ECLI:NL:RBDHA:2026:25350

ECLI:NL:RBDHA:2026:25350

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer NL26.14251
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Azerbeidzjan, problemen vanwege lidmaatschap van de ALDP ongeloofwaardig, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.14251

(gemachtigde: mr. E. Stap),

en

(gemachtigde: mr. J.L.A.F. van Halteren).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 17 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Azerbeidzjaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1967. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 maart 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder bericht van verhindering niet verschenen.

6. Eiser heeft op de zitting het onderzoek gesloten. Na sluiting van het onderzoek heeft de gemachtigde van eiser nog een document overgelegd. Omdat dit document na sluiting van het onderzoek is ingediend, betrekt de rechtbank dit stuk niet bij haar beoordeling.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

7. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is in het verleden lid geweest bij de Azerbeidjaanse Liberaal Democratische Partij (ALDP), de liberale democraten van Azerbeidzjan. Eiser heeft zich beziggehouden met het organiseren van demonstraties en met propaganda. Hij was [functie] van de lokale vestiging van de partij in het district [district] . Op 16 oktober 2022 is hij gearresteerd, waarna hij is vrijgelaten na één dag vast te hebben gezeten. Eiser is in 2023 gevlucht omdat hij gezocht zou worden door de autoriteiten wegens zijn politieke activiteiten. Bij terugkeer vreest hij om gevangen gezet te worden door de autoriteiten.

Het bestreden besluit

8. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1) identiteit, nationaliteit en herkomst;

2) problemen vanwege lidmaatschap van de ALDP;

3) politieke overtuiging.

9. De minister stelt zich op het standpunt dat het eerste en het derde asielmotief geloofwaardig zijn. Het tweede asielmotief vindt de minister niet geloofwaardig. De minister legt hieraan ten grondslag dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd die het asielmotief onderbouwen. De minister heeft verder beoordeeld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder b, c, en d, van de Vw. In het kader van voorwaarde b werpt de minister tegen dat eiser geen verschoonbare reden heeft gegeven voor het ontbreken van de gevraagde documenten. Eiser heeft in Azerbeidzjan het recht een kopie van het besluit tot detentie en de keuze van de maatregel te ontvangen. Hij heeft ook het recht kennis te nemen van het onderzoeksrapport en andere procedures tegen hem. Dit volgt uit de Code of Criminal procedure of the Azerbajan Republic. Tegengeworpen wordt verder dat eiser geen foto’s betreffende zijn werk aan de minister kan overleggen. In het kader van voorwaarde c stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen van eiser tegenstrijdig zijn met informatie uit openbare bronnen. Ook werpt de minister tegen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard ten aanzien van zijn bekendheid in Azerbeidzjan. Verder vindt de minister het bevreemdend dat eiser een nieuwsbericht heeft overgelegd van 14 maart 2023, maar dat deze pas op de betreffende website is geplaatst rond oktober of november 2023. Ten slotte werpt de minister in het kader van voorwaarde d tegen dat eiser wisselend heeft verklaard over de datum van aankomst in Nederland en dat eiser geen goede verklaring heeft voor het feit dat hij zijn asielaanvraag niet onmiddellijk na aankomst in Nederland heeft ingediend.

10. De minister heeft de geloofwaardige asielmotieven beoordeeld op zwaarwegendheid. In dit kader stelt de minister zich op het standpunt dat eiser weliswaar een politieke overtuiging heeft, maar dat niet aannemelijk is dat eiser in de negatieve belangstelling van de autoriteiten stond en hierdoor risico loopt op vervolging. Daarnaast heeft eiser niet aangetoond dat hij in Nederland via Facebook zijn politieke overtuiging uit en heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij van plan is om zijn politieke overtuiging bij terugkeer te uiten. Eiser heeft daarom volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging. Ook overweegt de minister dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade.

11. De minister concludeert dat de aanvraag kennelijk ongegrond is. Dit is gebaseerd op artikel 31, eerste lid, van de Vw en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. Aan eiser wordt tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

Toetsingskader

12. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact inwerking getreden. In dat kader is de Vreemdelingenwet 2000 met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 (de Uitvoerings- en implementatiewet) gewijzigd. Op grond van artikel IX, zesde lid, onder b, van de Uitvoerings- en implementatiewet, zijn de artikelen van de Vreemdelingenwet 2000 zoals deze gold tot 12 juni 2026 op eisers aanvraag van toepassing omdat deze aanvraag is ingediend vóór 12 juni 2026. In deze uitspraak hebben de verwijzingen naar de Vreemdelingenwet 2000 dan ook betrekking op de wetsversie die geldig was tot 12 juni 2026.

De beroepsgronden en het oordeel van de rechtbank

13. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft gericht tegen het standpunt van de minister dat de verklaringen van eiser tegenstrijdig zijn met beschikbare informatie uit openbare bronnen en de tegenwerping van de minister dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Nu eiser en zijn gemachtigde niet ter zitting zijn verschenen en dus niet hebben gereageerd op deze tegenwerpingen, gaat de rechtbank ervan uit dat deze tegenwerpingen niet in geschil zijn.

Documenten

14. Eiser voert aan dat hij niet in staat is om meer documenten te overleggen, omdat verdachten in zaken over politieke delicten, en politieke activisten in het algemeen, in Azerbeidzjan niet het recht hebben op inzage in de processtukken. Bovendien heeft de politie in Azerbeidzjan alle documenten en foto’s over de politieke activiteiten meegenomen of verbrand. De personen die foto’s hebben gemaakt zitten ofwel in de gevangenis ofwel zijn ondergedoken en voor eiser onbereikbaar.

15. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij geen documenten met betrekking tot zijn uitreisverbod, aanhouding en verhoor heeft overgelegd. Immers, de minister heeft met een verwijzing naar Azerbeidjaanse wetgeving onderbouwd dat verdachten in Azerbeidzjaan recht hebben op inzage in processtukken. Daarentegen heeft eiser zijn stelling, dat verdachten in politieke delicten daarvan zijn uitgesloten, niet onderbouwd. Ook heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiser geen documenten van zijn politieke werkzaamheden heeft overgelegd. De minister heeft terecht overwogen dat, ook als wordt gevolgd dat alle foto’s en documenten zijn meegenomen door de politie, het bevreemdend is dat eiser geen foto’s via een andere bron heeft kunnen overleggen. Immers, eiser heeft verklaard dat hij grote bekendheid genoot en dat hij, als lokale [functie] van de ALDP, demonstraties organiseerde. Het is bevreemdend dat online of elders niets bewaard is gebleven van zijn werkzaamheden. Gelet op het voorgaande, heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd en dat hij daar geen goede verklaring voor heeft. De beroepsgrond slaagt niet.

Bekendheid eiser

16. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de lokale [functie] was van de ALDP. Eiser betoogt dat hij op lokaal niveau als [functie] van de politieke partij in [plaats] bekend is geweest. Eiser genoot dus geen landelijke bekendheid en opereerde zoveel mogelijk in de anonimiteit. Dit wordt bevestigd door het feit dat er op internet geen informatie over eiser te vinden is. Eiser stelt dat hem bovendien niet kan worden tegengeworpen dat er geen politieke uitingen van hem op het internet te vinden zijn, omdat dit verboden is en direct wordt verwijderd door de Azerbeidjaanse autoriteiten.

17. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft overwogen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard op dit punt. Eiser heeft tijdens het nader gehoor bevestigend geantwoord op de vraag of hij landelijke bekendheid genoot vanwege zijn activiteiten. Eiser verklaarde: “Ja, natuurlijk. Daarom werd ik aangehouden”. Dat eiser vervolgens in de zienswijze heeft aangegeven dat hij zoveel mogelijk in de anonimiteit opereerde en dat daarom niets over hem te vinden is op het internet, is daarmee tegenstrijdig en doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser op dit punt. Dat de Azerbeidjaanse autoriteiten volgens eiser informatie over politieke tegenstanders direct verwijderen van het internet, doet daar niet aan af. De minister heeft terecht aan eiser tegengeworpen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de [functie] was de ALDP. De beroepsgrond slaagt niet.

Nieuwsbericht over huisinval

18. Eiser voert aan dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat de datum van het door eiser overgelegde nieuwsbericht niet overeenkomt met de publicatiedatum op de website. Eiser stelt dat het nieuwsbericht direct na de huisinval op 14 februari 2023 op het internet is geplaatst en niet, zoals de minister stelt, pas in september 2023.

19. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht aan eiser heeft tegengeworpen dat de datum van het nieuwsbericht en de publicatiedatum niet overeenkomen. Het door eiser overgelegde nieuwsbericht over de huisinval dateert van 14 februari 2023. De minister heeft in het bestreden besluit gemotiveerd, en ter zitting nader toegelicht, dat uit het webarchief blijkt dat het nieuwsbericht in februari 2023 en in september 2023 nog niet op de webpagina was geplaatst. Op de versie van de webpagina van november 2023 was het nieuwsbericht echter wel te zien. Het nieuwsbericht, waarvan de inhoud het asielrelaas van eiser onderbouwt en welke zou dateren van februari 2023, is dus pas tussen september 2023 en november 2023 op de webpagina gepubliceerd. Dit is opmerkelijk, temeer nu eiser in oktober 2023 zijn asielaanvraag heeft ingediend. De minister heeft dit terecht tegengeworpen. De beroepsgrond slaagt niet.

Politieke uitingen vanuit Nederland

20. Eiser voert aan dat hij in Nederland niet weer een Facebookaccount kan beginnen om zich daar negatief uit te laten over de president, omdat hij twee kinderen heeft die nog steeds in Azerbeidzjan wonen.

21. De rechtbank is van oordeel dat eiser met deze beroepsgrond voorbijgaat aan de kern van de tegenwerping van de minister. Immers, het wordt eiser niet zozeer tegengeworpen dat hij zich in Nederland niet kritisch uitlaat over de Azerbeidjaanse overheid via Facebook. De minister werpt eiser tegen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich sinds zijn aankomst in Nederland zijn politieke overtuiging uit of dat hij deze bij terugkeer naar Azerbeidzjaan zou willen uiten. Op basis daarvan, concludeert de minister dat niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn politieke overtuiging in de negatieve belangstelling staat van de Azerbeidjaanse autoriteiten. De rechtbank kan deze redenering van de minister volgen. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 3 EVRM

22. Eiser voert aan dat hij bij gedwongen terugkeer naar Azerbeidzjan een reëel risico loopt te worden onderworpen aan een behandeling zoals verboden in artikel 3 van het EVRM, dan wel artikel 3 Anti-Folteringverdrag.

23. Gelet op het al het voorgaande, slaagt deze beroepsgrond niet.

Terugkeerbesluit en inreisverbod

24. Eiser voert aan dat aangezien de asielaanvraag dient te worden ingewilligd, er geen terugkeerverplichting op hem rust. De SIS-signalering dient ongedaan gemaakt te worden en het inreisverbod moet worden ingetrokken.

25. Gelet op het al het voorgaande, slaagt deze beroepsgrond niet.

Conclusie en gevolgen

26. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Bunnik, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 6 augustus 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.G.M. van Veen

Griffier

  • mr. I.S. Bunnik

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand