ECLI:NL:RBDHA:2026:25395

ECLI:NL:RBDHA:2026:25395

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer NL26.47007
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring – art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw – schriftelijke behandeling – lichter middel – voortvarendheid – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.47007

(gemachtigde: mr. S.H. van Wingerden),

en

(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiseres is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres is het niet eens met die maatregel. Zij voert daartegen beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiseres een schadevergoeding moet worden toegekend.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de volgende afkortingen voor de wet- en regelgeving:

Vw: Vreemdelingenwet 2000

Vb: Vreemdelingenbesluit 2000

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 17 augustus 2026 heeft de minister aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Partijen hebben ingestemd met schriftelijke behandeling. Eiseres heeft op 18 augustus 2026 de gronden van beroep ingediend. De minister heeft op 21 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 24 augustus 2026.

Beoordeling door de rechtbank

3. Allereerst stelt de rechtbank vast dat de minister de door eiseres opgevraagde stukken op 21 augustus 2026 aan het dossier heeft toegevoegd, namelijk de beschikking van 16 januari 2024 tot beëindiging van haar EU-verblijfsrecht, de bijbehorende akte van de uitreiking van 9 juli 2024, het besluit op bezwaar en de uitspraken in de beroepsprocedure en hoger beroepsprocedure tegen die beschikking.

Toetsingskader

4. De minister kan als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in vreemdelingenbewaring stellen. De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. Deze vreemdeling kan in vreemdelingenbewaring worden gesteld op grond dat het belang van de openbare orde of nationale veiligheid zulks vordert, indien a) een onderduikrisico bestaat, of b) de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.

De aan eiseres opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring

5. De minister heeft aan eiseres de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiseres:

b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;h. heeft te kennen gegeven dat zij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

6. De rechtbank stelt vast dat de gronden van de maatregel van vreemdelingenbewaring niet zijn betwist. De rechtbank oordeelt dat de gronden feitelijk juist en voor zover nodig voldoende gemotiveerd zijn om een onderduikrisico aan te nemen en daarmee de maatregel van vreemdelingenbewaring te kunnen dragen.

Lichter middel

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring. Hiertoe voert eiseres aan dat zij ervan uitging dat zij gedurende de aangewende rechtsmiddelen tegen de beschikking waarbij haar EU-verblijfsrecht is ingetrokken, in Nederland mocht blijven. Ook was eiseres niet door haar advocaat op de hoogte gesteld dat het hoger beroep op 18 juni 2026 ongegrond was verklaard. Hierdoor kan niet worden gesteld dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken. Verder heeft eiseres verklaard dat zij mee wil werken aan haar vertrek uit Nederland en dat zij samen met haar partner naar Duitsland wil vertrekken.

8. De rechtbank overweegt allereerst dat uit de niet-betwiste gronden van de maatregel en de motiveringen al blijkt dat een onderduikrisico bestaat. Hierbij wijst de rechtbank er onder meer op dat eiseres ruim de gelegenheid heeft gehad om zelfstandig uit Nederland te vertrekken, zij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en onvoldoende middelen van bestaan heeft. Dat eiseres stelt niet te weten dat zij uit Nederland moest vertrekken gedurende de aangewende rechtsmiddelen, komt voor haar eigen rekening en risico. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd dat niet kon worden volstaan met een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring. De beroepsgrond slaagt niet.

Voortvarend handelen

9. Eiseres verzoekt de minister om nadere toelichting te geven op de tot op heden verrichte vertrekhandelingen.

10. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 15 augustus 2026 in vreemdelingenbewaring is gesteld. Op 18 augustus 2026 is een vertrekgesprek met eiseres gevoerd. Uit het vorenstaande blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de minister tot aan sluiting van het onderzoek op 24 augustus 2026 onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiseres. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

11. Los van de door eiseres aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiseres verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Berghuis, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 augustus 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.A. Berghuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand