ECLI:NL:RBDHA:2026:25557

ECLI:NL:RBDHA:2026:25557

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer NL25.12424
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. Tolk. Problemen met MIT niet geloofwaardig. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.12424

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Heida),

en

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Met het besluit van 27 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2026 in Breda op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1999 en heeft de Turkse nationaliteit. Op 21 november 2023 heeft hij een asielaanvraag ingediend in Nederland.

2. Met het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De door eiser gestelde problemen met de Turkse inlichtingendienst (Millî İstihbarat Teşkilâtı (MIT)) worden door verweerder niet geloofwaardig geacht.

3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat hij tijdens het nader gehoor ten onrechte is gehoord in het Koerdisch (Kurmanji). Er was een registertolk Turks gereserveerd, deze tolk is desondanks in het Koerdisch gaan vertalen. Bovendien is het onduidelijk of de tolk ook registertolk Koerdisch is. Eiser heeft direct aangegeven dat zijn Koerdisch niet zo goed is, hij kan zich in die taal niet helemaal goed uitdrukken. Uit de correcties en aanvullingen op het verslag van het nader gehoor blijkt ook dat eiser diverse vragen niet goed heeft begrepen en dat zijn antwoorden niet altijd goed zijn vertaald. Eiser is hierdoor dan ook in zijn belangen geschaad. Verder voert eiser aan dat verweerder ten onrechte tegenwerpt dat hij geen documenten heeft overgelegd om zijn asielrelaas te onderbouwen. Hij legt alsnog een rapport over van de medische behandeling die hij heeft ondergaan naar aanleiding van de steekwonden die hem tijdens de ontvoering door MIT zijn toegebracht. Eiser heeft ook afdoende uitgelegd waarom hij de aangifte die hij na zijn ontvoering heeft gedaan niet kan verkrijgen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eiser geacht wordt deze uit de digitale (overheids)systemen e-Devlet of UYAP te kunnen halen. Tot slot stelt eiser dat zijn verklaringen over de problemen met MIT voldoende duidelijk zijn. De verklaringen zijn ook in lijn met de informatie uit het Ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken (Ambtsbericht) over Turkije van februari 2025, waaruit volgt dat familieleden van HDP-leden worden lastiggevallen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

De tolk tijdens het nader gehoor

4. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat de tolk die aanwezig was tijdens het nader gehoor ook registertolk Koerdisch is. De rechtbank ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen. Daarnaast is niet gebleken dat eiser zijn relaas tijdens het nader gehoor onvoldoende naar voren heeft kunnen brengen. Tijdens het gehoor is herhaaldelijk aan eiser gevraagd of hij de tolk nog goed kon verstaan en begrijpen en hij heeft die vraag steeds bevestigend beantwoord. Op pagina 17 van het verslag van het gehoor is er weliswaar een moment waarop de tolk aangeeft dat hij eiser niet begrijpt en geen goede vertaling kan geven, maar vervolgens is de vraag door de hoormedewerker nogmaals op een andere wijze gesteld. Eiser kon toen wel antwoord geven op de vraag. Dit duidt er op dat er zorgvuldig is gehandeld tijdens het gehoor. Er is dan ook geen reden om te concluderen dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid vanwege het feit dat er in het Koerdisch is gesproken en getolkt in plaats van in het Turks.

De geloofwaardigheid van de problemen met MIT

5. In de arresten van 4 juni 2026 in de zaken Ebilum en Quotalheeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten naar de relevante feitelijke elementen van een zaak. De rechtbank zal daarom alle onderdelen van het besluit over de geloofwaardigheid vol toetsen.

6. Voor wat betreft de gestelde problemen met MIT geldt dat documenten een onderdeel van de geloofwaardigheidstoets vormen. Eiser dient dan ook inspanningen te verrichten om de benodigde documenten te verkrijgen.

7. In beroep heeft eiser een medisch stuk overgelegd ter onderbouwing van de verklaring dat hij tijdens de ontvoering door MIT verwondingen heeft opgelopen. Uit het stuk blijkt echter alleen dat eiser zich bij de kliniek heeft gemeld met twee steek-/snijverwondingen; er staat niets in over de toedracht van deze verwondingen. Ook strookt de inhoud van dit stuk niet met de verklaringen die eiser tijdens het nader gehoor heeft afgelegd. Verweerder heeft er ter zitting terecht op gewezen dat in het stuk 3 december 2022 als opnamedatum en 6 december 2022 als ontslagdatum wordt genoemd. Tijdens het AVIM gehoor van 21 november 2023 heeft eiser echter verklaard dat het incident (de verwonding door MIT) ongeveer anderhalf jaar daarvoor, dus in mei 2022, heeft plaatsgevonden en dat hij anderhalve week op de intensive care heeft gelegen. Tijdens het nader gehoor heeft hij verklaard dat hij in juli of augustus 2022 is ontvoerd door MIT. Deze verklaringen stroken niet met elkaar. Daarnaast heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat hij door een ambulance naar het ziekenhuis is gebracht, terwijl in het overgelegde stuk staat dat eiser heeft verklaard dat hij zelf naar het ziekenhuis is gelopen. Het overgelegde stuk vormt dan ook geen onderbouwing van het relaas van eiser.

8. Voor wat betreft de aangifte die eiser zou hebben gedaan na de gestelde ontvoering door MIT geldt dat de rechtbank niet aannemelijk acht dat deze in UYAP staat. Zoals eiser ter zitting terecht heeft gesteld bevat UYAP informatie over gerechtelijke procedures, maar zover is het bij eiser niet gekomen. Hij heeft alleen aangifte gedaan bij de politie. Eiser heeft tijdens het nader gehoor echter wel verklaard dat hij de aangifte kan opzoeken in e-Devlet. Gelet op de inspanningsplicht die op eiser rust, was het dan ook aan hem om ervoor te zorgen dat hij weer toegang had tot dat systeem. Daarbij komt dat niet is gebleken dat eiser op een andere wijze heeft geprobeerd de aangifte te verkrijgen, bijvoorbeeld met behulp van derden zoals een advocaat. De stelling dat de aangifte alleen in persoon opgevraagd kan worden, kan zonder nadere onderbouwing niet worden gevolgd.

9. Verder is de rechtbank met verweerder van oordeel dat de verklaringen van eiser over de gestelde problemen vaag en summier zijn. Zo kan hij weinig vertellen over de HDP en wat zijn familieleden precies voor de HDP doen. Daarnaast zou eiser door MIT ontvoerd en mishandeld zijn omdat hij documenten van zijn familieleden zou moeten verkrijgen, maar eiser noch zijn familie weet om welke documenten het gaat. Eiser heeft geen enkel onderzoek gedaan om duidelijkere antwoorden te kunnen geven op de vragen die verweerder hierover heeft gesteld, terwijl de gestelde problemen met MIT de reden zijn voor zijn vlucht uit Turkije. Verweerder heeft de door eiser gestelde problemen met MIT dan ook terecht niet geloofwaardig geacht.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 2 september 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. A.J.J. Sterks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand