ECLI:NL:RBDHA:2026:25509

ECLI:NL:RBDHA:2026:25509

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer C/09/708158 / FA RK 26-6635
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen; uitsluitend gebruik echtelijke woning, toevertrouwing kind, voorlopige zorgregeling en voorlopige kinderalimentatie

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 30 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G. Koyak te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

- Partijen zijn op [datum] 1991 te [plaats 1] met elkaar gehuwd.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats].

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt er– na aanvulling – toe dat:

- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres] te [plaats 2], met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten, dan wel dient te ontruimen, en verder niet mag betreden;

- [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [minderjarige] wordt vastgesteld, in die zin dat [minderjarige] en de man voorlopig op de zaterdag na voetbal en op de zondag voor een paar uur contact hebben met elkaar, op nader in overleg met [minderjarige] te bepalen tijden;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 458,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van datum van de beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe om de verzoeken van de vrouw te beoordelen.

De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.

Toevertrouwing [minderjarige] en uitsluitend gebruik van de echtelijke woning

De rechtbank zal de verzoeken ten aanzien van het toevertrouwen van [minderjarige] en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning samen beoordelen, omdat de hierna te noemen omstandigheden voor beide verzoeken van belang zijn.

De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoeken het volgende aangevoerd. Tijdens het huwelijk heeft de vrouw voornamelijk de zorg voor [minderjarige] gedragen. De vrouw vindt het belangrijk dat [minderjarige] in haar vertrouwde omgeving kan blijven. Daarnaast woont de meerderjarige zoon van partijen, [meerderjarige], ook nog in de echtelijke woning. [meerderjarige] lijdt aan neuropathie, waardoor hij (vaak) een grote zorgbehoefte heeft. Hij heeft binnenkort een genetisch onderzoek, waarop hij zich in alle rust dient voor te bereiden. Volgens de vrouw bestaat er in de huidige situatie veel spanning tussen partijen. Hier hebben zowel [meerderjarige] als [minderjarige] last van. Het is dan ook in het belang van de kinderen dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw wordt toegekend, zodat zij met de kinderen in die woning kan blijven.

De man heeft op de zitting verweer gevoerd. Hij kan zich er op zich in vinden dat de vrouw met [minderjarige] en [meerderjarige] in de woning blijft, maar stelt dat hij geen alternatieve plek heeft om naartoe te gaan. De man wil dan ook met de vrouw (en [minderjarige] en [meerderjarige]) in de echtelijke woning blijven totdat hij een eigen woonruimte heeft gevonden.

De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft niet betwist dat de vrouw de hoofdverzorger van [minderjarige] is. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige] aan de vrouw moet worden toevertrouwd. De rechtbank overweegt verder dat de vrouw heeft aangevoerd dat de spanning tussen partijen een negatieve weerslag heeft op de kinderen. Zo doen zij vaak hun deur dicht of een koptelefoon op om zich van de spanning in de woning af te sluiten. Daarbij is [meerderjarige], hoewel hij inmiddels meerderjarig is, deels afhankelijk van de vrouw vanwege zijn ziekte. De rechtbank vindt het belangrijk dat zowel [minderjarige] als [meerderjarige] in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven en dat zij niet langer last ondervinden van de spanningen tussen partijen. De rechtbank zal daarom beslissen dat de vrouw met de kinderen in de echtelijke woning blijft en dat de man deze zal moeten verlaten.

De rechtbank begrijpt dat het voor de man moeilijk is om op korte termijn een woning te vinden. Ook de vrouw heeft daar begrip voor. Zij vindt het echter wel van belang dat de rechtbank een datum bepaalt waarop de man uiterlijk de echtelijke woning moet hebben verlaten. Daarom heeft de vrouw er op de zitting mee ingestemd dat de man tot 1 oktober 2026 de tijd krijgt om een alternatieve woonruimte te vinden. De rechtbank volgt de vrouw en zal bepalen dat de man de woning uiterlijk op 1 oktober 2026 moet hebben verlaten. De rechtbank gaat ervan uit dat de man in de komende periode stappen zet in het verkrijgen van een eigen woonruimte. Daarbij heeft de vrouw op de zitting aangegeven dat de man – in het geval hij vóór 1 oktober 2026 nog geen alternatieve woonruimte heeft gevonden – tijdelijk bij één van de meerderjarige kinderen van partijen kan verblijven.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen. De rechtbank zal ook afwijzen het verzoek om te bepalen dat de man de woning dient te ontruimen, nu artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet voorziet in een dergelijke bepaling.

Voorlopige zorgregeling

Op de zitting heeft de rechtbank met partijen gesproken over de voorlopige zorgregeling ten aanzien van [minderjarige]. Partijen zijn het erover eens dat er geen voorlopige zorgregeling moet worden vastgelegd, anders dan dat [minderjarige] in onderling overleg met de man contactmomenten tussen hen afspreekt.

De rechtbank zal voorgaande in deze beschikking vastleggen en voegt daaraan toe dat als uitgangspunt geldt dat [minderjarige] en de man één keer per week contact hebben met elkaar.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 458,- per maand vast te stellen ten behoeve van [minderjarige]. Daarbij heeft de vrouw een berekening gemaakt. In die berekening heeft zij rekening gehouden met een inkomen van € 1.584,- bruto per maand, inclusief vakantiegeld, aan haar zijde. Het inkomen van de man heeft zij geschat op € 4.000,- bruto per maand, inclusief vakantiegeld.

De man heeft op de zitting aangegeven dat hij werkt als elektricien en dat hij inderdaad ongeveer € 4.000,- bruto per maand verdient. Ook heeft hij op de zitting aangegeven – zo begrijpt de rechtbank – dat hij geen ‘last’ heeft van het betalen van de kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige].

Omdat de man geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de voorlopige kinderalimentatie, zoals berekend door de vrouw, en hij heeft aangegeven ongeveer € 4.000,- bruto per maand te verdienen, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw – in het belang van [minderjarige] – toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige, [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te [plaats 2], en beveelt mitsdien dat de man die woning met ingang van 1 oktober 2026 dient te verlaten en verder niet mag betreden zonder toestemming van de vrouw;

*

stelt een voorlopige zorgregeling vast, inhoudende dat de man en [minderjarige] in onderling overleg contact hebben met elkaar, waarbij als uitgangspunt geldt dat zij elkaar (minimaal) één keer per week zien;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 4 augustus 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 458,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.L. Strop

Griffier

  • mr. F.M. Wijvekate

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand