ECLI:NL:RBDHA:2026:25369

ECLI:NL:RBDHA:2026:25369

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer NL26.49829
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

ophouding – 50, derde lid, van de Vw – ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.49829

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),

en

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 26 augustus 2026 om 13:45 opgehouden. Op 26 augustus 2026 omstreeks 19:00 uur is de vrijheidsbeneming van eiser beëindigd en is hij in de gelegenheid gesteld Nederland vrijwillig te verlaten.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de ophouding.

Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met een schriftelijke behandeling van het beroep. Op 27 augustus 2026 zijn er beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op 1 september 2026 een reactie ingediend. De rechtbank heeft op 3 september 2026 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1993 en heeft de Oezbeekse nationaliteit.

Voorwaarden voor ophouding

2. Eiser voert aan dat het dossier onvoldoende concrete grondslag biedt dat aan de voorwaarden voor ophouding op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw is voldaan.

3. Deze beroepsgrond slaagt niet. Voor ophouding op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw is vereist dat de identiteit van eiser onmiddellijk kan worden vastgesteld en dat blijkt dat eiser geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk kan worden vastgesteld dat hij wel rechtmatig verblijf heeft. Uit het proces-verbaal van ophouding volgt dat de identiteit van eiser onmiddellijk kon worden vastgesteld op basis van de identiteitskaart en het paspoort die bij eiser werden aangetroffen. Niet onmiddellijk bleek of eiser rechtmatig verblijf had, daarom is er onderzoek gedaan naar het verblijfsrecht van eiser. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden voor ophouding op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw.

Duur ophouding

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd waarom de ophouding van 13:45 tot 19:00 heeft geduurd. Verweerder had in het proces-verbaal van ophouding nader moeten onderbouwen welke onderzoekshandelingen zijn verricht gedurende de ophouding en welke tijd daarvoor nodig was.

5. De rechtbank oordeelt als volgt. De ophouding heeft 5 uur en 15 minuten geduurd, dit is korter dan de maximale termijn voor ophouding van 6 uur. Verweerder heeft de ophouding benut om eiser te horen en onderzoek te doen naar de verblijfsrechtelijke positie van eiser. Uit het proces-verbaal van ophouding volgt dat verweerder naar aanleiding van de informatie die eiser heeft gegeven, informatie heeft opgevraagd bij de Spaanse autoriteiten en verschillende systemen heeft geraadpleegd. Verweerder heeft hiervoor de maximale termijn van 6 uur mogen benutten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Rechtsbijstand en tolk

6. Eiser voert verder aan dat de verslaglegging in het proces-verbaal van ophouding onduidelijk is ten aanzien van het recht op rechtsbijstand en het feit dat er in twee talen, namelijk Russisch en Oezbeeks, is getolkt.

7. Ten aanzien van de tolken overweegt de rechtbank dat uit het proces-verbaal van ophouding volgt dat eiser bij zijn ophouding is gehoord door een tolk in de Oezbeekse taal en bij zijn verhoor is gehoord door een tolk in de Russische taal. Ten aanzien van beide talen is geverifieerd of eiser de tolken kon verstaan. Eiser heeft dit beaamd. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat eiser in zijn belangen is geschaad doordat er in een andere taal een verhoor is afgenomen dan de taal waarin de mededelingen zijn gedaan. Uit het proces-verbaal van ophouding volgt dat eiser in het geval van een verhoor heeft aangegeven gebruik te willen maken van het recht op rechtsbijstand. Het verhoor is, nadat eiser hier toestemming voor heeft verleend, alvast aangevangen zonder advocaat. Vervolgens is het verhoor onderbroken zodat eiser kon overleggen met zijn advocaat, waarna het verhoor is hervat. Ook hier ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er sprake is van een onregelmatigheid in de ophouding en ook niet dat eiser in zijn belangen is geschaad. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaargemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.F. Bethlehem

Griffier

  • mr. A.M. Verberne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand