geen aanleiding lichter middel, geen aanknopingspunten om te oordelen dat zicht op overdracht ontbreekt, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.48736

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. M. Rasul),

en

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van bewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. De minister heeft eiser op 24 augustus 2026 op grond van artikel 59a, eerste lid, Vw in bewaring gesteld en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2026, met behulp van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is op het detentiecentrum in Rotterdam verschenen. Zijn gemachtigde is op de rechtbank in Groningen verschenen. Er is een tolk op de rechtbank in Groningen verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. De minister kan de vreemdeling op wie de AMbV van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat, in bewaring stellen. Bewaring is alleen aan de orde als er een onderduikrisico bestaat of als dat noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, als ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen. Er moet een individuele beoordeling plaatsvinden van de situatie van de betrokken persoon. De bewaring moet evenredig zijn en er moeten geen andere, minder dwingende alternatieve maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. De bewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, als deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de bewaring.

De aan eiser opgelegde maatregel van bewaring

4. De minister heeft aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV en er een onderduikrisico bestaat.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij hij zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;

e. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;

p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;

r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Voortraject

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de vreemdelingrechtelijke procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

6. De rechtbank is van oordeel dat eiser valt onder de in artikel 59a van de Vw genoemde categorie vreemdelingen. Er bestaat een concreet aanknopingspunt voor een overdracht zoals bedoeld in de AMbV. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 20 september 2025 illegaal de grens met Spanje heeft overschreden, op 16 en 17 juli 2026 is geregistreerd voor illegale grensoverschrijding in Duitsland en op 20 juli 2026 in Duitsland onder toezicht is geregistreerd. Op 16 augustus 2026 heeft eiser een verzoek tot internationale bescherming in Nederland ingediend.

Gronden

7. De rechtbank is van oordeel dat grond a, anders dan eiser stelt, terecht aan hem is opgelegd. Deze grond is feitelijk juist, omdat eiser niet beschikt over een paspoort, geldig visum of verblijfsvergunning en heeft daarom niet aannemelijk kunnen maken dat hij via de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen. Daarnaast blijkt uit zijn verklaringen voorafgaand aan de inbewaringstelling, dat hij door diverse Europese landen is gereisd en zijn paspoort in Algerije heeft achtergelaten. Dat eiser een asielzoeker is, doet daar niet aan af, omdat de minister mag volstaan met een motivering die feitelijk juist is. Grond e is feitelijk juist, omdat uit eisers verklaringen volgt dat hij zijn documenten bewust heeft achtergelaten in Algerije. Dat eiser stelt dat hij deze later veilig wilde laten overkomen, doet hier niet aan af. Daar komt bij dat eiser tot op heden nog altijd niet in het bezit is van deze documenten. Grond p is feitelijk juist en kan dan ook aan eiser worden tegengeworpen, omdat hij niet beschikt over een document zoals bedoeld in artikel 4.21 van het Vb. Ook heeft eiser tot op heden geen acties ondernomen om alsnog in het bezit te komen van identificerende documenten, of vervangende (reis)documenten. Tot slot zijn grond r en s feitelijk juist. Eiser heeft tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling verklaard dat hij niet over voldoende middelen van bestaan beschikt en afhankelijk is van het leefgeld en opvang van het COa. De minister heeft voor de laatste drie gronden eveneens het bestaan van een onderduikrisico gemotiveerd.

Lichter middel

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van bewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals hiervoor is overwogen, de gronden de maatregel van bewaring kunnen dragen en dat hiermee het onderduikrisico is gegeven. Dat eiser stelt dat zijn asielprocedure nog loopt, dat hij zal meewerken en dat hij verschenen is voor zijn afspraken, doet hier niet aan af en maakt niet dat de minister met een lichter middel had moeten volstaan.

Ook is de rechtbank overigens niet gebleken van medische omstandigheden dan wel persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bezwarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien om eiser een lichter middel dan bewaring op te leggen.

Voortvarendheid en zicht op overdracht

9. Hoewel er op het moment van de zitting op 28 augustus 2026, nog geen overdrachtshandelingen waren verricht, is gelet op de korte duur van de maatregel geen sprake van onvoldoende voortvarend handelen door de minister. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om te oordelen dat zicht op overdracht ontbreekt.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank ziet ook ambtshalve toetsend geen aanleiding om de bewaring op enig moment onrechtmatig te achten.

11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van

E.S. Tiggelaar, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.A.G. van Dijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand