Informele rechtsingang
Beschikking naar aanleiding van de op 4 maart 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang van:
[minderjarige 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft op 4 maart 2026 de brief ontvangen die [minderjarige 1] heeft gestuurd.
Op 6 mei 2026 heeft [minderjarige 1] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.
Bij brief van 5 juni 2026 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige 1] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige 1] aan de rechtbank kenbaar te maken.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
de brief van [minderjarige 1] van 2 maart 2026;
het e-mailbericht van de ambulant hulpverlener van [minderjarige 1] van 30 maart 2026;
de brief van de vader van 22 juni 2026.
De zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Hierbij is de moeder verschenen.
Feiten
De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd geweest tot [dag] 2021.
Zij zijn de ouders van de volgende jong-meerderjarige en minderjarige kinderen:
[jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats] .
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
[minderjarige 1] verblijft feitelijk bij de moeder.
Uit het gezagsregister blijkt dat [minderjarige 1] onder toezicht gesteld is geweest van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland van 12 augustus 2022 tot 12 mei 2025.
Aanvraag
[minderjarige 1] heeft de kinderrechter gevraagd om alleen de moeder met het gezag te belasten.
Beoordeling
[minderjarige 1] heeft in zijn brief geschreven dat hij op dit moment volledig bij zijn moeder woont en dat hij zich daar veilig en gesteund voelt. Hij ziet zijn vader al meer dan drie jaar niet. [minderjarige 1] is een trans kind en voelt zich niet veilig bij zijn vader, omdat hij volgens [minderjarige 1] een trans fobische houding heeft. Wanneer de vader betrokken zou zijn bij beslissingen over [minderjarige 1] , dan voelt hij zich angstig en gestrest. De vader heeft in het verleden keuzes gemaakt die [minderjarige 1] pijn hebben gedaan. [minderjarige 1] wil graag dat zijn dagelijkse leven in de toekomst zo stabiel, veilig en zorgzaam mogelijk is. Hij wil daarom graag dat zijn moeder het eenhoofdig gezag over hem heeft. Dit zal het ook makkelijker maken om beslissingen te nemen over de benodigde hulpverlening.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar aanleiding van zijn brief uitgenodigd voor een gesprek. Na dat gesprek heeft de kinderrechter de beide ouders uitgenodigd voor een zitting. De moeder is verschenen, maar de vader niet. De vader heeft voorafgaand aan de zitting een brief gestuurd naar de kinderrechter.
De vader schrijft dat het verzoek dat [minderjarige 1] heeft gedaan hem veel doet. De vader zou graag willen weten hoe het met [minderjarige 1] gaat. Hij maakt zich zorgen om zijn mentale gesteldheid en is bang dat [minderjarige 1] op een te jonge leeftijd beslissingen neemt die onomkeerbaar zijn, beslissingen waarvan hij de gevolgen wellicht niet kan overzien. De vader zou graag met [minderjarige 1] in gesprek willen gaan over het stoppen van het contact. De vader heeft dit ook gevraagd bij de hulpverlening, maar [minderjarige 1] heeft aangegeven dat hij hier niet voor open staat. Als [minderjarige 1] echt graag wil dat de vader geen gezag meer heeft, dan geeft hij daar toestemming voor. Als het iets is waarvan [minderjarige 1] zegt dat hij het graag wil, dan steunt de vader hem hierin. De vader heeft besloten om niet naar de zitting te komen, omdat het om emotionele redenen voor iedereen beter is dat hij niet komt. De vader vraagt in zijn brief aan de rechter om tegen [minderjarige 1] te zeggen dat hij van hem houdt en dat hij hem vreselijk mist.
De moeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat er veel is gebeurd in het verleden. Zij heeft een moeizame verhouding met de vader van [minderjarige 1] . De vader en de moeder communiceren enkel over het hoogst noodzakelijke ten aanzien van de zorg voor [minderjarige 2] . De moeder ziet dat het niet goed gaat met [minderjarige 1] en dat het voor hem belangrijk is dat de vader niet langer kan meebeslissen over de keuzes die voor hem nog gemaakt moeten worden. De moeder heeft ook verteld over het aangepaste ouderschapsplan dat de ouders zijn overeengekomen, waarin is opgenomen dat [minderjarige 1] bij de moeder woont en er geen zorgregeling met de vader is.
Artikel 1:251a lid 4 BW bepaalt dat de rechter na ontbinding van het huwelijk tussen de ouders ambtshalve kan bepalen dat het gezag aan één van de ouders toekomt indien hem blijkt dat de minderjarige hierop prijs stelt. De kinderrechter overweegt als volgt. De situatie is nu feitelijk dat er geen contact is tussen de vader en [minderjarige 1] en dat er nauwelijks contact is tussen de moeder en de vader. Het lijkt de kinderrechter aannemelijk dat het door het ontbreken van contact tussen de vader en [minderjarige 1] voor de vader moeilijker is om te beoordelen wat wel en niet in het belang van [minderjarige 1] is en aldus gezagsbeslissingen over hem te nemen. De vader heeft aangegeven zich neer te kunnen leggen bij een beslissing waarbij hij niet langer met het gezag over [minderjarige 1] belast is. De rechtbank zal gelet op het voorgaande beslissen dat de moeder alleen met het gezag zal worden belast over [minderjarige 1] . De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de rust die deze beslissing [minderjarige 1] zal geven hem ruimte zal bieden om weer in enige vorm contact te hebben met de vader.
Tot slot vindt de kinderrechter het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige 1] gelijktijdig met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd. Volledigheidshalve wordt die brief hierna opgenomen, zodat beide ouders van de inhoud daarvan op de hoogt zijn.
Beste [minderjarige 1] ,
Je hebt eerder dit jaar een brief geschreven aan de rechtbank en daarna spraken we elkaar. Je hebt duidelijk geschreven en ook verteld waarom je wil dat alleen je moeder gezag over jou heeft. Ik heb je verteld dat ik je ouders zou uitnodigen om hierover te spreken. Ik denk dat je moeder al heeft laten weten wat er in de rechtbank is besproken, maar ik vind het belangrijk om dat ook zelf aan je te laten weten. Daarom schrijf ik je deze brief.
Ik heb tijdens de zitting alleen gesproken met je moeder, want je vader is niet gekomen. Hij heeft wel een brief geschreven. In die brief heeft je vader geschreven dat jouw verzoek hem veel doet. Je vader wil graag weten hoe het met je gaat en maakt zich zorgen om je. Je vader zou graag met je in gesprek willen gaan over het stoppen van het contact. Hij heeft ook geschreven dat als je echt graag wil dat hij geen gezag meer heeft, dat hij daar dan toestemming voor geeft. Als jij zegt dat jij dat graag wil, dan steunt je vader je hierin. Je vader heeft zijn brief afgesloten met de vraag of ik je wil laten weten dat hij van je houdt en je vreselijk mist.
Ik heb door dit alles beslist zoals jij hebt gevraagd, namelijk dat je moeder alleen gezag over je heeft en dus belangrijke beslissingen alleen kan nemen. Dat neemt niet weg dat ik de situatie die is ontstaan heel verdrietig vind. Ik vind het verdrietig dat je je niet gesteund voelt door je beide ouders en dat je geen contact hebt met je vader. Ik gun ieder kind een fijn contact met zijn of haar beide ouders en dat gun ik jou dus ook. Ik hoop dat je in de toekomst wel weer ruimte voelt voor contact met je vader.
Bedankt voor ons prettige gesprek. Ik wens je verder een fijne zomer en veel succes met alles dat nog komen gaat. Ik wil je als laatste nog laten weten dat ik de inhoud van deze brief in de beslissing voor je ouders heb gezet, zodat ze weten wat ik jou heb geschreven.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt ambtshalve dat voortaan alleen de moeder met het gezag over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] , zal zijn belast.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 augustus 2026.