Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 11 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.L. Weterings te Oegstgeest.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.
Procedure
Bij beschikking van 10 april 2026 van deze rechtbank is bepaald dat:
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
De rechtbank heeft via de Nederlandse liaisonrechter vernomen dat, anders dan de vader op de zitting van 24 maart 2026 heeft verklaard, er op Curaçao geen procedure aanhangig is met betrekking tot [minderjarige]. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen om binnen twee weken na heden te reageren op deze informatie. Tenzij binnen deze twee weken blijkt dat er toch een procedure op Curaçao aanhangig is, zal de rechtbank de handtekening van de vader op het door de moeder overgelegde formulier op echtheid laten onderzoeken.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt de ouders in de gelegenheid om binnen twee weken na heden te reageren op de informatie van de Nederlandse liaisonrechter;
*
houdt iedere verdere beslissing pro forma aan tot 17 augustus 2026.