ECLI:NL:RBDHA:2026:25739

ECLI:NL:RBDHA:2026:25739

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 06-09-2026
Zaaknummer C/09/706688 FA RK 26-5724
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Monegaskisch recht is van toepassing. Verzoekster is niet-ontvankelijk in haar verzoek tot voorlopige partneralimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 8 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende te [land 1] ,

advocaat: mr. M.M.E. Bowmer te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

wonende te [land 2] ,

advocaat: mr. C.L.M. Smeets te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

Op 30 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De vrouw verzoekt de op 29 juli 2026 ingediende legal opinion van de man buiten beschouwing te laten, nu de vrouw – gelet op de late indiening door de man – geen tijd had om de inhoud van de brief te laten verifiëren door een eigen adviseur en de bij de legal opinion gevoegde uitspraak niet gelijkend is aan de onderhavige zaak. De uitspraak is zodoende onvoldoende betrouwbaar. De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van de vrouw, nu het inherent is aan de aard van onderhavige procedure dat er nog in een laat stadium stukken mogen worden ingediend terwijl niet gebleken is dat de vrouw in haar procesbelang is geschaad.

Zowel van de zijde van de man als van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd en voorgehouden.

Feiten

Verzoek en verweerDe vrouw verzoekt – na wijziging –, bij wijze van voorlopige voorzieningen:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, totdat de eindbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

De man heeft verweer gevoerd, welk hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht

Tussen partijen is niet in geschil dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.

Toepasselijk recht

Welk recht van toepassing is op het verzoek van de vrouw tot voorlopige partneralimentatie is tussen partijen in geschil.

De vrouw stelt zich op het standpunt dat het Nederlandse recht van toepassing is. Zij voert daartoe aan dat een voorlopige alimentatievoorziening buiten het materiele toepassingsgebied van het Haags Alimentatieprotocol valt en dat spoedeisende voorzieningen in beginsel beheerst worden door de lex fori, in dit geval het Nederlandse recht. Nu de man erkent dat de Nederlandse rechter bevoegd is, is daarmee is ook de lex fori gegeven. De vrouw erkent dat het de rechtbank vrijstaat om het recht dat uit het alimentatieprotocol voortvloeit toe te passen. Binnen de kaders van een voorlopige voorzieningen procedure is het echter niet mogelijk om diepgaand onderzoek te doen naar de werking van buitenlands toepasselijk recht, zeker nu de werking hiervan tussen partijen in geschil is.

Volgens de man is het Monegaskisch recht van toepassing op het verzoek van de vrouw. Op grond van 10:116 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt verwezen naar het Haags Alimentatieprotocol 2007. Dat protocol kent geen discretionaire bevoegdheid voor de rechter om het eigen recht, lex fori, toe te passen op een verzoek tot voorlopige partneralimentatie. Artikel 4 van het protocol biedt slechts een dergelijke mogelijkheid voor onderhoudsverplichtingen jegens kinderen en niet voor verplichtingen jegens (ex)echtgenoten Het aanknopingssysteem zoals volgt uit het Alimentatieprotocol is dwingend, waarbij op grond van artikel 3, althans artikel 5 van het protocol, het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde, dan wel het recht van de staat waarmee het huwelijk het nauwst verbonden is van toepassing is. Over deze rechtsvraag is zowel bij de rechtbank Den Haag als bij het gerechtshof Den Haag reeds uitvoerig geprocedeerd. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat het huwelijk het nauwst verbonden is met Monaco zodat het Monegaskisch recht op het verzoek tot partneralimentatie van toepassing is. Het Alimentatieprotocol maakt geen onderscheid tussen voorlopige en definitieve verzoeken. Verder is de inhoud van het Monegaskisch recht goed kenbaar en gemakkelijk toe te passen, nu de gestelde onderhoudsverplichting naar dat recht als gevolg van de ontbinding van het huwelijk simpelweg niet meer bestaat. De man merkt bovendien op dat het Nederlands recht in geen van deze aanknopingspunten voorkomt.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank benadrukt allereerst dat de rechtbank niet zonder meer gehouden is de lex fori (Nederlands recht) toe te passen in voorlopige voorzieningenprocedures. In de praktijk wordt regelmatig Nederlands recht toegepast wanneer de procedure zich vanwege haar voorlopige en spoedeisende karakter niet leent voor uitvoerig onderzoek naar de inhoud van buitenlands recht, of wanneer een dergelijk onderzoek tot onredelijke vertraging zou leiden. Nu het toepasselijke recht reeds op 15 juni 2025 door het gerechtshof zorgvuldig en uitgebreid is vastgesteld, en deze rechtbank zich daarbij op 9 juni 2026 in haar beschikking heeft aangesloten, ligt het niet voor de hand om in onderhavige voorlopige voorzieningenprocedure alsnog van Nederlands recht uit te gaan. Dit zou ertoe leiden dat binnen dezelfde rechtsverhouding verschillende rechtsstelsels worden toegepast. De voorlopige voorzieningenprocedure heeft bovendien een nauw verband met de bodemprocedure. Wanneer in de bodemprocedure reeds is vastgesteld welk recht van toepassing is, ligt het in de rede dat de rechter in de voorlopige voorzieningenprocedure daarbij aansluit, tenzij sprake is van nieuwe omstandigheden die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat bij de beoordeling van de voorlopige partneralimentatie van het Monegaskisch recht moet worden uitgegaan.

Wettelijk kader en ontvankelijkheid

De vrouw stelt zich op het standpunt dat – indien de rechtbank van oordeel is dat het Monegaskisch recht van toepassing is – er wel degelijk een rechtsgrond is voor het verzoek van de vrouw. Op grond van artikel 202-2 van het Monegaskisch Burgerlijk Wetboek kan de rechter een interim maatregel vastleggen, waaronder een voorlopige partneralimentatie. Het Monegaskisch recht kent echter een andere volgorde van de echtscheidingsprocedure en gelijk met de echtscheiding wordt de einduitspraak over de ‘compensatory allowance’gewezen. De vrouw is van mening dat er op dit moment echter geen definitieve einduitspraak is ten aanzien van de ‘compensatory allowance’, zodat de vrouw nog om een voorlopige partneralimentatie kan verzoeken.

De man stelt zich op het standpunt dat de wederzijdse onderhoudsverplichting, op grond van artikel 181 Monegaskisch BW, door de echtscheiding is geëindigd nu de echtscheiding op 10 maart 2025 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Dit volgt niet alleen uit de legal opinion van de zijde van de man, maar ook uit de legal opinion van de zijde van de vrouw van [naam] . De systematiek van het Monegaskisch recht houdt in dat na scheiding geen aanspraak bestaat op een doorlopende maandelijkse onderhoudsverplichting. In plaats daarvan kan de rechter, indien daartoe aanleiding bestaat, een eenmalige uitkering, ‘compensatory allowance’ toekennen, zoals de rechtbank heeft gedaan. De definitieve beschikking is gegeven en de vrouw beschikt inmiddels over een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde titel om de ‘compensatory allowance’ te incasseren. De vrouw heeft dus geen recht meer op partneralimentatie. Zij kan uitsluitend aanspraak maken op de ‘compensatory allowance’, die is vastgesteld. Naar Monegaskisch recht bestaat geen rechtsgrond meer voor een (voorlopige voorziening tot) partneralimentatie. Het is de man dan ook onduidelijk op welke grondslag de vrouw haar verzoek baseert. Gelet op het voorgaande is de man van mening dat de vrouw geen belang heeft bij haar verzoek, zodat de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, althans dat haar verzoek dient te worden afgewezen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Zoals hiervoor overwogen is het Monegaskisch recht van toepassing op het verzoek van de vrouw. De vraag is vervolgens of conform het Monegaskisch recht de mogelijkheid bestaat om na scheiding een verzoek tot voorlopige partneralimentatie te doen. De rechtbank is – net als de man – van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord.

Volgens het Monegaskische bestaan twee afzonderlijke rechtsgronden op basis waarvan aan (een van) de echtgenoten in het kader van een echtscheiding een alimentatie, dan wel financiële vergoeding kan worden toegekend.

Allereerst op grond van artikel 181 van het Monegaskisch BW. Uit dit wetsartikel volgt dat echtgenoten elkaar wederzijds onderhoud verschuldigd zijn gedurende het huwelijk, als ook gedurende de echtscheidingsprocedure. Zoals deze rechtbank bij beschikking van 9 juni 2026 heeft overwogen eindigt voornoemde verplichting wanneer de echtscheiding wordt uitgesproken op grond van artikel 204-5 van het Monegaskisch BW, met uitzondering van de situaties waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken vanwege ziekte. Zodra een echtscheidingsbeschikking definitief is kan geen verzoek meer worden ingediend op grond van de voornoemde onderhoudsplicht.

Daarnaast kan volgens artikel 204-5 van het Monegaskisch BW in het kader van de echtscheiding een eenmalige uitkering worden vastgesteld, een ‘compensatory allowance’, met als doel de ongelijkheid te compenseren die de ontbinding van het huwelijk tussen de echtgenoten schept. De rechtbank verwijst hierbij opnieuw naar de beschikking van 9 juni 2026, waarin de ‘compensatory allowance’ is vastgesteld. Voor zover de vrouw van mening is dat zij na het definitief worden van de echtscheiding en zolang de uitspraak waarin de ‘compensatory allowance’ aan de vrouw is toegekend nog niet in kracht van gewijsde is gegaan nog aanspraak kan maken op partneralimentatie merkt de rechtbank op dat dit niet wordt ondersteund door de legal opinions die zijn overgelegd en de vrouw dit niet nader heeft onderbouwd terwijl dit wel op haar weg had gelegen.

Het voorgaande betekent dat de alimentatie op grond van de onderhoudsverplichting ex artikel 181 van het Monegaskisch BW verschuldigd is tot aan de echtscheiding, terwijl de ‘compensatory allowance’ verschuldigd is zodra de echtscheiding een feit is. Nu het huwelijk van partijen door echtscheiding is ontbonden door inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand kan de vrouw geen aanspraak (meer) maken op een (voorlopige) partneralimentatie. Naar het Monegaskische recht bestaat hiervoor geen wettelijke grondslag. De rechtbank zal de vrouw zodoende niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. De rechtbank merkt op dat de vrouw ten aanzien van de ‘compensatory allowance’ een executoriale titel heeft verkregen die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

Gelet op het feit dat hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.D.A. Geleijns

Griffier

  • mr. A. Hoek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand