ECLI:NL:RBDHA:2026:25637

ECLI:NL:RBDHA:2026:25637

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 05-09-2026
Zaaknummer C/09/697938 / HA RK 26-38
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vaststelling staatloosheid. Relevante landen: Palestijnse Gebieden en Griekenland

Uitspraak

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 16 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] , in nagenoemd paspoort aangeduid als [naam paspoort] ,

verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. Bravo Mougán in Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,

zetelende in ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door: mr. S.J. Versteeg.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier:

Verzoek en het advies van de Staat

Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is.

De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Vaststelling staatloosheid

Juridisch kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker een onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

Gelet op de overgelegde stukken, zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden en Griekenland bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. Omdat verzoeker maar kort in Turkije en Duitsland heeft verbleven, ziet de rechtbank geen aanleiding om deze landen bij de beoordeling van de staatloosheid van verzoeker te betrekken. De rechtbank heeft verder geen aanwijzingen dat verzoeker nog een andere nationaliteit kan hebben verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de door verzoeker overgelegde stukken, waarvan de originele documenten door Bureau Documenten van de IND en de Koninklijke Marechaussee zijn onderzocht op echtheid en positief zijn beoordeeld, is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is en de Palestijnse nationaliteit heeft.

Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.

Wordt verzoeker als onderdaan van Griekenland beschouwd?

De verkrijging van de Griekse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel

5 van de Griekse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal zeven jaar voor het indienen van het naturalisatieverzoek wettig inwoner is geweest van Griekenland. Verzoeker heeft weliswaar langere periodes in Griekenland verbleven, voordat hij naar Nederland vertrok, maar niet zeven jaar. Ook is niet gebleken dat verzoeker onder één van de uitzonderingen in dit artikel valt. De rechtbank acht het daarom, net als verzoeker zelf en de Staat, niet aannemelijk dat verzoeker de Griekse nationaliteit heeft verkregen.

Conclusie

De rechtbank stelt, gelet op al het voorgaande, de staatloosheid van verzoeker vast.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.M. Boone

Griffier

  • mr. S. Sluijmer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand