ECLI:NL:RBDHA:2026:25618

ECLI:NL:RBDHA:2026:25618

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer NL26.50513
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Grensdetentie – artikel 6, derde lid, VW – individuele belangenafweging – ongegrond – geen PKV.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.50513

(gemachtigde: mr. A.W. IJland),

en

(gemachtigde: mr. L. Hartog).

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2026 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vw een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Verweerder heeft de rechtbank op 28 augustus 2026 in kennis gesteld van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Hij heeft op 2 september 2026 de grond en van beroep ingediend. Verweerder heeft op 3 september 2026 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het onderzoek op 4 september 2026 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 2002 en heeft de Russische nationaliteit.

2. Eiser heeft op 28 augustus 2026 om 09:25 uur aan de buitengrens op de luchthaven Schiphol een verzoek om internationale bescherming kenbaar gemaakt. Verweerder heeft op 28 augustus 2026 het besluit over de toegangsweigering uitgesteld en aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd. Onderhavig beroep ziet uitsluitend op de vrijheidsontnemende maatregel, nu tegen de uitgestelde toegangsweigering geen beroep openstaat.

3. Indien de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel.

4. Eiser stelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en het onderzoek onvolledig is. Het besluit is volgens eiser gebaseerd op een door verweerder verzonnen noodzaak, een leidend gehoor waarin geen daadwerkelijke beoordeling van een lichter middel heeft plaatsgevonden en een onderzoek dat niet alle relevante feiten en omstandigheden omvat. Ook is er, volgens eiser, geen individuele belangenafweging gemaakt of voor eiser de maatregel onevenredig bezwarend is. Eiser verwijst naar en doet een beroep op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 18 juli 2026.

5. Verweerder volgt de gronden van eiser niet. Eiser is weliswaar in het bezit van een geldig paspoort, maar hij mist een MVV. Volgens verweerder bezit eiser onvoldoende middelen om het verblijf in Nederland te bekostigen. Verder geeft verweerder aan dat het grensbewakingsbelang in beginsel de vrijheidsontnemende maatregel rechtvaardigt. De individueel aangegeven omstandigheden zijn daarnaast meegewogen in het kader van een lichter middel. Ook ziet verweerder niet in dat de maatregel onevenredig bezwarend voor eiser zou zijn.

6. De rechtbank volgt eisers beroep op de uitspraak van de zittingsplaats Amsterdam niet. Deze uitspraak is door de Afdeling vernietigd. Reeds hierom kan een beroep op deze uitspraak niet slagen.

Uit rechtsoverweging 3.4. van de hierboven genoemde uitspraak blijkt dat de Afdeling het oordeel van de rechtbank Amsterdam, dat de minister de noodzaak zelf heeft gecreëerd door onverplicht de asielgrensprocedure toe te passen, niet volgt. Gelet op deze rechtsoverweging is de rechtbank van oordeel dat het grensbewakingsbelang naar zijn aard rechtvaardigt dat een vrijheidsbenemende maatregel wordt toegepast. Het grensbewakingsbelang is in dit geval aan de orde nu nog moet worden geoordeeld over het verlenen van toegang tot het grondgebied van een vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. Ook is de bewaring in overeenstemming met artikel 10, vierde lid, van de Opvangrichtlijn.

De vaststelling dat grensdetentie nodig is om het grensbewakingsbelang daadwerkelijk te dienen, betekent niet dat in ieder individueel geval automatisch een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd. Zoals ook blijkt uit de eerdere genoemde uitspraak van de Afdeling, dient verweerder steeds te beoordelen of met een lichter middel moet worden volstaan - ook al geeft hij dan het grensbewakingsbelang prijs. Uit de maatregel blijkt dat verweerder deze beoordeling heeft verricht. Daarbij heeft verweerder betrokken dat eiser tijdens het gehoor voorafgaand aan de maatregel heeft verklaard geen bezwaren te hebben tegen de maatregel. Daarnaast is niet gebleken van individuele omstandigheden op grond waarvan de bewaring achterwege dient te blijven. Verweerder heeft daarbij terecht gewezen op de verklaring van eiser dat er geen relevante medische omstandigheden zijn en dat eventuele noodzakelijke medische zorg beschikbaar is via de medische dienst in het detentiecentrum. Dat eiser een familielid in Finland heeft maakt, zonder nadere onderbouwing, niet dat een lichter middel zou moeten worden toegepast. Eiser heeft buiten zijn verwijzing naar de uitspraak van de zittingsplaats Amsterdam niet toegelicht waarom hij vindt dat verweerders motivering niet toereikend is.

7. Ook is overigens niet gebleken dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 4 september 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J. Paffen

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand