ECLI:NL:RBDHA:2026:25413

ECLI:NL:RBDHA:2026:25413

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer NL25.63396
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Somalië, herkomst ongeloofwaardig. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63396

(gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann),

en

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Dat betekent dat het beroep ongegrond is en eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 18 me 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Gure als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft de Somalische nationaliteit heeft en behoort tot de Hawiye bevolkingsgroep, [naam 1] en [naam 2] . Hij heeft verklaard dat hij is geboren in [geboorteplaats] , maar dat hij in [plaats] is opgegroeid. Die plaats ligt in Centraal-Somalië. Aan zijn asielaanvraag legt hij ten grondslag dat zijn broer ruzie heeft gehad met een jongen. Tijdens deze ruzie is er een gevecht ontstaan waardoor de jongen is komen te overlijden. De broer van eiser is toen gevlucht en de familie van de overleden jongen is op zoek gegaan naar eiser om de dood van de jongen te wraken. Ook zouden zij een aanklacht tegen eiser hebben ingediend bij Al-Shabaab.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister vindt de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig. De minister vindt de herkomst van eiser echter ongeloofwaardig, omdat volgens hem de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en in grote lijnen niet als geloofwaardig kunnen worden beschouwd. De minister heeft verder een taalanalyse laten opmaken door het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). TOELT heeft hierin geconcludeerd dat eiser eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Centraal-Somalië en dat het Somalisch dat eiser spreekt in zijn geheel overeenkomt met het Somalisch zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië. Ook dat heeft bijgedragen aan de conclusie dat de herkomst van eiser ongeloofwaardig is. Als gevolg daarvan is volgens de minister het tweede asielmotief op dezelfde gronden ongeloofwaardig.

Verder overweegt de minister dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Somalië een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt. De aanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat de minister zich op het standpunt stelt dat eiser hem heeft misleid over zijn herkomst.

In het kader van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen stelt de minister dat er niet kan worden vastgesteld of sprake is van de adequate opvang. Dat is volgens de minister aan eiser te wijten, omdat hij ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn herkomst en zijn familie. Aan eiser wordt een terugkeerbesluit opgelegd om Nederland binnen vier weken te verlaten.

De geloofwaardigheid van de gestelde herkomst van eiser

5. Eiser voert aan dat de minister de herkomstbeoordeling en de taalanalyse onvoldoende heeft gemotiveerd. Dat hij de Noord-Somalische taalvariant spreekt, betwist eiser niet. Hij wijst er echter op dat zijn moeder en tante uit Noord-Somalië komen, tot een Noord-Somalische clan behoren, en dat eiser bij zijn tante in Noord-Somalië heeft gewoond tijdens de vormende jaren voor zijn taalontwikkeling. Eiser stelt verder dat hij, toen hij woonde in Centraal-Somalië, alleen met zijn moeder communiceerde en niet naar buiten of naar school ging. Tegen die achtergrond vindt eiser het onbegrijpelijk dat de minister vooronderstelt dat hij Centraal-Somalisch zou moeten spreken. Op de zitting heeft eiser nog gewezen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 15 april 2026.

6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het rapport van de taalanalyse van TOELT een deskundigenbericht is. Verder is niet in geschil dat eiser geen Centraal-Somalisch spreekt maar Noord-Somalisch en dat de uitkomst van de taalanalyse op dat punt ook niet door eiser wordt bestreden. Wel is tussen partijen in geschil of de minister er (met de taalanalist) terecht vanuit gaat dat van eiser mag worden verwacht dat hij een Centraal-Somalische taalvariant spreekt. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit van eiser mocht verwachten. Hieronder legt zij dat uit.

Eiser heeft verklaard dat hij vanaf zijn geboorte tot zijn vijfde levensjaar bij zijn moeder in [plaats] heeft gewoond. Vervolgens heeft hij van zijn vijfde tot tiende levensjaar bij zijn tante in Noord-Somalië verbleven. Daarna is hij teruggekeerd naar [plaats] , waar hij volgens zijn eigen verklaringen nog ongeveer drie á vier jaar heeft gewoond, tot aan zijn vertrek uit Somalië. Daargelaten dat de door eiser genoemde jaartallen niet geheel overeenkomen met zijn verklaringen over zijn leeftijd, volgt uit zijn eigen verklaringen dat hij het grootste gedeelte van zijn leven in [plaats] heeft gewoond. Daarbij heeft de minister, onder verwijzing naar het weerwoord van TOELT, terecht gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende zijn gestelde verblijf in [plaats] uitsluitend in aanraking is gekomen met het Noord-Somalische dialect van zijn moeder en niet tevens de in zijn directe leefomgeving gangbare taalvariant heeft aangeleerd. In dat kader acht de rechtbank van belang dat eiser broers en zussen heeft die zich wel buitenshuis begaven, dat zijn moeder buitenshuis werkte en dat eiser zijn moeder hielp bij de verkoop van melk. Ook als die verkoop dicht bij zijn woning plaatsvond, is het aannemelijk dat eiser daarbij in contact kwam met personen uit zijn directe omgeving en daarmee met de daar gesproken taalvariant. Tegen de achtergrond van de verklaringen van eiser over zijn leeftijd en gestelde verblijf in [plaats] , de duur van dat verblijf en de gezinssamenstelling heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de enkele omstandigheid dat eiser gedurende een periode van vijf jaar bij zijn tante in Noord-Somalië heeft gewoond, onvoldoende verklaart dat zijn taalgebruik geen enkel kenmerk van het Centraal-Somalisch vertoont.

De verwijzing van eiser naar de Afdelingsuitspraak van 15 april 2025 leidt niet tot een ander oordeel. Uit die uitspraak volgt dat een taalanalyse is gericht op de vraag of de spraak van een vreemdeling overeenkomt met die van het door hem gestelde herkomst gebied. Dat is precies wat TOELT in het geval van eiser ook heeft onderzocht. De door eiser aangehaalde overweging dat een taalanalyse in het algemeen niets zegt over het gebied of de gebieden waar iemand slechts korte tijd heeft verbleven, maakt dit niet anders. De minister heeft aan de taalanalyse namelijk niet de conclusie verbonden dat eiser gedurende een bepaalde periode ergens heeft verbleven, maar dat zijn spraak niet overeenkomt met die van het door hem gestelde herkomstgebied.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de minister de herkomstbeoordeling of de taalanalyse onvoldoende heeft gemotiveerd. De minister mocht de gestelde herkomst van eiser daarom ongeloofwaardig vinden. De beroepsgrond slaagt niet.

De kennelijk ongegrondheid van de asielaanvraag

7. Verder voert eiser aan dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege vermeende misleiding. Hij heeft immers geen bewuste leugens verteld over zijn herkomst en verblijf. Kleine discrepanties in jaartallen zijn het gevolg van een lage geletterdheid en geen opzettelijke vertekening.

8. De rechtbank kan dit betoog niet volgen. Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen over de gestelde herkomst van eiser en de uitkomst van de taalanalyse heeft de minister kunnen concluderen dat sprake is van misleiding en de asielaanvraag van eiser kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 juli 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.G.M. van Veen

Griffier

  • mr. M.M. Tank

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand