Gezag en omgangs- c.q. zorgregeling
Beschikking op het op 13 februari 2023 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Burger te Rotterdam.
Procedure
Bij beschikking van 30 oktober 2024 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de zorg- c.q. omgangsregeling, het gezag en de proceskosten aangehouden en zijn de ouders doorverwezen middels een proces-verbaal voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
De minderjarige [minderjarige] heeft zich op 16 juli 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 17 juli 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Aan de rechtbank ligt nog voor het verzoek van de vader om een zorg- c.q. omgangsregeling vast te stellen en de verzoeken van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten en om de proceskosten te compenseren.
Huidige stand van zaken
Het is de rechtbank gebleken dat de omgangsbegeleiding, waarnaar de ouders zijn verwezen bij de beschikking van 30 oktober 2024, niet van de grond is gekomen. Uit het verslag van Jeugdformaat van 19 september 2025 is gebleken dat traumabehandeling voor [minderjarige] is gestart en dat de moeder opvoedondersteuning is gaan volgen. Uit het verslag van Jeugdformaat van 10 juni 2026 blijkt dat verdere behandeling voor [minderjarige] voor nu gestopt is vanwege gebrek aan intrinsieke motivatie bij [minderjarige]. In de tussentijd is er geen omgangbegeleiding gestart en is niet gewerkt aan contactherstel.
Omgang en gezag
Op de zitting hebben beide ouders aangegeven het te betreuren dat de omgangsbegeleiding niet tot stand is gekomen. De vader wenst nog steeds het contact met [minderjarige] te herstellen en wil zich daar actief voor inzetten. De moeder heeft aangegeven dat zij zich niet tegen het contactherstel verzet, maar dat het voor haar lastig is om [minderjarige] te begeleiden in het contactherstel als zij het zelf niet lijkt te willen. De Raad heeft op de zitting aangegeven dat de hulpverlening van de afgelopen jaren een zware belasting is geweest voor [minderjarige]. Een kind kan zich het beste ontwikkelen wanneer zij met beide ouders onbelast contact kan hebben. Volgens de Raad moeten de ouders samen kijken hoe naar contactherstel gewerkt kan worden, zonder daarin te veel te verwachten van [minderjarige]. De Raad heeft daarbij aangegeven dat [minderjarige] haar moeder nodig heeft om te kunnen zien dat vader ook een leuke kant heeft en het contact vanuit moeder gestimuleerd dient te worden.
De zitting is voor een korte duur geschorst en de ouders hebben, samen met hun advocaten, de vertegenwoordiger van de Raad en de partner van de moeder, geprobeerd in overleg te treden over hoe contactherstel mogelijk tot stand kan worden gebracht. Hieruit is voortgekomen dat de vader zal beginnen met het sturen van kaarten naar [minderjarige] en dat de vader en de partner van de moeder contact houden over hoe deze kaarten worden ontvangen door [minderjarige].
Met de ouders is afgesproken dat deze poging tot contactherstel voor een aantal weken wordt uitgeprobeerd en dat het verdere verloop van de zaak wordt behandeld op de zitting van 11 september 2026 om 10:00 uur.
In afwachting van het verloop van het hiervoor vermelde contactherstel zal de rechtbank de beslissing met betrekking tot de omgang en het gezag aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vader tot 11 september 2026 een aantal kaarten naar [minderjarige] zal sturen waarbij de vader en de partner van de moeder contact houden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de behandeling van het verzoek voor een omgangsregeling en gezag op zitting zal worden voortgezet op de zitting van 11 september 2026 om 10:00 uur;
bepaalt dat deze beschikking voor de verzoeker en de belanghebbende heeft te gelden als oproeping;