ECLI:NL:RBDHA:2026:25604

ECLI:NL:RBDHA:2026:25604

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer NL26.20948
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand. Volgens de rechtbank heeft de minister het relaas over de problemen naar aanleiding van de vader terecht ongeloofwaardig geacht. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om eiser bescherming te bieden op grond van de algemene veiligheidssituatie in Syrië. De situatie in Syrië is volgens de rechtbank nog steeds een 15c-situatie in de laagste gradatie van willekeurig geweld, en eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die maken dat hij toch een verhoogd risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.20948

(gemachtigde: mr. J. Sinnema),

en

(gemachtigde: mr. B.J.W. Immink).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 21 december 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 april 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door een tolk, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de rechtbankVerzoek aanhouding

3. Bij brief van 23 juli 2026 heeft de minister de rechtbank verzocht om een versnelde behandeling van het beroep, omdat eiser op de Top-X-lijst staat omdat hij meerdere keren inbreuk heeft gemaakt op de openbare orde. Eiser is tweemaal strafrechtelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen en thans opnieuw gedagvaard voor een inbreuk op de openbare orde. Ook is inmiddels enkele malen aan hem een taakstraf opgelegd. Daarnaast heeft eiser overlast veroorzaakt op de COA-locatie(s) waar hij verblijft en heeft verbleven. In reactie op dit verzoek heeft de rechtbank de zaak vervroegd op zitting gepland.

De gemachtigde van eiser heeft op 24 augustus 2026 de rechtbank verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak, in afwachting van een uitspraak van de Afdeling over de veiligheidssituatie in Syrië. Ter zitting heeft de gemachtigde het verzoek herhaald.3.2. De rechtbank heeft het verzoek op 24 augustus 2026 afgewezen en ziet ook naar aanleiding van het verhandelde ter zitting geen aanleiding om alsnog tot aanhouding over te gaan. Allereerst weegt daarbij mee dat eiser een overlastgevende vreemdeling is en met zijn gedrag een forse belasting vormt voor de toch al overbelaste keten. Daar komt bij dat het ongewis is wanneer de Afdeling de bedoelde uitspraak zal doen. Dat dit mogelijk in november 2026 zal gebeuren is te onzeker.

Het asielrelaas

4. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend omdat hij vreest bij terugkeer naar Syrië te worden gedood door personen die zijn vader, vanwege diens weigering om voor het voormalige regime te werken, zouden hebben bedreigd. Daarnaast vreest hij problemen vanwege zijn soennitische geloof en de algemene veiligheidssituatie in Syrië.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- problemen naar aanleiding van de problemen van zijn vader.

De minister stelt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De problemen die eiser stelt te hebben ondervonden naar aanleiding van de problemen van zijn vader worden door de minister niet geloofwaardig geacht. Ook wordt geen aanleiding gezien om eiser vanwege de algemene veiligheidssituatie in Syrië internationale bescherming te bieden, omdat eiser volgens de minister geen individuele omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat hij een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

De werkinstructie 2024/6

6. Eiser voert aan dat de minister zijn asielrelaas ten onrechte heeft beoordeeld aan de hand van Werkinstructie (WI) 2024/6. Volgens eiser is deze werkwijze niet in overeenstemming met het Unierecht. Eiser verwijst in dit verband naar de prejudiciële vragen die de zittingsplaats Roermond, bij tussenuitspraak van 7 januari 2025, heeft gesteld en naar de uitspraak van deze zittingsplaats van 29 augustus 2025. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte volstaan met de constatering dat niet aan voorwaarde c van artikel 31, zesde lid, van de Vw is voldaan. De minister had volgens eiser een integrale beoordeling moeten maken en daarbij ook moeten beoordelen of eiser, alles in aanmerking genomen, het voordeel van de twijfel toekomt. Verder voert eiser aan dat de beoordeling of zijn verklaringen samenhangend en aannemelijk zijn, niet gelijk kan worden gesteld aan de beoordeling aan de hand van de voorheen gehanteerde interne en externe geloofwaardigheidsindicatoren.

De rechtbank stelt voorop dat de omstandigheid dat de werkwijze die in WI 2024/6 is neergelegd op onderdelen in strijd kan zijn met het Unierecht, niet zonder meer betekent dat de gehele geloofwaardigheidsbeoordeling van eiser daarom geen stand kan houden. Van belang is of en, zo ja, in hoeverre de wijze waarop de minister het asielrelaas van eiser heeft beoordeeld in het concrete geval heeft geleid tot een beoordeling die niet voldoet aan de eisen die het Unierecht daaraan stelt.

