ECLI:NL:RBDHA:2026:25562

ECLI:NL:RBDHA:2026:25562

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer NL25.59694
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Somalië, de minister heeft het asielrelaas van eiseres terecht ongeloofwaardig geacht, eiseres kan niet worden aangemerkt als alleenstaande vrouw aangezien de moord op haar vader en de verdwijning van haar moeder ongeloofwaardig zijn bevonden, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59694

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 november 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en M. Gure als tolk. Namens de minister is niemand verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

6. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat zij op haar veertiende is uitgehuwelijkt aan haar echtgenoot. Gedurende het huwelijk is eiseres door haar echtgenoot mishandeld, verkracht en vernederd. Toen de vader van eiseres dit ontdekte, eiste hij een scheiding. In diezelfde maand werd hij vermoord door de echtgenoot van eiseres. Kort daarna verdween ook de moeder van eiseres. Ook dreigde de echtgenoot eiseres zelf te vermoorden. In februari 2022 is eiseres met behulp van haar vriendin [naam] gevlucht uit haar dorp [plaats 1] . Zij heeft vijf maanden in [plaats 2] verbleven om vervolgens, samen met de zus en de moeder van [naam] , naar Turkije te vluchten. Bij terugkeer vreest eiseres vermoord te worden door haar man.

Het bestreden besluit

7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

8. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste asielmotief geloofwaardig is. Het tweede asielmotief vindt de minister niet geloofwaardig omdat de verklaringen van eiseres over dit asielmotief volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In dit kader werpt de minister allereerst tegen dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over haar uithuwelijking. De minister ziet niet in waarom eiseres amper informatie kan verstrekken over de totstandkoming van de uithuwelijking. Ten tweede vindt de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de houding van haar vader betreffende de mishandeling, verkrachting en vernedering door haar gestelde echtgenoot. In dit kader werpt de minister ook tegen dat eiseres wisselend heeft verklaard over hoe vaak zij haar vader heeft verteld over de mishandelingen. Ten derde werpt de minister tegen dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de moord op haar vader en de daaruit voortvloeiende gebeurtenissen. De minister vindt het niet logisch dat eiseres de gebeurtenissen rondom de moord op haar vader niet heeft uitgezocht en enkel van verklaringen van een ander is uitgegaan. Ten vierde vindt de minister de verklaringen van eiseres over haar periode in [plaats 2] onlogisch en tegenstrijdig. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard dat zij over het algemeen bij [naam] moeder verbleef en af en toe verplaatst werd naar anderen, en anderzijds dat zij om de paar dagen naar een andere plek werd gebracht. Ook heeft eiseres enerzijds verklaard dat zij het telefoonnummer van [naam] is kwijtgeraakt, en anderzijds dat zij [naam] telefoonnummer nooit heeft gehad. Ten slotte werpt de minister tegen dat eiseres vaag heeft verklaard over de verdwijning van haar moeder. Eiseres heeft namelijk niets kunnen verklaren over de redenen van het vertrek van haar moeder, waar zij naartoe is gegaan en waarom eiseres haar nooit heeft geprobeerd te lokaliseren. De minister concludeert dat eiseres niet voldoet aan voorwaarde c van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Het tweede asielmotief is daarom volgens de minister niet geloofwaardig.

9. De minister heeft het geloofwaardige asielmotief (asielmotief 1) beoordeeld op zwaarwegendheid. In dit kader stelt de minister zich op het standpunt dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat zij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt zoals bedoeld in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). De minister volgt de verklaringen van eiseres, dat haar vader is vermoord en haar moeder is verdwenen, namelijk niet. Bovendien heeft eiseres verklaard dat zij tot de Darood-stam behoort, wat een grote clan is uit de regio van eiseres. De minister neemt daarom aan dat eiseres kan terugvallen op haar stam voor opvang en bescherming. Gelet hierop, concludeert de minister dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.

10. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres komt niet uit een gebied waar Al-Shabaab aan de macht is en kan terugreizen naar haar woonplaats zonder door Al-Shabaab-gebied te hoeven reizen. Ook overweegt de minister dat in de regio van eiseres sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld, waardoor eiseres met individuele omstandigheden moet aantonen dat zij persoonlijk risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Hierin is eiseres volgens de minister niet geslaagd. De minister concludeert daarom dat eiseres ook niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.

Het toetsingskader

11. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact in werking getreden. In dat kader is

de Vreemdelingenwet 2000 met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact

2026 (de Uitvoerings- en implementatiewet) gewijzigd. Op grond van artikel IX, zesde lid,

onder b, van de Uitvoerings- en implementatiewet, zijn de artikelen van de

Vreemdelingenwet 2000 zoals deze gold tot 12 juni 2026 op de aanvraag van eiseres van toepassing omdat deze aanvraag is ingediend vóór 12 juni 2026. In deze uitspraak hebben de

verwijzingen naar de Vreemdelingenwet 2000 dan ook betrekking op de wetsversie die

geldig was tot 12 juni 2026.

De beroepsgronden

12. Eiseres is van mening dat de minister het tweede asielmotief ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Hiertoe voert eiseres het volgende aan. Ten aanzien van de tegenwerping dat zij niet aannemelijk heeft verklaard over haar uithuwelijking, voert eiseres aan dat de minister hiermee miskent dat zij destijds 14 jaar oud was, tegen haar wil werd uitgehuwelijkt, altijd binnenshuis verbleef en alleen naar buiten mocht om het vee te voeren. Eiseres was bang voor haar man, waardoor zij niet in de positie was om vragen te stellen. Ook zag eiseres zelden andere mensen. Zij had dus ook geen andere mogelijkheid om informatie over haar uithuwelijking te verkrijgen. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de houding van haar vader, wijst eiseres er nogmaals op dat zij van haar echtgenoot geen contact met andere mensen mocht onderhouden. Eiseres benadrukt dat zij haar vader meerdere keren heeft willen vertellen dat zij slecht werd behandeld door haar echtgenoot, maar dat zij daartoe maar één keer daadwerkelijk de kans heeft gehad. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres niet aannemelijk heeft verklaard over de moord op haar vader, betoogt eiseres dat zij hierover geen informatie heeft ingewonnen uit angst voor haar echtgenoot. Bovendien had eiseres geen reden om extra informatie in te winnen. Voor haar was het immers duidelijk dat haar echtgenoot haar vader had vermoord. Dit had haar echtgenoot zelf bevestigd. Dat zij niet heeft geprobeerd om meer te weten te komen over de moord op haar vader, kan haar daarom niet worden tegengeworpen. Ten aanzien van de tegenwerping dat eiseres onlogisch en tegenstrijdig heeft verklaard over de periode in [plaats 2] , betoogt eiseres dat zij in [plaats 2] nooit het telefoonnummer van [naam] had. Pas toen zij naar Turkije vertrok, kreeg zij het telefoonnummer op een briefje omdat zij geen telefoon had.

13. Eiseres voert verder aan dat de minister haar ten onrechte niet aanmerkt als alleenstaande vrouw. Zij voldoet immers aan de voorwaarden genoemd in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc. Zij heeft te vrezen voor haar echtgenoot, heeft geen grootfamilie waarop zij kan terugvallen en heeft geen contact gehad met haar clan. Bescherming vragen van haar clan zou bovendien nutteloos zijn, omdat zij haar terug zouden sturen naar haar man.

Het oordeel van de rechtbank

14. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen beroepsgrond heeft gericht tegen de tegenwerping van de minister dat zij vaag heeft verklaard over de verdwijning van haar moeder. De rechtbank gaat er vanuit dat dit punt niet in geschil is.

15. De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres op bepaalde punten wisselend en/of tegenstrijdig heeft verklaard. In het aanmeldgehoor en in het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat zij meermaals aan haar vader heeft verteld dat zij werd mishandeld. Zo verklaarde eiseres tijdens haar aanmeldgehoor: “Ik rende steeds naar mijn vader om te klagen, maar hij zei altijd dat dit allemaal een leugen was”. Tijdens het nader gehoor verklaarde eiseres: “Ik had het vaak aan mijn vader verteld dat ik geslagen was”. Echter, tijdens het nader gehoor is aan eiseres gevraagd hoe vaak zij bij haar vader haar verhaal heeft gedaan. Hierop antwoordde zij: “Ik heb het één keer verteld dat ik het moeilijk heb met deze man.” De minister heeft dit kunnen tegenwerpen als tegenstrijdigheid. Daarnaast heeft eiseres in het aanvullend gehoor enerzijds verklaard dat zij in [plaats 2] over het algemeen bij [naam] moeder verbleef en slechts heel af en toe verplaatst werd naar iemand anders, en anderzijds dat zij om de paar dagen naar een andere schuilplaats gebracht moest worden. Ook deze wisselende verklaringen heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen. Ten slotte heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over het al dan niet beschikking over het telefoonnummer van [naam] . Immers, in het nader gehoor verklaarde eiseres: “Ik had wel telefonisch contact met haar. Ik raakte daarna haar telefoonnummer kwijt en ik heb sindsdien geen contact meer met haar”. In het aanvullend gehoor heeft eiseres verklaard dat zij geen telefoon had en ook niet [naam] nummer had meegenomen nadat zij vertrok uit [plaats 2] en dat zij dus nooit meer contact met [naam] heeft gehad sinds haar vertrek uit [plaats 2] . Voor al deze wisselende en/of tegenstrijdige verklaringen geldt dat eiseres deze niet heeft gecorrigeerd middels de correcties en aanvullingen.

16. Ten aanzien van de overige tegenwerpingen overweegt de rechtbank als volgt. Hoewel het, gelet op de leeftijd en het opleidingsniveau van eiseres, begrijpelijk is dat zij niet alles tot in detail over de uithuwelijking, de houding van haar vader en de moord op haar vader kan vertellen, volgt de rechtbank de minister in zijn standpunt dat eiseres weinig informatie heeft kunnen verschaffen over deze essentiële aspecten in haar asielrelaas. De minister heeft in totaal drie gehoren afgenomen met eiseres en haar daarmee voldoende in de gelegenheid gesteld om haar asielrelaas naar voren te brengen. Toch zijn de verklaringen van eiseres op voornoemde punten summier en algemeen van aard gebleven. Gelet op de stelplicht en de bewijslast, die in beginsel bij eiseres ligt, en in samenhang bezien met de tegengeworpen wisselende en tegenstrijdige verklaringen, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank het tweede asielmotief terecht ongeloofwaardig geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

17. Nu de minister het tweede asielmotief terecht ongeloofwaardig heeft bevonden, heeft de minister zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eiseres geen alleenstaande vrouw is zoals bedoeld in het beleid van de minister. Immers, nu de moord op haar vader en de verdwijning van haar moeder ongeloofwaardig zijn, voldoet eiseres niet aan de tweede voorwaarde genoemd in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc, dat eiseres geen grootfamilie heeft. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk heeft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M.M. Heppe, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Bunnik, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.S. Bunnik

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand