Beschikking in de zaak van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. F.E. Mackay-Beins.
waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Elsinga te Zoeterwoude.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- de brief van 23 juli 2026 van de zijde van de vader;
- de brief van 30 juli 2026 van de zijde van de moeder.
Verzoek en verweer
Door de vader wordt verzocht de beschikking van 16 juli 2026 te herstellen, in die zin dat de vermelde reguliere zorgregeling feitelijk onjuist is en niet overeen komt met de reguliere/huidige zorgregeling zoals deze door de ouders wordt uitgevoerd.
De moeder is in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld verzoek. Zij heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader. Volgens haar is er geen sprake van een kennelijke vergissing of verschrijving die zich leent voor herstel op grond van artikel 31 Rechtsvordering.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout, die tot verbetering op de voet van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zou nopen. De rechtbank heeft een beslissing genomen over de reguliere zorgregeling die haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt. De rechtbank zal het verzoek van de vader dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
weigert de verzochte verbetering.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2026.