ECLI:NL:RBDHA:2026:25525

ECLI:NL:RBDHA:2026:25525

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-08-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer C/09/702616 / FA RK 26-3264
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Informele rechtsingang

Uitspraak

Informele rechtsingang

Beschikking naar aanleiding van de op 1 april 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige],

hierna te noemen: [minderjarige],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

en

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft op 1 april 2026 de brief ontvangen die [minderjarige] met hulp van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel heeft gestuurd.

Op 26 mei 2026 heeft [minderjarige] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.

Bij brief van 27 mei 2026 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.

De zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Hierbij zijn verschenen de moeder en de vader. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is niemand verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest tot [datum] 2013.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats].

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.

- Bij beschikking van 11 februari 2022 van deze rechtbank is – onder meer – een door partijen ondertekend ouderschapsplan aan die beschikking gehecht. Hierin zijn partijen – voor zover van belang – overeengekomen dat [minderjarige] het eerste en derde weekend van de maand naar de vader gaat van zaterdagochtend tot maandagochtend. Ook zijn partijen overeengekomen dat zij streven naar een 50/50 verdeling voor wat betreft de vakanties en dat zij daar in onderling overleg naartoe zullen werken.

Aanvraag

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om de zorgregeling te wijzigen in die zien dat zij minder of niet meer naar haar vader hoeft te gaan.

Beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 4 in samenhang met artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige ambtshalve een beslissing nemen over onder andere de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling).

Inhoudelijke beoordeling

In haar brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] aangegeven dat zij de huidige zorgregeling niet fijn vindt. Zij wil niet meer bij haar vader slapen. Ook wil zij voortaan zelf bepalen wanneer zij naar haar vader toegaat.

Tijdens de zitting is het de kinderrechter duidelijk geworden dat de ouders naar aanleiding van de uitnodiging van de rechtbank voor de zitting met elkaar hebben gesproken over de wens van [minderjarige]. De ouders zijn tot de conclusie gekomen dat [minderjarige] het naar haar vader ‘moeten’ niet fijn vindt. Daarom hebben de ouders met elkaar en met [minderjarige] afgesproken dat zij niet meer bij de vader hoeft te slapen en dat er voortaan op aangeven van [minderjarige] contactmomenten tussen haar en de vader zullen worden afgesproken. Daarbij is het streven dat [minderjarige] en de vader twee keer per maand contact hebben met elkaar / wat leuks doen met elkaar. Volgens de ouders heeft deze afspraak [minderjarige] veel rust gebracht.

De kinderrechter prijst de ouders dat zij in onderling overleg, en in het belang van [minderjarige], zelf afspraken hebben kunnen maken. Het is goed om te constateren dat de ouders de mening van [minderjarige] serieus hebben genomen en daarover met elkaar in overleg zijn getreden. De kinderrechter ziet ambtshalve aanleiding om de afspraak tussen de ouders vast te leggen, omdat het een wijziging is van de zorgregeling, zoals de ouders die in het ouderschapsplan zijn overeengekomen.

Brief voor [minderjarige]

De kinderrechter heeft in een brief aan [minderjarige] uitgelegd wat de beslissing is op het door haar gedane verzoek. Op de dag dat de beschikking verzonden wordt, zal ook deze brief verzonden worden. De inhoud ervan luidt als volgt.

Beste [minderjarige],

Je hebt eerder dit jaar een brief geschreven aan de rechtbank en daarna spraken we elkaar. Je hebt duidelijk geschreven en ook verteld hoe het contact met je vader voor jou was en dat je het graag anders wil. Ik heb je verteld dat ik je ouders zou uitnodigen om over jouw situatie te spreken en dat gesprek is vorige week geweest. Als het goed is hebben jouw ouders al laten weten wat er in de rechtbank is besproken, maar ik vind het belangrijk om dat ook zelf aan je te laten weten. Daarom schrijf ik je deze brief.

Ik heb tijdens de zitting met je ouders gesproken over de situatie die er nu is. Het was goed voor mij om te zien dat je ouders in de zaal naast elkaar gingen zitten. De meeste ouders die in de rechtbank komen hebben zoveel ruzie met elkaar dat ze niet naast elkaar kunnen zitten. Je ouders vertelden dat ze vroeger ook veel ruzie hebben gehad en toen eigenlijk niet goed met elkaar konden praten, maar nu is dat dus anders.

Je ouders vertelden ook dat ze door de uitnodiging van de rechtbank met elkaar zijn gaan praten en dat ze afspraken hebben gemaakt. Je vader heeft verteld dat hij niet wil dat je het gevoel hebt dat je iets moet. Hij vindt het daarom prima dat de regeling zo wordt dat jij samen met hem afspreekt wanneer en hoe lang er contact zal zijn. Hij heeft ook gezegd dat het prima is als je niet bij hem wil overnachten. Je ouders hebben afgesproken dat zij het allebei een goed idee vinden als er in principe twee keer in de maand contact is en dat jij dus samen met je vader afspreekt wanneer dat zal zijn. Eigenlijk zegt je vader daarmee dat hij in principe alles goed vindt, als er maar regelmatig contact blijft.

Ik heb daarom beslist dat de oude regeling wordt vervangen door een regeling waarbij er in principe twee keer in de maand contact is en waarbij jij aangeeft en met je vader afspreekt wanneer dat is.

Bedankt voor ons prettige gesprek. Ik wens je verder een fijne zomer en alvast veel succes volgend schooljaar. Ik wil je als laatste nog laten weten dat ik de inhoud van deze brief in de beslissing voor je ouders heb gezet, zodat ze weten wat ik jou heb geschreven.

Met vriendelijke groet,

de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 11 februari 2022 van deze rechtbank, waaraan het door de ouders ondertekende ouderschapsplan is gehecht –:

*

bepaalt dat er op aangeven van [minderjarige] contactmomenten tussen haar en de vader worden afgesproken, waarbij het streven is dat zij twee keer per maand contact hebben met elkaar / wat leuks doen met elkaar;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.L. Strop

Griffier

  • mr. F.M. Wijvekate

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand