ECLI:NL:RBDHA:2026:25570

ECLI:NL:RBDHA:2026:25570

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-06-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer NL25.21047
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Rusland, eiseres heeft niet aan haar inspanningsverplichting voldaan vanwege agressief gedrag tijdens de gehoren, de minister heeft nagelaten om de politieke activiteiten van eiseres in samenhang te beoordelen en heeft zich daarom onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege haar politieke overtuiging, beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.21047

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),

en

(gemachtigde: J. van Raak).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Russische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 april 2025 deze aanvraag in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

5. De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S. Bos als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

6. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres was politiek actief in Rusland. Hierdoor is zij in de problemen gekomen. Zo liep er een bestuursrechtelijke zaak tegen eiseres vanwege haar eenmansprotesten. Ook loopt er nog een andere bestuursrechtelijke zaak tegen eiseres vanwege verstoring van de openbare orde bij de rechtbank omdat zij foto’s had gemaakt van haar dossier, wat niet is toegestaan. Verder is er een strafzaak tegen eiseres gestart. Eiseres vermoedt dat dit te maken heeft met een openbare brief die zij gestuurd heeft aan de gouverneur van [plaats] , waarin zij hem verzoekt om te stoppen met de oorlog. Ten slotte heeft eiseres problemen ondervonden vanwege haar etnische achtergrond, omdat haar vader Nigeriaans is.

Het bestreden besluit

7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

8. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste en het tweede asielmotief geloofwaardig zijn. Het derde en vierde asielmotief vindt de minister niet geloofwaardig. Ten aanzien van het derde en vierde asielmotief werpt de minister allereerst tegen dat eiseres niet aan haar inspanningsverplichting heeft voldaan. Eiseres heeft namelijk tijdens zowel het nader gehoor als het aanvullend gehoor storend en ongepast gedrag vertoond. Ook heeft eiseres verklaard geen interesse te hebben in de status van de bestuursrechtelijke zaak die in Rusland tegen haar zou lopen. Dat eiseres deze zaak niet volgt, vindt de minister getuigen van gebrek aan motivatie om de Nederlandse overheid een compleet beeld te geven van haar situatie in Rusland. Verder werpt de minister ten aanzien van het derde en vierde asielmotief tegen dat eiseres niet alle relevante documenten waarover zij beschikt, heeft overgelegd, en dat zij geen goede verklaring heeft gegeven voor het ontbreken daarvan. Ook werpt de minister tegen dat de verklaringen van eiseres, in het kader van het derde en vierde asielmotief, geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.

9. De minister heeft de geloofwaardige asielmotieven beoordeeld op zwaarwegendheid. In dit kader stelt de minister zich op het standpunt dat eiseres weliswaar een politieke overtuiging heeft, maar dat eiseres haar vrees voor vervolging op grond van die politieke overtuiging niet aannemelijk heeft gemaakt. Hiertoe overweegt de minister als volgt. Eiseres behoort als politiek activist tot een risicoprofiel. Dit is echter onvoldoende voor het aannemen van een gegronde vrees voor vervolging. Dit moet op individuele basis worden beoordeeld. De minister vindt in dit kader van belang dat eiseres voor haar eenmansprotest is veroordeeld tot een administratieve boete. Volgens de minister is er geen reden om aan te nemen dat eiseres op dit moment wordt gezien als politiek opposant van de Russische staat, enkel op basis van een administratieve boete die zij weigert te betalen. Verder vindt de minister van belang dat het ongeloofwaardig is geacht dat eiseres problemen heeft ondervonden of strafrechtelijk wordt vervolgd naar aanleiding van de brief die eiseres heeft gestuurd aan de gouverneur (asielmotief 3). Ook betrekt de minister bij zijn beoordeling dat eiseres legaal het land heeft verlaten. Daarnaast overweegt de minister dat er op basis van de online activiteiten van eiseres en op basis van haar activiteiten in Nederland, geen aanleiding is om aan te nemen dat zij in de negatieve aandacht staat van de Russische autoriteiten. De minister concludeert dat eiseres geen gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van haar politieke overtuiging, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.

10. Ten slotte heeft eiseres volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiseres krijgt daarom ook geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.

De beroepsgronden en het oordeel van de rechtbank

Artikel 31, zesde lid, onder a, Vw

11. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte aan haar heeft tegengeworpen dat zij geen oprechte inspanning heeft geleverd om haar aanvraag te staven en daarom niet heeft voldaan aan haar inspanningsverplichting. Gezien haar medische en psychische situatie, kan haar gedrag tijdens de gehoren niet aan haar worden tegengeworpen. Daarnaast is de tegenwerping van de minister, dat niet valt in te zien waarom eiseres de bestuurlijke zaak tegen haar niet volgt, niet gemotiveerd. Tenslotte betoogt eiseres dat haar gedrag tijdens de gehoren ten onrechte heeft geleid tot vooringenomenheid bij de minister, onder meer bij de beoordeling van de door haar overgelegde documenten.

12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het gedrag van eiseres tijdens de gehoren mogen tegenwerpen in het kader van de inspanningsverplichting. Eiseres heeft agressief gedrag vertoond en de hoormedewerker uitgescholden. Ook bleef eiseres na vele waarschuwingen door de tolk heen spreken, waardoor de tolk niet in staat was haar werk te doen. Het aanvullend gehoor is om die reden eerder afgebroken. De stelling van eiseres dat haar gedrag het gevolg is van een bipolaire stoornis, is niet met medische stukken onderbouwd en wordt daarom niet gevolgd. Het betoog van eiseres ter zitting, dat de minister niet heeft voldaan aan zijn samenwerkingsplicht door het aanvullend gehoor niet eerder af te breken, volgt de rechtbank niet. Immers, de minister heeft in totaal drie mogelijkheden geboden aan eiseres om haar asielrelaas naar voren te brengen. Verder hebben de hoormedewerkers eiseres meermaals gewaarschuwd en meerdere pogingen gedaan om te sfeer te herstellen zodat het gehoor toch op een goede manier zou kunnen plaatsvinden. De minister heeft hiermee aan zijn samenwerkingsplicht voldaan.

13. Het betoog van eiseres, dat de minister zijn tegenwerping ten aanzien van de bestuurlijke zaak niet heeft gemotiveerd, volgt de rechtbank evenmin. De minister heeft in het voornemen deugdelijk gemotiveerd waarom hij aan eiseres tegenwerpt dat zij de status van de bestuursrechtelijke zaak tegen haar niet volgt. In dit kader heeft de minister terecht overwogen dat van eiseres mag worden verwacht dat zij de Nederlandse overheid een compleet beeld geeft van al haar juridische zaken en veroordelingen in Rusland. De beroepsgrond slaagt niet.

14. Het is de rechtbank niet gebleken dat er sprake is van vooringenomenheid bij de minister, maar zoals bij de verdere beoordeling van de beroepsgronden zal blijken, constateert de rechtbank op bepaalde punten wel een motiveringsgebrek.

Artikel 31, zesde lid, onder b, Vw

15. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende gemotiveerd aan haar heeft tegengeworpen dat zij niet alle elementen waarover zij beschikt heeft overgelegd. Ook betoogt eiseres dat de minister ten onrechte weinig tot geen waarde hecht aan de door haar overgelegde documenten. In het kader van het derde asielmotief heeft eiseres gerechtelijke stukken overgelegd die betrekking hebben op de bestuursrechtelijke zaak die tegen haar loopt in Rusland. Dit zijn gewaarmerkte kopieën, zoals deze in Rusland worden verstrekt. De minister moet deze kopieën aanmerken als objectieve bewijsstukken, aangezien ze te controleren zijn aan de hand van de gegevens uit het officiële gerechtelijke register. Ook heeft eiseres een brief en een nieuwsbericht van OVD-Info overgelegd waarin wordt bevestigd dat er een huiszoeking heeft plaatsgevonden aan het adres van eiseres. De minister heeft hier ten onrechte beperkte waarde aan gehecht. Bovendien heeft eiseres ter onderbouwing van de strafzaak een schermafbeelding van een e-mail overgelegd, waarin zij wordt opgeroepen om te verschijnen als getuige. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres de originele e-mail vanaf haar telefoon laten zien aan de hoormedewerker. De minister heeft dit niet betrokken bij zijn beoordeling, waardoor de minister volgens eiseres niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. In het kader van het vierde asielmotief heeft eiseres een artikel overgelegd en diverse links en schermafbeeldingen van racistische opmerkingen. De minister stelt zich volgens eiseres ten onrechte op het standpunt dat dit geen objectieve bronnen zijn. Bovendien miskent de minister dat deze stukken de ernst en de maatschappelijke realiteit van de problemen van eiseres benadrukken.

16. De rechtbank stelt voorop dat voorwaarde b van artikel 31, zesde lid, van de Vw vereist dat alle relevante elementen waarover de vreemdeling beschikt, zijn overgelegd, en dat er een bevredigende verklaring is gegeven omtrent het ontbreken van andere relevante elementen.

17. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in dit kader mogen tegenwerpen dat eiseres enkel een schermafbeelding van een e-mail heeft overgelegd, zonder de originele e-mail te overleggen in de gebruikelijke e-mail opmaak met daarop het e-mailadres van de afzender. Eiseres heeft als verklaring voor het ontbreken van de originele e-mail gegeven dat zij haar telefoon kwijt is geraakt waarop deze e-mail stond. Ook stelt eiseres dat zij de originele e-mail heeft laten zien aan de hoormedewerker tijdens haar gehoor. Ter zitting heeft de minister kenbaar gemaakt dit geen bevredigende verklaring te vinden. Eiseres heeft met het kwijtraken van haar telefoon volgens de minister nog niet verklaard waarom zij geen toegang meer zou hebben tot haar e-mail account. Ook heeft de minister ter zitting opgemerkt dat uit het rapport van het gehoor niet duidelijk blijkt dat eiseres de originele e-mail liet zien. Dit had dus ook de later overgelegde schermafbeelding kunnen zijn. De rechtbank kan dit standpunt van de minister volgen.

18. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister in het kader van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw niet heeft mogen tegenwerpen dat eiseres enkel kopieën heeft overgelegd van de gerechtelijke stukken van de bestuursrechtelijke zaak. Eiseres heeft namelijk al bij haar zienswijze uitgelegd dat zij enkel aan deze gewaarmerkte kopieën kan komen, omdat de Russische rechtbank geen originele documenten verstrekt. Ook heeft eiseres een link verstrekt aan de minister, waarmee de minister deze documenten kan raadplegen op de officiële website van de Russische rechtbank. Eiseres betoogt dat zij hiermee heeft aangetoond dat het objectieve bewijsstukken zijn, afkomstig van objectieve bronnen. De minister heeft nagelaten om onderzoek te doen naar de documenten. Ook heeft de minister geen onderzoek gedaan naar de manier waarop de Russische rechtbanken documenten verstrekken. De minister heeft dan ook niet gemotiveerd of hij de verklaring van eiseres voor het ontbreken van het originele document, een bevredigende verklaring vindt. Dat de minister dit desondanks tegenwerpt in het kader van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw, levert een motiveringsgebrek op.

19. Ook heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank in het kader van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw niet mogen tegenwerpen dat de audio-opname, de brief van OVD-info, het nieuwsbericht van OVD-info, het artikel, de links en de schermafbeeldingen geen objectieve bewijsstukken zijn. De rechtbank verwijst naar de systematiek van Werkinstructie 2024/6 (de werkinstructie). Hieruit volgt dat de vraag of er objectieve bewijsstukken zijn overgelegd, aan bod komt voorafgaand aan de beoordeling van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Immers, onder stap 2a van de werkinstructie wordt beoordeeld of een asielmotief voldoende onderbouwd is met objectieve bewijsstukken. Alleen als onder stap 2a wordt geconcludeerd dat het asielmotief niet voldoende is onderbouwd met objectieve bewijsstukken, wordt doorgegaan naar de geloofwaardigheidstoets van artikel 31, zesde lid, van de Vw. In de werkinstructie is dit stap 2b. Hoewel de rechtbank de minister volgt in zijn standpunt dat bovengenoemde stukken geen objectieve bewijsstukken zijn omdat niet duidelijk is of deze op objectieve bronnen zijn gebaseerd, is dit dus niet een vraag die relevant is in het kader van voorwaarde b van artikel 31, zesde lid, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat de minister dit desondanks tegenwerpt in het kader van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw, een motiveringsgebrek oplevert. Gelet hierop en op hetgeen onder 18 overwogen, slaagt deze beroepsgrond.

Artikel 31, zesde lid, onder c, Vw

20. Eiseres voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet voldoet aan voorwaarde c van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Eiseres heeft een verklaring gegeven voor haar inconsistente verklaringen over de inhoud van de brief van [persoon1] . Deze verklaring wordt door de minister ten onrechte niet gevolgd. Daarnaast stelt de minister ten onrechte dat eiseres niet is ingegaan op de tegenwerpingen van de minister dat zij tegenstrijdig zou hebben verklaard over [persoon1] , de lopende strafzaak, de huiszoeking, en het legaal verlaten van Rusland. Immers, eiseres heeft twee brieven van Vluchtelingenwerk Nederland overgelegd waarin wordt ingegaan op de mogelijkheid om legaal uit te reizen ondanks een uitreisverbod.

21. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over de brief die zij zou hebben ontvangen van [persoon1] , niet aannemelijk en inconsistent zijn. Eiseres heeft verklaard dat zij, naast de e-mail van [persoon2] , een aangetekende brief heeft ontvangen van [persoon1] . In zowel de e-mail als de brief zou zij worden opgeroepen als getuige in haar eigen strafzaak naar aanleiding van de openbare brief die zij heeft gestuurd naar de gouverneur van [plaats] . De minister heeft kunnen overwegen dat eiseres niet heeft aangetoond dat er een aangetekende brief naar haar is verstuurd. Eiseres heeft verklaard dat deze brief op een postkantoor in Rusland ligt en dat deze alleen op vertoning van haar paspoort opgehaald kan worden. Gelet op deze zeer beveiligde communicatiemethode, heeft de minister het opmerkelijk kunnen vinden dat de inhoud van de brief telefonisch gedeeld zou zijn met juristen van OVD-info. Bovendien heeft de minister kunnen betrekken dat het slechts een aanname is van eiseres dat de gestelde e-mail en brief verband houden met de openbare brief die zij aan de gouverneur gestuurd heeft. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de minister in dit kader ook aan eiseres heeft tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de manier waarop zij informatie heeft verkregen over [persoon1] . Dit is door eiseres niet betwist.

22. De rechtbank constateert dat eiseres een brief van Vluchtelingenwerk van 31 maart 2025 heeft overgelegd, waarin wordt uitgelegd dat legale uitreis onder bepaalde omstandigheden mogelijk is voor mensen met een uitreisverbod. In de brief staat: “Mensen voor wie een uitreisverbod dreigt op basis van een strafrechtelijk onderzoek kunnen volgens een vertrouwelijke bron uiterlijk uitreizen tot aan het moment waarop hun formele verdenking en het uitreisverbod in het systeem van de FSB is geregistreerd”. De minister heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de tegenwerping van de minister, dat het niet aannemelijk is dat er een strafzaak tegen eiseres loopt aangezien zij legaal heeft kunnen uitreizen, niet deugdelijk gemotiveerd is. Dit levert een motiveringsgebrek op. De beroepsgrond slaagt.

Zwaarwegendheid

23. In het kader van de zwaarwegendheid voert eiseres aan dat de minister er ten onrechte vanuit gaat dat zij maar één eenmansprotest heeft gevoerd. Zij heeft er namelijk twee gevoerd. Daarnaast betwist eiseres het standpunt van de minister dat uit haar activiteiten in Nederland niet blijkt dat zij een prominent persoon is die in de belangstelling van de Russische autoriteiten staat. Ook betoogt eiseres dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat het niet waarschijnlijk is dat eiseres in de negatieve aandacht van de Russische autoriteiten staat vanwege haar beperkte bereik op sociale media.

24. De rechtbank stelt vast dat de minister ter zitting heeft erkend dat eiseres heeft verklaard over twee verschillende eenmansprotesten. De minister heeft echter aangegeven dat dit zijn beoordeling van de gegronde vrees van eiseres niet anders maakt.

25. De rechtbank constateert dat de minister de activiteiten van eiseres afzonderlijk van elkaar heeft beoordeeld. De minister heeft geconcludeerd dat geen van deze activiteiten voldoende is om een gegronde vrees voor vervolging te kunnen aannemen. Zo heeft de minister overwogen dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij is genoemd op de Instagram pagina van de Feminist Anti-War Resistance (FAR) met 28.000 volgers. Ook heeft de minister overwogen dat het interview met eiseres door Free Buryatia Foundation slechts 205 keer is bekeken. De minister ziet niet in waarom de Russische autoriteiten op de hoogte zouden zijn van de activiteiten van eiseres aan de hand van een video met zo’n klein bereik. Verder heeft eiseres foto’s overgelegd van een bezoek van oppositiepoliticus [persoon3] aan [locatie] van eiseres. Dit bezoek is uitgezonden op de Russische federale televisiezender Russia 24. Hierover zegt de minister dat daaruit enkel blijkt dat eiseres op [locatie] aanwezig was op het moment van [persoon3] bezoek en dat eiseres niet heeft aangetoond dat haar naam is genoemd in de uitzending. Ten slotte heeft de minister overwogen dat het optreden van ‘Party of the Dead’ waar eiseres aan deelnam, niets te maken heeft met haar asielmotieven. Op de overige activiteiten van eiseres is de minister niet ingegaan, omdat zij deze activiteiten niet heeft onderbouwd met documenten.

26. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich met het bovenstaande onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft op grond van haar politieke overtuiging. De minister heeft nagelaten om de activiteiten van eiseres in samenhang te beoordelen. Bovendien heeft de minister ten onrechte veel waarde gehecht aan het bereik van elke afzonderlijke online activiteit van eiseres. De minister gaat hiermee voorbij aan de door eiseres ingebrachte landeninformatie. Eiseres heeft een brief van Vluchtelingenwerk van 19 februari 2025 overgelegd waarin wordt ingegaan op de gevaren van het online uiten van kritiek op de Russische autoriteiten. Hierin wordt verwezen naar verschillende objectieve bronnen die bevestigen dat monitoring door de Russische autoriteiten is toegenomen. De Russische autoriteiten zetten hiervoor AI-technologie in, waardoor de reikwijdte van de monitoring is vergroot. Russen in Nederland worden volgens objectieve bronnen mogelijk ook gemonitord. Ook in het Algemeen ambtsbericht van maart 2023 wordt bevestigd dat niet alleen ‘high profile activisten’ en kopstukken van politieke organisaties in de negatieve belangstelling staan, maar ook gewone, individuele burgers die zich kritisch uiten richting de Russische autoriteiten. Verder heeft eiseres een brief overgelegd van 18 mei 2025 van de Russische advocaat [persoon4] , waaruit volgt dat eiseres ook vanwege haar eenmansprotesten (en daaropvolgende bestuursrechtelijke sancties) te vrezen heeft voor verdere vervolging. Deze brief heeft de minister niet betrokken bij zijn beoordeling. Ter zitting heeft de minister erop gewezen dat de brief niet objectief is, omdat deze door de advocaat van eiseres is geschreven. Dit wordt niet gevolgd door de rechtbank. De minister dient alle verklaringen, overgelegde stukken en (ingebrachte) landeninformatie in samenhang te beoordelen. Bovendien heeft de minister niet onderzocht hoe eiseres haar politieke overtuiging zal uiten bij terugkeer en of dit gegronde vrees, dan wel een reëel risico op ernstige schade oplevert, terwijl dit wel onderdeel is van de toets. Gelet op het voorgaande, is er sprake van een motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

27. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat eiseres gelijk heeft. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, om zelf in de zaak te voorzien of om een bestuurlijke lus toe te passen.

28. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

29. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 15 april 2025;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Bunnik, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 12 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Lenstra

Griffier

  • mr. I.S. Bunnik

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand