ECLI:NL:RBDHA:2026:25556

ECLI:NL:RBDHA:2026:25556

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer NL26.30397 en NL26.30399
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Dublin Frankrijk. Bevoegdheid, Casematcher, AI. Interstatelijk vertrouwen – AIDA-rapport mei 2026. Artikel 17 Dvo. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.30397 en NL26.30399

[eiser] , eiser

Mede namens hun minderjarige kinderen

[kind 1] en [kind 2],

tezamen: eisers

V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] (eiseres en eiser)

(gemachtigde: mr. E. Ceylan),

en

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Met twee besluiten van 29 mei 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft de beroepen op 26 augustus 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [datum 1] 2000. Eiser is geboren op [datum 2] 1996. Hun kinderen zijn geboren op [datum 3] 2017 ( [kind 1] ) en [datum 4] 2025 ( [kind 2] ). Zij hebben alle vier de Sierra Leoonse nationaliteit. Op 25 maart 2026 hebben zij een asielaanvraag ingediend in Nederland.

2. Verweerder heeft de asielaanvragen niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. Uit Eurodac is gebleken dat eisers op 4 oktober 2023 in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend. Nederland heeft daarom op 20 april 2026 de autoriteiten van Frankrijk verzocht om eisers terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. De Franse autoriteiten hebben dit verzoek op 4 mei 2026 geaccepteerd.

3. Eisers hebben tegen de bestreden besluiten aangevoerd dat deze niet ondertekend zijn, waardoor zij niet kunnen nagaan of de besluiten zijn opgesteld en genomen door een bevoegde ambtenaar. Daarnaast is verweerder onvoldoende transparant over het gebruik van AI en Casematcher bij de totstandkoming van de besluiten. Daarom dienen de besluiten volgens eisers vernietigd te worden. Verder heeft verweerder ten onrechte [kind 1] niet aangeboden te worden gehoord of zijn mening kenbaar te maken. Daarbij wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025, IB 2025/38, artikel 3 en 12 van het IVRK en de General Comment 12 van het VN Comité voor de Rechten van het Kind uit 2009. Verder stellen eisers, onder verwijzing naar het AIDA-rapport van mei 2026, dat ten aanzien van Frankrijk niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Tot slot stellen zij dat verweerder ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van de Dublinverordening.

De rechtbank oordeelt als volgt.

De bevoegdheid van de betrokken ambtenaren

4. De rechtbank constateert dat onder de bestreden besluiten de naam van de betrokken medewerker staat vermeld. Ook is vermeld bij welke directie de medewerker werkzaam is. De rechtbank acht daarmee voldoende controleerbaar dat het besluit herleidbaar is tot een bevoegde ambtenaar. Het enkele feit dat in de bestreden besluiten staat vermeld dat deze automatisch zijn verstuurd, betekent niet dat deze onzorgvuldig tot stand zijn gekomen of niet door een bevoegde medewerker zijn genomen.

Het gebruik van AI en Casematcher

5. De rechtbank stelt voorop dat de relevantie van de aangevoerde gronden die zien op het (vermeende) gebruik van AI en Casematcher door verweerder twijfelachtig is. Verweerder is immers verantwoordelijk voor de inhoud van zijn eigen besluitvorming, of er nu gebruik wordt gemaakt van AI of Casematcher of niet. Los daarvan heeft verweerder aangegeven dat in dit geval geen gebruik is gemaakt van Casematcher. Ter onderbouwing zijn twee ontkennende verklaringen overgelegd van de medewerkers die de voornemens en de bestreden besluiten hebben genomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze verklaringen te twijfelen. De rechtbank volgt eisers evenmin in hun stelling dat in de besluitvorming gebruik is gemaakt van AI, nu zij deze stelling niet afdoende hebben onderbouwd.

Het horen van [kind 1]

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht geen aanleiding heeft gezien [kind 1] te horen. Hij is pas 9 jaar. De Afdelingsuitspraak van 20 augustus 2025 en IB 2025/38 waar eisers aan refereren, hebben betrekking op kinderen van 12 tot 15 jaar. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat het horen van een kind onder de 12 jaar, zeker in Dublinprocedures, niet in het belang van het kind wordt geacht. Eiser en eiseres hebben hun standpunt bovendien mede namens hun kinderen naar voren kunnen brengen. Niet concreet is gemaakt over welke andere informatie [kind 1] beschikte en waarom die informatie niet op een andere wijze, bijvoorbeeld schriftelijk, naar voren kon worden gebracht. Een schriftelijke verklaring van [kind 1] is echter niet overgelegd. Ook is niet gebleken dat de belangen van de kinderen anderszins onvoldoende bij de besluitvorming zijn betrokken.

Het interstatelijk vertrouwensbeginsel

7. De Afdeling heeft op 31 juli 2025 geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Frankrijk nog altijd kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eisers om aan de hand van objectieve informatie aannemelijk te maken dat aanleiding bestaat om niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit te gaan. Eisers zijn daarin niet geslaagd. Zij hebben gewezen op het AIDA-rapport van mei 2026, waaruit volgt dat het percentage personen in de Dublinprocedure (inclusief Dublinterugkeerders zoals eisers) dat werd opgevangen is gedaald van 29,6% (eind 2023) naar 20,9% (eind 2025). De Afdeling heeft in een uitspraak van 20 augustus 2026 echter geoordeeld dat dit AIDA-rapport geen wezenlijk ander beeld schetst van de opvang van asielzoekers in Frankrijk dan volgt uit de landeninformatie die al bij de uitspraak van 31 juli 2025 is betrokken. Eisers hebben hiermee dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico lopen op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Verweerder mocht dus uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

8. Eisers stellen dat zij in Frankrijk uit de opvang zijn gezet en op straat moesten leven. Dat zij de opvang moesten verlaten, was echter het gevolg van het feit dat zij uitgeprocedeerd waren in Frankrijk. De huidige situatie is anders, aangezien zij terugkeren als Dublinclaimanten. Het is aan eisers om zich te wenden tot de Franse autoriteiten bij het uitblijven van opvang. De Franse autoriteiten hebben immers met het claimakkoord gegarandeerd het verzoek van eisers om internationale bescherming in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Niet gebleken is dat klagen over het eventuele uitblijven van opvang voor hen niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.

9. Eerst ter zitting hebben eisers zich op het standpunt gesteld dat eiser als extra kwetsbaar moet worden aangemerkt en dat er daarom individuele garanties moeten worden gevraagd voor overdracht aan Frankrijk. Naar het oordeel van de rechtbank verzet de goede procesorde zich ertegen dat deze nieuwe beroepsgrond bij de beoordeling wordt betrokken. Het is niet aannemelijk dat eisers dit niet eerder hadden kunnen aanvoeren. De rechtbank laat deze beroepsgrond dan ook buiten beschouwing.

Artikel 17 van de Dublinverordening

10. De rechtbank stelt voorop dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de toepassing van de bevoegdheid die hij op grond van artikel 17 van de Dublinverordening heeft, zodat zij terughoudend toetst of verweerder gebruik had moeten maken van die mogelijkheid. In dit geval heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de omstandigheden van eisers geen aanleiding vormen om de asielaanvragen onverplicht aan zich te trekken. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor de overdracht van eisers aan Frankrijk van onevenredige hardheid getuigt.

Conclusie en gevolgen

11. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. De bestreden besluiten blijven in stand. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 2 september 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand