ECLI:NL:RBDHA:2026:25235

ECLI:NL:RBDHA:2026:25235

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer NL26.31731
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Eiser komt uit Turkije. Hij heeft om asiel gevraagd. Hij stelt dat hij meerdere redenen heeft waarom hij niet terug kan naar Turkije. Hij heeft namelijk problemen vanwege de politieke activiteiten die hij in Turkije heeft verricht. Ook wordt hij in Turkije gediscrimineerd vanwege zijn Koerdische etniciteit. Tot slot kan hij niet terugkeren naar Turkije omdat hij problemen heeft vanwege schulden bij een woekeraar. Hij wordt door de schuldeiser met de dood bedreigd. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen. Verweerder vindt een deel van zijn problemen vanwege politieke activiteiten en de discriminatie vanwege zijn Koerdische etniciteit geloofwaardig. Een (ander) deel van zijn problemen vanwege politieke activiteiten vindt verweerder ongeloofwaardig. De problemen vanwege schulden bij een woekeraar vindt verweerder ook ongeloofwaardig. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij heeft daarvoor een aantal argumenten gegeven. Dit zijn de beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank volgt verweerder. De gestelde huidige problemen van eiser vanwege politieke activiteiten zijn niet aannemelijk, net als de problemen met de woekeraar. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,V-nummer: [#]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.31731

(gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher),

en

(gemachtigde: mr. G. Erdal).

1. Eiser komt uit Turkije. Hij heeft om asiel gevraagd. Hij stelt dat hij meerdere redenen heeft waarom hij niet terug kan naar Turkije. Hij heeft namelijk problemen vanwege de politieke activiteiten die hij in Turkije heeft verricht. Ook wordt hij in Turkije gediscrimineerd vanwege zijn Koerdische etniciteit. Tot slot kan hij niet terugkeren naar Turkije omdat hij problemen heeft vanwege schulden bij een woekeraar. Hij wordt door de schuldeiser met de dood bedreigd.

Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen. Verweerder vindt een deel van zijn problemen vanwege politieke activiteiten en de discriminatie vanwege zijn Koerdische etniciteit geloofwaardig. Een (ander) deel van zijn problemen vanwege politieke activiteiten vindt verweerder ongeloofwaardig. De problemen vanwege schulden bij een woekeraar vindt verweerder ook ongeloofwaardig.

Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij heeft daarvoor een aantal argumenten

gegeven. Dit zijn de beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de

rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank volgt verweerder. De gestelde huidige problemen van eiser vanwege politieke activiteiten zijn niet aannemelijk, net als de problemen met de woekeraar. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke

gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 21 mei 2026 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 juni 2026 afgewezen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [naam] als tolk, en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . Hij heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij in Turkije problemen had. Daarom heeft hij in 2023 het land verlaten. De problemen werden erger in de periode dat hij in Nederland was. Daarom heeft hij uiteindelijk asiel aangevraagd. Eiser heeft problemen omdat hij zich in het verleden actief heeft ingezet voor de Koerdische partij (HDP) in de buurt waar hij woonde. Hij deed vrijwilligerswerk voor de partij. In 2024 is de politie volgens de moeder van eiser twee keer bij haar thuis langs geweest om te vragen naar eiser. Ook heeft hij problemen vanwege schulden bij een woekeraar. De woekeraar bedreigt eiser via zijn familie. Tot slot heeft eiser ook problemen ervaren vanwege zijn Koerdische afkomst. Hij werd vanwege zijn Koerdische afkomst en het behoren tot een vooraanstaande Koerdische familie gediscrimineerd.

Het bestreden besluit

4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser de volgende relevante asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;2. Problemen vanwege politieke activiteiten;

3. Discriminatie vanwege Koerdische etniciteit;

4. Problemen vanwege schulden bij een woekeraar.

Verweerder vindt het eerste en derde asielmotief geloofwaardig. Het tweede asielmotief vindt verweerder deels geloofwaardig en deels niet geloofwaardig. Dat eiser een politieke overtuiging heeft, politieke activiteiten heeft verricht en is gevraagd te spioneren door de politie in 2009/2010 is volgens verweerder geloofwaardig, maar dat eiser verdere problemen heeft ervaren en wordt gezocht door de autoriteiten vanwege zijn politieke overtuiging niet. Zijn verklaringen hierover vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel en hij heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft daarvoor geen goede verklaring. Dat zijn familie zeer politiek bewust is, betekent niet dat hij zelf in de aandacht van de autoriteiten staat. Het vierde asielmotief vindt verweerder ongeloofwaardig. Eisers verklaringen hierover vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel en hij heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft daarvoor geen goede verklaring.

De geloofwaardig geachte asielmotieven leiden niet tot Vluchtelingschap. Eiser heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer vrees heeft voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging of zijn Koerdische etniciteit. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder wijst de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Heeft verweerder de problemen vanwege de politieke activiteiten van eiser terecht deels ongeloofwaardig geacht?

5. Eiser voert aan dat verweerder de politieke activiteiten ten onrechte deels ongeloofwaardig heeft geacht. Hij heeft geloofwaardig onderbouwd dat hij bij terugkeer zeer waarschijnlijk problemen krijgt met de Turkse autoriteiten. Hij heeft immers jarenlang politieke activiteiten verricht die de Turkse autoriteiten een doorn in het oog zijn en hij heeft berichten van familie ontvangen dat de autoriteiten naar hem op zoek zijn. Verder heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen omdat hij eerst probeerde een reguliere vergunning te krijgen en nu een asielaanvraag heeft gedaan. Eiser beoogde met beide aanvragen veiligheid te verkrijgen. Pas toen hij dreigde te worden teruggestuurd heeft hij asiel aangevraagd. Dat is niet onlogisch. Verder heeft eiser uitgebreid verklaard welke activiteiten hij heeft verricht in Turkije en dat veel van zijn familieleden politiek actief zijn en daardoor in de problemen zijn gekomen. Ter onderbouwing van de geloofwaardigheid heeft eiser een verklaring van zijn moeder, een nieuwsartikel uit 2011 over een arrestatie van ‘ [eiser] ’ en een brief van de HDP overgelegd, als ook informatie over meerdere familieleden.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen vanwege de politieke activiteiten van eiser terecht deels ongeloofwaardig heeft geacht. De rechtbank volgt daarbij het standpunt van verweerder dat de verklaringen van eiser hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.

De rechtbank kan allereerst de tegenwerping van verweerder, dat eisers handelingen in Nederland niet overeen komen met die van een persoon die internationale bescherming nodig heeft, goed volgen. Wat eiser hier tegen aanvoert, namelijk dat de reden waarom hij pas later asiel heeft aangevraagd (na eerst een aantal reguliere procedures te hebben doorlopen) is dat zijn problemen pas in Nederland verergerden, maakt dit niet anders. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij in 2024 door zijn moeder werd ingelicht dat de politie twee keer bij haar thuis langs was geweest omdat ze op zoek waren naar hem. Volgens eiser zocht de politie hem vanwege zijn politieke activiteiten. Het had dan op de weg van eiser gelegen, nu hij aangeeft dat hij vreest voor terugkeer omdat de autoriteiten naar hem op zoek zijn, dit gelijk te doen nadat hij in 2024 hierover werd ingelicht. Dat hij dit pas in 2026 heeft gedaan, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de vrees die hij stelt te hebben. In dat verband is ook van belang dat eiser de tweede helft van 2025 zonder verblijfsrecht in Nederland was en hij zich daarvan bewust was. Hij heeft echter pas in december 2025 weer een reguliere verblijfsvergunning aangevraagd. Als hij werkelijk vreesde voor vervolging in Turkije had het voor de hand gelegen dat hij eerder om asiel had gevraagd in plaats van te kiezen voor illegaal verblijf. Ook is van belang dat hij heeft verklaard dat de politie na 2024 niet meer langs is geweest. Eisers stelling, dat hij ook met de aanvragen voor reguliere vergunningen veiligheid beoogde te verkrijgen, volgt de rechtbank niet. Dit is immers niet het doel van de reguliere verblijfsvergunning. Eisers handelswijze wijst er niet op dat sprake is van subjectieve vrees bij eiser.

De tegenwerping van verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij wordt gezocht door de autoriteiten, volgt de rechtbank ook. De rechtbank betrekt daarbij allereerst dat eiser zelf heeft verklaard dat hij na 2015 geen activiteiten meer heeft verricht voor de HDP en dat hij zich tot 2015 heeft beperkt tot vrijwilligerswerk omdat hij ‘af en toe iets ongevaarlijks wilde doen’. Het is dan ook niet aannemelijk dat de autoriteiten hem negen jaar later zouden zoeken voor die verrichtte politieke activiteiten. Het is goed mogelijk dat de autoriteiten andere redenen hadden om naar eiser op zoek te zijn. Eiser heeft zelf ook verklaard dat de politie bij de huisbezoeken niet heeft verteld waarom ze op zoek zijn naar eiser. De door eiser overgelegde brief van de HDP en de ingediende correcties en aanvullingen op de verklaringen maken niet dat de rechtbank tot een ander standpunt komt. In de brief staat namelijk dat eiser van 2018 tot 2023 heeft deelgenomen aan de door HDP georganiseerde activiteiten en dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen in de partij, terwijl in de correcties en aanvullingen juist is verklaard dat hij tot 2020 actief is geweest voor de partij. Niet alleen komt dit niet overeen met de verklaringen van eiser in het nader gehoor hierover, de brief en de correcties en aanvullingen komen op dit punt inhoudelijk dus ook niet overeen met elkaar. Tot slot heeft eiser nog een verklaring van zijn moeder en een kopie van een nieuwsartikel over een arrestatie in 2011 overgelegd. Ook hiermee heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij wordt gezocht door de autoriteiten. De verklaring van zijn moeder komt namelijk niet overeen met zijn eigen verklaringen. In de verklaring van zijn moeder staat dat de politie drie of vier keer langs is geweest bij haar thuis op zoek naar eiser, terwijl eiser zelf heeft verklaard dat dit twee keer was. Ook is de verklaring van zijn moeder geen objectieve bron. Het nieuwsartikel over de aanhouding in 2011 komt ook niet overeen met zijn eigen verklaringen. Immers heeft eiser verklaard dat de politie hem tussen 2009 en 2010 heeft staande gehouden en meegenomen, maar niet dat hij is gearresteerd. Eiser heeft juist verklaard dat hij na een kwartier weer uit de auto werd gezet. Hij heeft ook nergens in het gehoor verklaard over een andere arrestatie waar dit nieuwsartikel dan wel over zou kunnen gaan. Hij is uitgebreid bevraagd over eerdere problemen met de autoriteiten en het ligt voor de hand dat hij een dergelijk incident aan de orde zou hebben gesteld. Verder betreft het nieuwsartikel een kopie en doet dat afbreuk aan de bewijswaarde. Tot slot heeft de rechtbank, gelet op de overeenkomsten in lay-out van het artikel in het Turks en de vertaling daarvan, twijfels over de echtheid van het artikel. Ten slotte wijst de rechtbank erop dat eiser zelf heeft verklaard dat hij een aantal maanden geleden in e-devlet/UYAP heeft gekeken en daar toen niet stond dat hij gezocht werd door de autoriteiten.

Al hierom heeft verweerder het asielmotief terecht deels ongeloofwaardig gevonden. De overige tegenwerping in het kader van eisers verklaringen en het standpunt van verweerder dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft, hoeven daarom ook niet meer besproken te worden.

Heeft verweerder de problemen vanwege schulden bij een woekeraar terecht ongeloofwaardig geacht?

6. Eiser voert aan dat verweerder de problemen vanwege de schulden bij een woekeraar ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Het is een feit van algemene bekendheid dat de zaken met de maffia bijvoorbeeld met woekerpercentages en incasso's niet op papier worden gezet. Verweerder vraagt het onmogelijke van eiser door documenten hiervan te vragen. Verder heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk geheel vormen omdat hij eerst probeerde een reguliere vergunning te krijgen en nu een asielaanvraag heeft gedaan. Eiser beoogde met beide verzoeken veiligheid te verkrijgen. Pas toen hij dreigde te worden teruggestuurd heeft hij asiel aangevraagd. Dat is niet onlogisch.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen vanwege schulden bij een woekeraar terecht ongeloofwaardig heeft geacht. De stelling van eiser dat verweerder het onmogelijke van eiser vraagt door documenten hiervan te vragen en de problemen daarom ten onrechte geloofwaardig heeft geacht, volgt de rechtbank niet. Ook zonder documenten die het asielmotief onderbouwen kan een asielmotief geloofwaardig worden gevonden, mits je voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatieverordening. Eén van die voorwaarden is dat de verklaringen van de verzoeker samenhangend en aannemelijk zijn bevonden en niet in strijd zijn met de beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor zijn of haar verzoek. In dit geval heeft verweerder tegengeworpen dat dit niet zo is, en de rechtbank volgt dit standpunt.

De rechtbank kan allereerst ook in dit verband de tegenwerping van verweerder in dit verband, namelijk dat eisers handelingen in Nederland niet overeen komen met die van een persoon die internationale bescherming nodig heeft, goed volgen. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij nadat hij in Nederland is aangekomen betalingsmoeilijkheden kreeg, dat zijn familie al meerdere dreigementen heeft ontvangen en dat hij met enige regelmaat iets van de woekeraar hoort. Dit duidt erop dat de problemen ook al speelden voordat hij een asielaanvraag deed. In dat licht is het niet logisch dat eiser eerst meerdere reguliere verblijfsprocedures doorliep, voordat hij pas asiel aanvroeg. Verwezen wordt verder naar wat in 5.2 staat.

De rechtbank volgt daarnaast de tegenwerping van verweerder dat eiser vaag en summier heeft verklaard over het afsluiten en verkrijgen van de lening. Vooral de antwoorden op de vragen wie het geld heeft opgehaald en waarom hij het geld niet zelf heeft opgehaald bij de woekeraar, namelijk dat een vriend het geld heeft opgehaald en aan zijn oom heeft gegeven, omdat eiser de winkel draaiende moest houden, vindt de rechtbank vaag. De rechtbank volgt echter met name de tegenwerping van verweerder dat eiser vaag en wisselend heeft verklaard over de bedreigingen. De rechtbank acht hierbij van belang dat eiser heeft verklaard dat hij met de dood wordt bedreigd, maar dat dat alleen via zijn familie gaat en zijn familieleden niet worden bedreigd, terwijl hij heeft verklaard dat ze (gezamenlijk) het geld hebben geleend. Verweerder heeft terecht benoemd in het bestreden besluit dat het in dat licht bevreemdend is dat zijn familieleden geen problemen hebben ervaren.

Al hierom heeft verweerder het asielmotief terecht ongeloofwaardig gevonden. De overige tegenwerping in het kader van eisers verklaringen en het standpunt van verweerder dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en daarvoor geen goede verklaring heeft, hoeven daarom ook niet meer besproken te worden.

Heeft eiser bij terugkeer naar Turkije een gegronde vrees voor vervolging vanwege zijn afkomst en familie?

7. Eiser voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat niet wordt gevolgd dat eiser met veel discriminatie te maken heeft gehad. Eiser is van mening dat algemeen bekend is dat Koerden worden gediscrimineerd in Turkije. Dit gebeurt vaak mondeling en ook dan is er geen schriftelijk bewijs. Dat, tezamen met de omstandigheid dat hij uit een Koerdisch politiek actieve familie komt, maakt dat hij bij terugkeer naar Turkije een gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van discriminatie.

De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging in de zin van artikel 9 van de Kwalificatieverordening, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.

De rechtbank volgt dat eiser uit een vooraanstaande Koerdische familie komt waar mensen actief zijn voor de HDP en om die reden vervolgd zijn. Ter zitting heeft verweerder ook aangegeven dit niet per se te bestrijden, maar dat hij zich op het standpunt stelt dat die omstandigheid alleen niet maakt dat eiser gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege discriminatie. De rechtbank volgt dit. Eiser heeft geen landeninformatie ingebracht dat erop wijst dat hij vanwege zijn familie risico op vervolging loopt. Verder is niet bestreden dat volgens eisers verklaringen hij in beperkte mate politiek overtuigd is en het niet aannemelijk is dat hij zijn overtuiging bij terugkeer wil uiten. De vrees kan hier dus niet in zijn gelegen. Voor zover eiser stelt te vrezen voor de autoriteiten omdat hij Koerdische familieleden heeft die vervolgd zijn vanwege hun politieke activiteiten voor de HDP (en hij daarom ook opgepakt zou worden), wijst de rechtbank er ook op dat dat hiervoor al is geoordeeld dat niet aannemelijk is dat eiser zelf in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij toegang had tot onderwijs, zijn dienstplicht af heeft kunnen maken, kon werken en toegang had tot medische zorg. Deze verklaringen wijzen er niet op dat eiser verder ooit zo erg is beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Daarmee is de rechtbank dan ook van oordeel dat verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging bij terugkeer naar Turkije.

Heeft verweerder de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond?

8. Eiser voert aan dat zijn aanvraag ten onrechte is afgewezen als kennelijk ongegrond.

De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. De rechtbank volgt de motivering van verweerder daarover in het bestreden besluit, namelijk dat eiser eerste drie reguliere procedures heeft doorlopen voordat hij asiel aanvroeg en dus niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. De rechtbank wijst daarbij ook op haar overwegingen onder 5.2. en 6.2 waarin zij heeft overwogen dat het erop lijkt dat de problemen van eiser al (veel) eerder verergerd zijn dan pas op de datum dat hij zijn asielaanvraag heeft gedaan.

Conclusie en gevolgen

9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser terug moet keren naar Turkije. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Poortier, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand