Zorgregeling
Beschikking op het op 27 juni 2022 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.E. de Geus te ’s-Gravenhage,
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.E. de Vries te Alphen aan den Rijn.
Procedure
Bij beschikking van 23 augustus 2022 heeft deze rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 21 februari 2018 –:
bepaald dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] ;
met inachtneming van onderstaande opbouwregeling contact met de vader zullen
hebben:
- de eerste drie keer: om het weekend op zaterdag14.00 tot 16.00;
- vervolgens: om het weekend op zaterdag van 10.00 tot 16.00;
telkens onder begeleiding vanuit Cardea;
gedurende de wachttijd voor Cardea de volgende contactmomenten met de vader
zullen hebben:
-eenmaal per maand vanaf september 2022 op zaterdag of zondag gedurende
anderhalf uur bij het [instelling 1] , waarbij partijen ieder de eigen kosten
en bijdragen betalen voor deze bezoeken;
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:
’s-Gravenhage (de raad) inhoudende dat zij een raadsonderzoek gaan verrichten.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich op 6 juli 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 7 juli 2026 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot ondertoezichtstelling (C/09/703887 / JE RK 26-687). Op dit laatste verzoek is op de zitting mondeling beslist, waarbij dit verzoek is afgewezen. Deze beslissing wordt schriftelijk uitgewerkt bij afzonderlijke beschikking.
Op de gecombineerde zitting zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- namens de raad [naam 1] ;
- namens Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland [naam 2] .
Voorliggende verzoeken
De moeder verzoekt de beschikking van 21 februari 2018 van deze rechtbank te wijzigen en een zorg- en contactregeling vast te stellen, waarbij de kinderen begeleid contact hebben met de vader, bijvoorbeeld via het [instelling 2] of [instelling 3] , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader verzoekt zelfstandig de zorgregeling te wijzigen en een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen voorlopig om het weekend op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij hem verblijven, waarbij de vader de kinderen om 09.30 uur bij de moeder zal ophalen en de moeder de kinderen om 19.00 uur bij de vader zal ophalen en een belregeling vast te stellen waarbij de vader conform het advies van de raad op bijzondere dagen belcontact met de kinderen zal hebben, althans een zodanige contact- en zorgregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Stand van zaken
Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen is de rechtbank het volgende gebleken. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 augustus 2022 zijn de ouders verwezen naar het traject Omgangsbegeleiding bij Cardea voor het opstarten van de omgang tussen de vader en de kinderen. Tevens heeft de rechtbank bepaald dat ter overbrugging van de wachttijd voor Cardea er eenmaal per maand op zaterdag of zondag gedurende anderhalf uur contactmomenten zullen plaatsvinden bij het [instelling 1] . Dit heeft uiteindelijk een jaar geduurd. In augustus 2023 is Cardea gestart en in september 2023 ook de begeleide omgang. Er hebben vele individuele en gezamenlijke gesprekken plaatsgevonden en de omgang tussen de vader en de kinderen is opgebouwd, zoals in de beschikking van 23 augustus 2022 is bepaald. Vanaf 11 mei 2025 vindt er onbegeleide omgang bij de vader thuis plaats. Deze onbegeleide omgang is op verschillende momenten met de ouders en hun partners geëvalueerd. Op 17 november 2025 stond er weer een evaluatiemoment gepland, maar de moeder heeft per e-mail van 20 oktober 2025 meegedeeld het traject bij Cardea te zullen beëindigen. In een online gesprek van
3 november 2025 heeft de moeder deze beslissing nader toegelicht. De moeder heeft aangegeven dat het traject veel van haar en de kinderen heeft gevraagd. Het voorstel van Cardea om EMDR-therapie voor [minderjarige 1] in te zetten en nog meer gesprekken met beide kinderen te voeren heeft voor de moeder de doorslag gegeven om het traject nu te beëindigen. De moeder wil rust en duidelijkheid en de omgang handhaven zoals deze nu loopt. Ze wil zich richten op deze zes uur omgang en wil geen verdere uitbreiding van de omgang.
Uit het verslag van 4 december 2025 blijkt dat Cardea zorgen heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Cardea meent dat de situatie nog onvoldoende stabiel is om het traject te beëindigen. Cardea is bezorgd dat de kinderen in de huidige situatie, waarbij er nog steeds sprake is van een slechte en gespannen verhouding tussen de ouders, klem blijven zitten en de relatie met de vader onder druk zal blijven staan. De moeder blijft vasthouden aan haar overtuiging dat de vader niet deugt, waardoor de kinderen niet de ruimte krijgen om onbelast contact te hebben met de vader. De moeder lijkt de kinderen onvoldoende emotionele toestemming te geven om contact met de vader te hebben, terwijl de vader de relatie tussen de moeder en de kinderen wel positief lijkt te ondersteunen.
Cardea heeft onder meer het volgende geadviseerd: EMDR-therapie voor [minderjarige 1] , gesprekken met de kinderen, begeleiding van beide ouders, verdere uitbreiding van de zorgregeling en het uitspreken van een ondertoezichtstelling.
Ondanks dat het traject is beëindigd, blijven op verzoek van de vader en zijn huidige partner de gesprekken tussen Cardea en hen doorgaan.
Omdat het traject bij Cardea voortijdig is beëindigd, achtte de raad het noodzakelijk een onderzoek ten aanzien van de omgang en kinderbeschermingsmaatregel te doen en de rechtbank van advies te voorzien, wat onder meer heeft geleid tot het indienen van het verzoekschrift tot ondertoezichtstelling. Op dit laatste verzoek heeft de rechtbank op de zitting mondeling beslist, waarbij het verzoek is afgewezen.
Zorgregeling
De raad adviseert de rechtbank de huidige zorgregeling tussen de vader en de kinderen met een opbouw uit te breiden naar om de week op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur (na het avondeten). Tevens adviseert de raad een belregeling te treffen voor belangrijke feestdagen en verjaardagen. Deze belregeling houdt concreet in dat de kinderen op de volgende momenten met de vader bellen: de verjaardagen van de kinderen ( [dag 1] en
[dag 2] ), de verjaardag van de vader ( [dag 3] ), Vaderdag en Nieuwjaarsdag.
Ter onderbouwing van dit advies geeft de raad aan dat de huidige zorgregeling van om de week op zondag zes uur de kinderen te weinig tijd geeft om een goede band met de vader te kunnen opbouwen. Immers, de kinderen hebben een reistijd en daarna ook langere tijd nodig om bij de vader te acclimatiseren, waarna de zes uur snel voorbij is. Uitbreiding van de zorgregeling met avondeten biedt ruimte aan de kinderen om meer tijd met de vader door te brengen en positieve ervaringen op te doen, wat hun band met de vader maar ook het vertrouwen in de vader verstevigt. Daarbij hebben de kinderen dan ook langer contact met hun halfbroertje en -zusje. Ook is er op die manier meer ruimte om gezamenlijke dan wel één op één activiteiten buiten de deur te ondernemen.
De vader kan zich vinden in het advies van de raad. Hij heeft daarom zelfstandig het verzoek ingediend om de zorgregeling te wijzigen en conform het advies van de raad vast te stellen.
Hoewel de moeder tevreden is met het verloop van de huidige zorgregeling, kan zij zich ook vinden in het advies van de raad de huidige zorgregeling uit te breiden met drie uur, tot 19.00 uur.
De rechtbank constateert dat beide ouders zich kunnen vinden in het advies van de raad en het erover eens zijn dat de huidige zorgregeling uitgebreid kan worden met drie uur, tot na het avondeten. De rechtbank zal daarom het desbetreffende verzoek van de vader toewijzen onder afwijzing van het verzoek van de moeder. Daarnaast zal de rechtbank, in navolging van het advies van de raad en door de vader is verzocht, een belregeling vaststellen, omdat de moeder hiertegen geen bezwaar heeft geuit en de rechtbank deze in het belang van de kinderen vindt.
Ten overvloede wijst de rechtbank de ouders erop dat in lijn met wat in het kader van de (afwijzing van de) ondertoezichtstelling is overwogen, de problematiek die bij de kinderen en bij de ouders speelt nog steeds zorgelijk is en een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen vormt. Gebleken is dat er een loyaliteitsconflict is ontstaan waarbij de kinderen op dit moment geen onbelast contact met hun vader kunnen hebben. Een vorm van hulpverlening voor de kinderen is hiervoor aangewezen. De kinderrechter achtte inzet van hulpverlening in het gedwongen kader op dit moment niet noodzakelijk, maar heeft de ouders, in het bijzonder de moeder, nadrukkelijk mee gegeven dat zij zich wel moeten gaan inzetten om de kinderen op het juiste moment passende hulp te bieden.
Kindbrief
De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de hoogte gesteld van de beslissing met de volgende brief:
“Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Wij hebben gepraat over hoe het gaat bij jullie vader en moeder. En of jullie meer of langer dan nu bij jullie vader willen zijn. Jullie hebben allebei gezegd dat jullie dat niet willen. Jullie vertelden mij dat je je bij je vader niet op je gemak voelt omdat hij nare dingen vroeger heeft gedaan. En dat hij soms nu ook nog vervelend doet. Omdat jullie je niet op je gemak voelen, duurt de tijd lang voordat jullie weer naar je moeder gaan.
Ik heb erover nagedacht, en ik vind dat jullie, als jullie naar je vader gaan, toch voor het avondeten moeten blijven. Als jullie wat langer daar zijn, denk ik dat het gezelliger kan worden omdat er dan geen haast is. Dan kunnen jullie vaker iets leuks, ook buiten de deur, doen met z’n allen. Dus ook met [minderjarige 3] en [minderjarige 4] erbij. Dat is wat jullie vader graag wil, en ook vind de Raad voor de Kinderbescherming dat een goed idee. Ik hoop dat jullie op die manier in de komende tijd leuke dingen gaan meemaken met jullie vader en dat jullie je daarna ook wat meer op je gemak gaat voelen bij hem.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter”
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
23 augustus 2022 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
bij de vader zullen zijn om het weekend op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen om 09.30 uur bij de moeder zal ophalen en de moeder de kinderen om 19.00 uur bij de vader zal ophalen;
bepaalt dat de hiervoor genoemde kinderen op de volgende momenten met de vader zullen bellen:
en verklaart deze zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 augustus 2026.