ECLI:NL:RBDHA:2026:25298

ECLI:NL:RBDHA:2026:25298

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer C/09/695606 / FA RK 25-9157
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatie- en consultatieregeling. Toewijzing gezamenlijk gezag.

Uitspraak

Beschikking op het op 27 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans te Delft.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.H. van Haga te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

[minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 6 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De Raad voor de Kinderbescherming is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] .

- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht:

wel omgangsregeling vast te stellen;

- een informatie- en consultatieregeling vast te stellen;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, een en ander kosten rechtens.

Beoordeling

Gezag

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Het verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten wordt slechts afgewezen indien: a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De vader heeft verzocht om gezamenlijk met de moeder te worden belast met het gezag over [minderjarige] . Hij heeft aangegeven dat hij gedurende tien jaar met de moeder in gezinsverband heeft samengewoond en hij [minderjarige] vanaf zijn geboorte mede heeft verzorgd en opgevoed. De vader kan in het belang van [minderjarige] gezagsbeslissingen nemen. De vader heeft erkend dat in het verleden sprake was psychische problematiek, maar hij heeft toegelicht dat hij zich hiervoor heeft laten behandelen en hij zijn therapie succesvol heeft afgerond.

De moeder verzet zich tegen het verzoek. Zij heeft aangegeven dat de betrokkenheid van de vader bij [minderjarige] zowel gedurende de relatie van de ouders als na het verbreken van de relatie beperkt was. Daarbij heeft de moeder zorgen over verslavings- en psychische problematiek bij de vader en zijn mogelijkheid om [minderjarige] stabiliteit en emotionele veiligheid te bieden. De vader belast [minderjarige] met zijn eigen problematiek. Bovendien hebben de ouders twee trajecten Ouderschap Blijft gevolgd, welke niet hebben geleid tot een verbetering in hun communicatie. Hoewel de vader informatie van de moeder en rechtstreeks van de school ontvangt, komt hij niet naar overleggen op school en toont hij ook niet op andere wijze betrokkenheid bij [minderjarige] . De moeder heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen basis is voor gezamenlijk overleg en het samen nemen van beslissingen over [minderjarige] . Verder vreest de moeder ervoor dat, als de vader mede wordt belast met het gezag, er problemen zullen ontstaan met het geven van toestemming voor een vakantie met [minderjarige] en het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige] .

De rechtbank overweegt als eerste dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij belangrijke beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen.

De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

Voor de rechtbank is niet vast komen te staan dat sprake is van feiten of omstandigheden, waardoor er een onaanvaardbaar risico is dat [minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders of dat afwijzing van het verzoek van de vader anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. De ouders hebben in 2021 en 2024 een traject Ouderschap Blijft gevolgd, welke trajecten niet positief zijn afgerond. Inmiddels is er enige tijd verstreken. Momenteel communiceren de ouders op zakelijke wijze met elkaar via WhatsApp. Er is dus sprake van enige communicatie tussen de ouders. Ook zijn de ouders in onderling overleg gekomen tot een uitbreiding van de omgang tussen [minderjarige] en de vader. De rechtbank overweegt dat de moeder zich verzet tegen gezamenlijk gezag en zich daarbij baseert op haar ervaringen met de vader in het verleden, waarin hij niet stabiel en betrouwbaar is gebleken. De rechtbank acht de zorgen van de moeder om met de vader in overleg te treden over beslissingen over [minderjarige] invoelbaar, omdat het uitoefenen van het gezamenlijk gezag bewerkelijker zal zijn dan het uitoefenen van het eenhoofdig gezag. Dit is echter inherent aan het uitoefenen van het gezag over een kind na scheiding. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het feit dat de moeder het – vanwege de gebeurtenissen in het verleden – moeilijk vindt om in de toekomst samen met de vader het gezag over [minderjarige] uit te oefenen, staat dit vooralsnog niet aan gezamenlijk gezag in de weg. In dit kader overweegt de rechtbank dat uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken niet is gebleken dat de psychiatrische problematiek van de vader op dit moment zodanig dominant is dat hij niet in staat moet worden geacht om het gezag over [minderjarige] uit te oefenen of dat anderszins moet worden afgeweken van het uitgangspunt, namelijk gezamenlijk gezag. Daarbij acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat de mening van de vader ook wordt meegenomen in gezagsbeslissingen.

Verder overweegt de rechtbank dat geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de vader gezagsbeslissingen zal blokkeren. Op de zitting zijn de ouders het er immers over eens geworden dat het voor [minderjarige] goed zou zijn om een KOPP-training of vergelijkbare psycho-educatie te volgen. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders dit voor [minderjarige] zullen regelen, mede omdat de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht.

De rechtbank merkt ten overvloede nog het volgende op. De ouders communiceren met elkaar via WhatsApp. Dit is mogelijk voldoende, maar meer communicatie over gezagsbeslissingen die voor [minderjarige] moeten worden genomen, kan aangewezen zijn. Gelet hierop geeft de rechtbank de ouders in overweging mee om alsnog een mediationtraject of ouderschapsbemiddelingstraject te starten om de onderlinge communicatie in het belang van [minderjarige] te verbeteren.

Omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Nu de ouders met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] worden belast, zal de rechtbank in het vervolg spreken van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) in plaats van een omgangsregeling.

Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253a, sub a van het tweede lid, BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen.

De vader heeft verzocht om een zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige] van vrijdagmiddag uit school in de even weken tot de vrijdag uit school in de daaropvolgende week bij de vader zal verblijven en gedurende de helft van de vakanties en feestdagen.

De vader heeft aangegeven dat hij [minderjarige] momenteel op maandag uit school tot 20.00 uur ziet en op donderdagmiddag bij de oma vaderszijde. Ook verblijft [minderjarige] een weekend in de maand bij de vader. De vader heeft zich op het standpunt gesteld dat de zorgregeling kan worden uitgebreid. De huidige beperkte regeling is niet in het belang van [minderjarige] . Bovendien heeft [minderjarige] zelf aangegeven dat hij zijn vader vaker wil zien.

De moeder verzet zich tegen de zorgregeling. Zij verzet zich niet tegen contact tussen de vader en [minderjarige] , maar wel tegen de regeling die de vader voorstaat. De moeder acht een gelijke verdeling van de zorg voor [minderjarige] niet in zijn belang. Zij heeft aangevoerd dat de vader in het verleden regelmatig niet kwam opdagen op de momenten dat hij contact met [minderjarige] zou hebben. Ook heeft de moeder zorgen over de emotionele beschikbaarheid van de vader en het kunnen bieden van een veilige omgeving aan [minderjarige] . De vader is een periode dakloos geweest. Daarbij heeft hij [minderjarige] ook belast met zijn eigen problematiek en kon hij zijn emoties niet controleren in het bijzijn van [minderjarige] . De moeder heeft aangevoerd dat zij, voor de zorgregeling kan worden uitgebreid, eerst duidelijkheid wenst te verkrijgen over de (mentale) situatie waar de vader in verkeert. Verder heeft de moeder gesteld dat veiligheidsafspraken moeten worden gemaakt over hoe moet worden gehandeld als het niet goed gaat met de vader en wanneer dit invloed heeft op het welzijn van [minderjarige] .

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat er op de zitting is besproken is gebleken dat het zwaartepunt van de zorg voor [minderjarige] bij de moeder ligt. Daarom acht de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige] om een week-op-week-af-regeling vast te stellen zoals de vader heeft verzocht. Het is voor de ontwikkeling van [minderjarige] wel belangrijk dat hij regelmatig contact houdt met zijn vader. De moeder heeft onvoldoende onderbouwd dat de vader op dit moment niet geschikt of niet in staat zou zijn om [minderjarige] te verzorgen. De moeder heeft gedurende het traject Ouderschap Blijft in 2024 aangegeven dat zij veiligheidsafspraken wilde maken. Sindsdien is er enige tijd verstreken en is de situatie gewijzigd. De vader beschikt inmiddels over een eigen woning en de ouders zijn in onderling overleg gekomen tot een uitbreiding van de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] . De rechtbank ziet derhalve ruimte tot uitbreiding van de zorgregeling, maar zal daar geen veiligheidsafspraken dan wel andere voorwaarden verbinden, nu daartoe uit de stukken geen aanleiding blijkt.

De rechtbank heeft ook naar [minderjarige] geluisterd. Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat hij vaker bij zijn vader wil zijn. [minderjarige] heeft daarbij echter ambivalente signalen afgegeven. Hij wil duidelijkheid over de zorgregeling, zodat daarover geen discussie kan ontstaan. Tegelijkertijd wil [minderjarige] ook een flexibele regeling uitproberen.

De rechtbank zal, alle belangen afgewogen en gelet op de huidige zorgregeling, voor de periode van 1 september 2026 tot 1 januari 2027 een regeling vaststellen waarbij de ouders gedeeltelijk flexibiliteit wordt geboden, zodat kan worden bezien hoe dat verloopt. Vanaf 1 januari 2027 zal er een vaste zorgregeling gelden. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat voor de zomervakantie van 2026 de huidige zorgregeling zal doorlopen. Ook zal de rechtbank bepalen dat deze zorgregeling doorloopt tijdens de vakanties en feestdagen. Deze zullen dus niet bij helfte worden verdeeld zoals de vader voorstaat. Verder zal de rechtbank een eindbeschikking wijzen, omdat zij geen aanleiding ziet een definitieve beslissing op de verzoeken aan te houden. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders in onderling overleg met elkaar en [minderjarige] de zorgregeling zo nodig zullen aanpassen.

De rechtbank zal de zorgregeling uitbreiden zoals in de beslissing aangegeven en het meer of anders verzochte te dien aanzien afwijzen.

Informatie- en consultatieregeling

Nu de rechtbank het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag zal toewijzen, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de subsidiaire verzoeken van de vader ten aanzien van de informatie- en consultatieregeling. De rechtbank zal deze verzoeken dan ook afwijzen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ;

bepaalt dat [minderjarige] van 1 september 2026 tot 1 januari 2027 bij de vader zal zijn:

- op maandag uit school tot 20.00 uur;

- het eerste weekend van de maand, van vrijdag uit school tot zondag na het avondeten;

- het derde weekend van de maand, van vrijdag uit school tot zondag na het avondeten, waarbij geldt dat de ouders dit contactweekend tussen [minderjarige] en de vader in onderling overleg kunnen verplaatsen naar het tweede of vierde weekend van de maand als de ouders het daar ten minste tien dagen voor aanvang van dat weekend over eens zijn;

- waarbij deze regeling zal doorlopen tijdens de vakanties en feestdagen;

bepaalt dat [minderjarige] vanaf 1 januari 2027 bij de vader zal zijn:

- in de eerste en derde week van de maand, van vrijdag uit school tot maandag 20.00 uur;

- waarbij deze regeling zal doorlopen tijdens de vakanties en feestdagen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.X.R. Yi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand