Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 22 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K. Hoesenie te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Pool te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
Op 21 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- Partijen zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats],
- De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt te bepalen:
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
De vader ziet graag dat er op korte termijn regelmatig omgang is met [minderjarige]. De vader benoemt dat de omgang plaats kan vinden in de woning van de oma vaderszijde, waar ook hij verblijft. De vader vindt het noodzakelijk om een dwangsom te koppelen aan de zorgregeling, uit vrees dat de moeder de zorgregeling niet na zal komen.
De moeder kan zich niet verenigen met het verzoek van de vader en stelt dat de regeling, gelet op de leeftijd van [minderjarige], de beperkte betrokkenheid van de vader en de voorgeschiedenis tussen partijen, waarin volgens de moeder onder meer sprake is geweest van huiselijk geweld, niet in het belang van [minderjarige] is. Dit neemt niet weg dat de moeder het van belang acht dat [minderjarige], indien dit op een veilige en verantwoorde wijze kan plaatsvinden, een band met de vader kan opbouwen en onderhouden. De moeder vindt het noodzakelijk dat de omgang voorlopig begeleid plaatsvindt, hetzij onder begeleiding van een neutraal en geschikte bekende, hetzij via een professionele instantie.
De Raad vindt de inzet van hulpverlening en ondersteuning noodzakelijk. De inzet van het SKT zou hiervoor passend zijn. De Raad benoemt daarnaast dat regelmatig en frequent contact tussen [minderjarige] en de vader belangrijk is voor haar ontwikkeling.
De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens de zitting is de problematiek die speelt besproken. De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij contact heeft opgenomen met het Sociaal Kernteam (SKT). Het SKT kan begeleiding bieden aan de ouders, onder meer in het verbeteren van de onderlinge communicatie en kan hen aanmelden voor omgangsbegeleiding indien noodzakelijk. Beide ouders hebben aangegeven bereid te zijn mee te werken met de begeleiding van het SKT. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de ouders dit daadwerkelijk zullen doen.
De rechtbank overweegt verder dat, in aanloop op hulpverlening, de vader en [minderjarige] in de gelegenheid moeten worden gesteld om een band met elkaar op te bouwen en daarvoor is regelmatig contact noodzakelijk. Tijdens de contactmomenten kan de vader werken aan zijn opvoedvaardigheden. Mogelijk kan zonodig het SKT daar ondersteuning bij bieden.
De ouders zijn ter zitting tot een gedeeltelijke overeenstemming gekomen ten aanzien van de zorgregeling. Ze zijn overeengekomen dat de vader en [minderjarige] viermaal op vrijdagmiddag en dinsdagmiddag van 16:00 uur tot 18:00 uur omgang zullen hebben in aanwezigheid van oma moederszijde, ingaande per 24 juli 2026. Daarna zullen de vader en [minderjarige] viermaal op vrijdagmiddag en dinsdagmiddag van 16:00 uur tot 18:00 uur omgang hebben waarbij de omgang plaats zal vinden bij de vader thuis en zonder begeleiding. De vader heeft aangegeven bereid te zijn [minderjarige] op te halen en haar weer thuis te brengen. De ouders zijn nog verdeeld over een verdere opbouw van de zorgregeling, althans zijn hier op de gang niet aan toegekomen.
De rechtbank zal een nadere invulling geven aan de opbouw van de zorgregeling en zal in de beslissing de zorgregeling vaststellen, waarbij de vader [minderjarige] zal ophalen en thuisbrengen.
Het is aan de ouders om – zonodig in samenspraak met hun advocaten en het SKT – vorm te geven aan een definitieve zorgregeling met overnachting van [minderjarige] bij haar vader.
Dwangsom
Door de vader is verzocht om de medewerking van de moeder aan de zorgregeling af te dwingen door middel van een dwangsom. De rechtbank zal geen dwangsom opleggen. De ouders zijn bereid om ouderschapsbemiddeling te volgen dan wel andere hulpverlening die door het SKT noodzakelijk wordt geacht. Het opleggen van dwangsommen bevordert dit niet. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de vader voor het opleggen van een dwangsom zal afwijzen.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats];
voorlopig bij de vader zal zijn, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt en thuisbrengt:
- met ingang van 24 juli 2026: viermaal – in aanwezigheid van de oma moederszijde – op vrijdagmiddag en dinsdagmiddag van 16:00 uur tot 18:00 uur;
- met ingang van 7 augustus 2026: viermaal, op vrijdagmiddag en dinsdagmiddag van 16:00 uur tot 18:00 uur, zonder begeleiding bij vader thuis;
- met ingang van 21 augustus 2026: zesmaal, op vrijdagmiddag, zondagmiddag en dinsdagmiddag van 16:00 uur tot 18:00 uur;
- met ingang van 4 september 2026: zesmaal, op vrijdag van 16:00 uur tot 18:00 uur, zondag van 13:00 uur tot 18:00 uur en dinsdag van 16:00 uur tot 18:00 uur;
- met ingang van 18 september 2026: op vrijdag van 16:00 uur tot 18:00 uur, zondag van 11:00 uur tot 18:00 uur en dinsdag van 16:00 uur tot 18:00 uur.
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat de ouders ieder de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.