De rechtbank stelt vast dat de minister het asielmotief van eiser niet uitsluitend niet geloofwaardig heeft geacht omdat niet aan voorwaarde c van artikel 31, zesde lid, van de Vw is voldaan en dat de minister zich hierbij terecht op het standpunt heeft gesteld dat het voldoen aan de ene voorwaarde niet kan compenseren dat niet aan een andere voorwaarde is voldaan. Uit het bestreden besluit volgt dat de minister bij voorwaarde c heeft beoordeeld of de verklaringen van eiser samenhangend en plausibel zijn en daarbij tevens heeft betrokken of de verklaringen overeenkomen met informatie van derden en algemene landeninformatie. De minister heeft vervolgens inhoudelijk gemotiveerd waarom eiser zijn gestelde problemen naar aanleiding van de problemen van zijn vader niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij heeft de minister onder meer gewezen op de verklaringen van eiser over wie het doelwit van de buren was, zijn reis via Aleppo en de door eiser overgelegde bewijsmiddelen. Anders dan eiser ter zitting heeft aangevoerd, is de beoordeling door de minister niet beperkt gebleven tot de afzonderlijke voorwaarden, maar is het geheel van eisers verklaringen en de door hem overgelegde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien. Dat geldt ook voor de door eiser overgelegde screenshots van WhatsApp berichten en de video. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt afdoende dat de minister de verklaringen van eiser inhoudelijk heeft beoordeeld en daarbij ook de door eiser aangevoerde omstandigheden en overgelegde bewijsmiddelen heeft betrokken.

Ook de stelling van eiser dat de beoordeling van de samenhang en plausibiliteit van zijn verklaringen een wezenlijk andere beoordeling is dan de voorheen gehanteerde interne en externe geloofwaardigheidsindicatoren, leidt niet tot een ander oordeel. Dat de systematiek van de geloofwaardigheidsbeoordeling is gewijzigd, betekent op zichzelf niet dat de minister relevante elementen van het relaas buiten beschouwing mag laten. Uit het bestreden besluit blijkt ook niet dat dit in het geval van eiser is gebeurd. De minister heeft de verklaringen van eiser inhoudelijk beoordeeld en daarbij onder meer de interne consistentie van die verklaringen en de verhouding tot de overige beschikbare informatie betrokken.

Bedreiging buren

7. De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd over de problemen van zijn vader met de buren zijn bij de beoordeling betrokken. De minister heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van eiser niet volgt dat hij zelf het doelwit was van de buren. Eiser heeft immers verklaard dat zijn vader het doelwit van de buren was en dat hij zelf, ook toen hij nog in Syrië verbleef, nooit rechtstreeks het doelwit van de buren is geweest. De minister heeft de verklaring van eiser dat de buren hem als oudste kind zouden kunnen gebruiken om zijn vader te raken, niet gevolgd. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een causaal verband tussen de problemen van de vader en de gestelde problemen van eiser.

De rechtbank volgt de minister in zijn oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de buren hem persoonlijk als doelwit hebben aangemerkt. Uit de verklaringen van eiser zelf volgt dat zijn vader het doelwit van de buren was en dat eiser, ook toen hij nog in Syrië verbleef, niet rechtstreeks door hen is benaderd of bedreigd. De omstandigheid dat eiser als oudste kind volgens zijn verklaring het meest dierbaar is voor zijn vader en dat de buren via hem zijn vader zouden willen raken, maakt dit niet anders. Eiser heeft gewezen op de UNHCR-richtsnoeren waaruit volgt dat de ervaringen van familieleden een aanwijzing kunnen vormen voor een gegronde vrees voor vervolging van de vreemdeling zelf. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met deze enkele verwijzing onvoldoende concreet gemaakt waarom de problemen van zijn vader in eisers geval leiden tot een persoonlijke vrees voor vervolging. De minister heeft de verklaringen van eiser daarom terecht onvoldoende geacht om aan te nemen dat eiser zelf het doelwit van de buren was of is.

Algemene veiligheidssituatie Syrië

8. Eiser vreest dat hij bij terugkeer naar Syrië vanwege de algemene veiligheidssituatie een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Hij voert aan dat de minister ten onrechte uitgaat van de laagste gradatie van willekeurig geweld. Volgens eiser heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de meest recente landeninformatie, de ontwikkelingen in de veiligheidssituatie in Syrië, in het bijzonder in Aleppo, en de ernstige humanitaire situatie in Syrië. Daarnaast verwijst eiser naar verschillende uitspraken van deze rechtbank waarin de beoordeling van de veiligheidssituatie door de minister onvoldoende gemotiveerd is geacht.

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn, de actuele veiligheidssituatie in het land en, voor zover van belang, het herkomstgebied van de vreemdeling moet worden betrokken. Daarbij moet worden beoordeeld of de mate van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict zodanig hoog is dat een vreemdeling door zijn enkele aanwezigheid in het betreffende gebied een reëel risico loopt op ernstige schade. Indien daarvan geen sprake is, moeten de individuele omstandigheden van de vreemdeling bij de beoordeling worden betrokken.

