Informele rechtsingang
Beschikking naar aanleiding van de op 29 april 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
en
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft op 29 april 2026 de brief ontvangen die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar de rechtbank hebben gestuurd.
Op 4 juni 2026 hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.
Bij brief van 5 juni 2026 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met de kinderen en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Hierbij zijn verschenen: de moeder, de vader, [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK).
Feiten
- De ouders zijn gehuwd geweest tot [datum 1] 2017.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] .
- Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht van 11 oktober 2017 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 6 mei 2024 is de moeder belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen en is een omgangsregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte vastgesteld. Deze beschikking is op 16 oktober 2024 door het hof Den Haag vernietigd. Het hof Den Haag heeft:
- het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag alsnog afgewezen, zodat de moeder en de vader opnieuw belast worden met het gezamenlijk gezag over de kinderen;
- bepaald dat de kinderen in de ene week, op donderdag om 19.00 uur bij de vader worden gebracht door de moeder en op zondag om 19.00 uur bij de moeder worden teruggebracht door de vader en bepaalt in de andere week geen omgangsmoment.
- Bij beschikking van het hof Den Haag van 10 september 2025 is een beslissing genomen over de kinderalimentatie.
- De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder en staan op haar adres ingeschreven in de Basisregistratie personen.
- De vader is op [datum 2] 2023 getrouwd met mevrouw [naam 2] .
Aanvraag
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de kinderrechter gevraagd om de zorgregeling te wijzigen. Zij willen een keer in de zoveel tijd spontaan met hun vader afspreken. De vakanties zouden zij graag willen inplannen als het hun vader lukt om vrij te nemen van zijn werk.
De kinderen hebben geschreven en verteld dat de band met hun vader en bonusfamilie niet zo goed is. Zij voelen zich niet thuis bij de vader in [plaats] . Daar moeten zij een kamer delen en hebben ze minder privacy. De vader heeft het ook druk met werk, waardoor zij bijna geen quality time hebben met hem. Bij de moeder thuis hebben zij hun eigen kamer en voelen ze zich comfortabel. Bij de moeder zijn ze ook dichter bij werk, school en vrienden.
Beoordeling
Wijziging zorgregeling
Op grond van de artikelen 1:253a en 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige van twaalf jaar of ouder ambtshalve een beslissing nemen over de zorgregeling.
De kinderrechter heeft in het gesprek met de kinderen gemerkt dat zij verdrietig en somber zijn over de situatie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geven aan dat zij een flexibele regeling willen waarbij zij af en toe spontaan naar hun vader gaan, maar de kinderrechter heeft de indruk dat de kinderen eigenlijk willen dat de band met hun vader beter wordt en dat zij weer fijn contact met hem hebben. De kinderrechter heeft dit tijdens de zitting met de ouders besproken. De moeder heeft verteld dat de kinderen graag bij hun vader waren, maar dat dit is veranderd nadat de vader is verhuisd en dat de kinderen het daar moeilijk mee hebben. De vader heeft toegelicht dat hij zijn best doet voor de kinderen, maar dat hij het soms ook lastig vindt met een samengesteld gezin. De vader heeft het gevoel dat hij de schuld krijgt van de situatie. Hij denkt dat het goed is als er rust komt voor hemzelf en voor de kinderen. De vader wil de kinderen daarom ruimte geven. De kinderrechter vindt het verdrietig dat de vader hiermee onvoldoende lijkt in te zien dat de keuze die de kinderen nu maken zwaar is voor hen en ook niet is wat zij ten diepste willen. Daarom heeft de kinderrechter voorgesteld dat de vader en de kinderen in systeemtherapie met elkaar gaan praten over hoe zij zich voelen en hoe hun band kan verbeteren. Daar staat de vader op dit moment (nog) niet voor open. Daarom zal de kinderrechter een beslissing nemen. De kinderrechter wil hier niet onbesproken laten dat zij de indruk heeft dat er bij de vader meer speelt dan hij heeft laten zien. De kinderrechter hoopt in het belang van de kinderen dat de vader daarmee aan de slag gaat.
Hoewel de kinderrechter het de kinderen (en de vader) gunt dat zij op een fijne en ongedwongen manier contact met elkaar hebben, kan de kinderrechter dat niet voor hen regelen. De vader lijkt de kinderen op dit moment niet de vorm van contact en aandacht te kunnen bieden die de kinderen eigenlijk van hem willen krijgen. De kinderrechter zal gelet op het voorgaande – zoals de kinderen in hun brief hebben gevraagd – de zorgregeling wijzigen. Beide ouders staan daar ook achter. De kinderrechter zal daarom ambtshalve bepalen dat er geen zorgregeling tussen de kinderen de vader geldt. Dit zal ook gelden voor de vakanties. Dat betekent dat de kinderen vanaf nu volledig bij de moeder zullen zijn. De kinderen zullen op eigen initiatief eens in de zoveel tijd spontaan afspreken met hun vader wanneer zij daar behoefte aan hebben. De kinderrechter merkt op dat dit veel van de moeder vraagt. Nu de vader om hem moverende redenen (nog) niet meewerkt aan een oplossing voor de verstoorde relatie tussen hem en de kinderen, spreekt de rechtbank haar waardering uit voor de moeder die de kinderen en hun verdriet over de situatie opvangt en steun biedt.
Hulpverlening
De kinderrechter constateert dat de communicatie tussen de ouders ernstig is verstoord. Zij communiceren nog steeds, ook over financiële zaken, via de kinderen. De kinderen hebben in het gesprek met de kinderrechter verteld dat zij dit niet fijn vinden en willen dat dit stopt. In de beschikking van deze rechtbank van 6 mei 2024 is al in niet mis te verstane termen overwogen dat communicatie via de kinderen uit den boze is en vermeden moet worden. De kinderrechter wil de ouders nogmaals nadrukkelijk meegeven om dat niet te doen, omdat dit erg belastend is voor de kinderen. De vader heeft ter zitting toegezegd dat hij de e-mails van de moeder zal lezen en beantwoorden. De kinderrechter hoopt van harte dat dat betekent dat de kinderen buiten de communicatie tussen de ouders worden gehouden.
Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met de ouders en de RvdK besproken dat er hulpverlening voor de kinderen moet worden ingeschakeld, omdat zij klem lijken te zitten tussen hun ouders. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben allebei al gesprekken met hun mentor op school, maar kunnen ook via schoolmaatschappelijk werk een traject gaan volgen. De kinderrechter vindt het in het belang van de kinderen dat dit voor hen wordt geregeld. Voor dat traject is het nodig dat beide ouders hun toestemming geven. De vader heeft tijdens de zitting toegezegd dat hij per e-mail aan de moeder toestemming zal geven voor het opstarten van de hulpverlening die de kinderen nodig hebben. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de kinderen zo snel mogelijk na de zomervakantie kunnen beginnen met gesprekken en dat er geen vertraging in dat proces plaatsvindt. Voor zover de vader zijn toestemming (nog) niet heeft gegeven, zal de rechtbank daarom de moeder vervangende toestemming verlenen.
Brief voor de kinderen
Tot slot vindt de kinderrechter het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gelijktijdig met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:
Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Op 25 april 2026 hebben jullie een brief aan de rechtbank gestuurd en op 4 juni 2026 hebben wij elkaar gesproken. Jullie vertelden mij dat de relatie die jullie met jullie vader hebben, niet makkelijk is. Jullie voelen je niet altijd thuis bij je vader en jullie denken dat hij het leuker heeft met zijn vrouw en haar dochter. Ik zag ook dat jullie daar heel verdrietig over zijn.
Jullie zeiden verder dat jullie je vader niet meer op vaste dagen willen zien, maar op spontane momenten. Gewoon als het uitkomt. En in de vakanties ook geen vaste weken meer, maar alleen als jullie vader niet hoeft te werken. Ik heb heel goed naar jullie geluisterd. Daarbij hoor ik dan ook de dingen die jullie niet zeggen. Ik hoorde dat jullie je vader missen, en van hem houden. Dat jullie wèl graag bij hem zijn, maar dan niet zoals het nu gaat. Jullie willen gehoord en gezien worden door hem, en aandacht van hem krijgen.
Op 10 juli 2026 heb ik met jullie ouders gesproken. Daar was ook iemand van de Raad voor de Kinderbescherming bij. Jullie moeder vertelde dat jullie het heel moeilijk vinden dat jullie vader niet meer de vader is die hij in [wijknaam] was. Dat jullie daar heel erg verdrietig over zijn. Jullie vader vertelde hoe het gaat als jullie bij hem zijn. Dat hij het moeilijk vindt om het goed te laten werken met zijn vrouw, haar dochter en jullie. Dat hem dat eigenlijk niet goed lukt. Hij zei dat hij zijn best doet, maar het nooit goed lijkt te kunnen doen.
De mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming stelde voor dat jullie, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , in ieder geval met iemand gaan praten over het gemis en het verdriet dat jullie voelen. Van jullie moeder hoorde ik dat jullie dit al bespreken met jullie mentor en dat er nog iemand anders van school wordt ingeschakeld. Ik hoop dat jullie daar je hart kunnen luchten.
De mevrouw van de Raad stelde ook voor dat jullie samen met een professioneel iemand met jullie vader gaan praten. Zo’n professioneel iemand kan dan helpen om het gesprek goed te laten verlopen, zodat iedereen zijn/haar zegje kan doen en de anderen dan echt goed luisteren. Jullie vader wil dat nu (nog) niet. Hij denkt dat het beter is dat er nu eerst rust komt. Hij gunt jullie die rust, waarbij jullie niet steeds meer in die nare gevoelens zitten als jullie bij hem zijn. Hij vertelde dat hij zelf ook rust nodig heeft en daarna zal beslissen of hij die gesprekken met iemand erbij wil doen.
Ik zal nu vastleggen dat jullie niet meer volgens de vaste regeling naar jullie vader gaan. Jullie kunnen gaan als jullie dat willen. Die momenten moeten dan natuurlijk wel afgestemd worden met jullie vader. Deze nieuwe regeling geldt voor de gewone weken en ook voor de vakantieweken. De fijne, gezellige omgang die jullie graag weer willen met je vader, kan ik helaas niet vastleggen. Ik hoop dat jullie vader de rust vindt die hij zoekt en dat hij later het initiatief neemt om dat goede contact weer met jullie op te bouwen.
Op de zitting hebben jullie ouders afgesproken dat zij voortaan via de e-mail contact met elkaar hebben. Jullie vader heeft toegezegd dat hij zal antwoorden op de e-mails van jullie moeder. Ik hoop dat dat betekent dat jullie geen boodschappers meer zijn.
Misschien zijn jullie na het lezen van deze brief nog steeds verdrietig. De tekst van deze brief staat ook in de officiële brief (‘beschikking’) die ik naar jullie ouders stuur. Zolang het zomervakantie is en jullie dus niet op school met iemand praten, kunnen jullie het er misschien met jullie moeder over hebben.
Ik vond het fijn jullie gesproken te hebben, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , en ik wens jullie het allerbeste.
Hartelijke groetjes,
de kinderrechter
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van het hof Den Haag van
16 oktober 2024 – :
*
bepaalt ambtshalve dat er geen zorgregeling tussen de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de vader geldt;
*
bepaalt ambtshalve dat vervangende toestemming wordt verleend aan de moeder – die de toestemming van de vader vervangt – voor aanmelding en het volgen van een traject door [minderjarige 1] en [minderjarige 2] via schoolmaatschappelijk werk;
*
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.