De rechtbank overweegt dat de meervoudige kamer van deze zittingsplaats reeds heeft geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de minister de situatie in Syrië ten onrechte kwalificeert als een 15c-situatie in de laagste gradatie. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken.

Eiser heeft gewezen op de ontwikkelingen in Syrië sinds het verschijnen van het Algemeen Ambtsbericht van januari 2026, waaronder de gevechten tussen de overgangsregering en de SDF en de geweldsescalatie in Aleppo. Deze omstandigheden zijn onvoldoende voor het oordeel dat de algemene veiligheidssituatie wezenlijk is verslechterd in een mate die een hogere 15c-gradatie rechtvaardigt. Daarbij is van belang dat uit het door eiser zelf aangehaalde ambtsbericht nadrukkelijk ook volgt dat het aantal geregistreerde geweldsincidenten in de verslagperiode is gedaald ten opzichte van de vorige verslagperiode. Dat zich in Syrië ernstige en incidentele geweldsuitbarstingen voordoen, is bovendien meegewogen in de beoordeling van de algemene veiligheidssituatie en maakt op zichzelf niet dat dus sprake is van een hoger of hoogste niveau van willekeurig geweld.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat een belangrijk deel van de door eiser genoemde geweldsincidenten en slachtoffers betrekking heeft op gericht geweld. Eiser verwijst bijvoorbeeld naar de omstandigheid dat volgens het ambtsbericht meer dan 4.670 burgers door gericht geweld om het leven zijn gekomen. Gericht geweld kan niet of niet zonder meer worden aangemerkt als willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. De enkele omvang van het aantal geweldsincidenten en slachtoffers is bovendien onvoldoende om te concluderen dat de mate van willekeurig geweld hoger is dan de minister heeft aangenomen.

Eiser heeft in het bijzonder gewezen op de gevechten tussen de overgangsregering en de SDF in Aleppo in januari 2026. De rechtbank onderkent dat hierbij sprake is geweest van ernstige gevechten en burgerslachtoffers. De omstandigheid dat zich gedurende een aantal dagen een dergelijke geweldsuitbarsting heeft voorgedaan, is echter onvoldoende om te concluderen dat in Aleppo sprake is van een zodanig hoog niveau van willekeurig geweld dat iedere burger daar enkel door zijn aanwezigheid een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij is mede van belang dat de gevechten zijn beëindigd en dat vervolgens een akkoord is gesloten dat onder meer voorziet in een staakt-het-vuren.

Ten aanzien van de humanitaire omstandigheden oordeelt de rechtbank dat deze bij de beoordeling van artikel 15c Kwalificatierichtlijn als relevante omstandigheid moeten worden betrokken indien ze direct of indirect het gevolg zijn van handelen of nalaten van een actor die partij is bij het gewapende conflict. Uit het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2025 en het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026 blijkt dat de humanitaire situatie in Syrië weliswaar zeer slecht is, maar dat deze situatie grotendeels samenhangt met de gevolgen van de jarenlange oorlog, de economische sancties en het handelen en nalaten van de voormalige regering Assad. De voormalige regering Assad is echter geen actor meer die partij is bij het thans resterende gewapende conflict. De minister heeft daarom terecht geconcludeerd dat de slechte humanitaire situatie slechts in beperkte mate het directe of indirecte gevolg is van het huidige gewapende conflict. Hoewel humanitaire omstandigheden in het kader van de globale beoordeling van 15c zeker een rol kunnen spelen, behoeven de omstandigheden die niet direct of indirect het gevolg zijn van het handelen of nalaten van een actor die partij is bij het huidige gewapende conflict, niet bij de bepaling van de gradatie van het willekeurig geweld te worden betrokken. De minister heeft zich daarmee terecht op het standpunt gesteld dat de humanitaire omstandigheden in Syrië geen doorslaggevende rol spelen bij de beoordeling van 15c. De minister heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien zijn beleid op dit punt te wijzigen.

Individuele situatie eiser

9. Eiser heeft verder aangevoerd dat zijn individuele omstandigheden bij de 15c-beoordeling moeten worden betrokken. De rechtbank volgt eiser hierin in zoverre dat bij de beoordeling van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn in de laagste of hogere categorie de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling dienen te worden betrokken. De rechtbank heeft hiervoor echter geoordeeld dat de door eiser gestelde problemen vanwege de problemen van zijn vader door de minister terecht niet geloofwaardig zijn geacht. Eiser heeft geen andere individuele omstandigheden aangevoerd die maken dat hij vanwege zijn persoonlijke situatie een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat in Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de minister terecht stelt dat eiser er niet in is geslaagd om met persoonlijke omstandigheden te onderbouwen dat er ondanks het relatief lagere niveau van willekeurig geweld, in zijn individuele geval toch sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer als gevolg van het willekeurig geweld. Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden genoemd en de rechtbank is hier ook overigens niet van gebleken.

De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand