ECLI:NL:RBDHA:2026:25842

ECLI:NL:RBDHA:2026:25842

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer C/09/707976
Rechtsgebied Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Alpine vordert in kort geding een inbreukverbod tegen Loop voor de verkoop van baby-oorkappen. Alpine stelt dat de Loop Cocoon inbreuk maakt op haar Uniemodel voor de Muffy Baby. De voorzieningenrechter oordeelt dat de hoekstand van de hoofd- en nekband uitsluitend technisch bepaald is en daarom buiten de vergelijking blijft. De overige verschillen tussen beide producten zijn volgens de voorzieningenrechter voldoende groot. De Loop Cocoon wekt daardoor bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk dan het Alpine-model. De vorderingen van Alpine worden afgewezen. Alpine wordt veroordeeld in de proceskosten van € 18.000.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/09/707976 / KG ZA 26-722

Vonnis in kort geding van 7 september 2026

in de zaak van

ALPINE NEDERLAND B.V. te Utrecht,

eiseres,

advocaten: mr. T. Cohen Jehoram en mr. Y. Song te Amsterdam,

tegen

LOOP B.V. te Antwerpen (België),

gedaagde,

advocaten: mr. J.C.H. van Manen en mr. A. Heemskerk te Amsterdam,

Partijen zullen hierna Alpine en Loop worden genoemd.

1. Waar gaat deze zaak over?

Alpine biedt gehoorbescherming aan voor onder meer baby’s. Loop biedt eveneens gehoorbescherming aan voor baby’s. Alpine beroept zich op een modelrecht ten aanzien van haar producten en vordert een inbreukverbod. Loop voert als verweer dat er geen sprake is van modelrechtinbreuk, omdat de producten van Loop een andere algemene indruk wekken dan het model van Alpine. De voorzieningenrechter stelt Loop in het gelijk.

2. De procedure

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 9 juli 2026 met producties EP01 tot en met EP28;

- de conclusie van antwoord van Loop met producties GP01 tot en met GP18;

- de akte overlegging producties van Loop met producties EP29 tot en met EP35;

- producties GP19 tot en met GP21 van Loop;

- de akte overlegging producties van Loop met productie EP36;- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.

Op 24 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

3. De feiten

Alpine is een producent van gehoorbeschermingsproducten, waaronder voor baby’s.

In haar assortiment heeft Alpine verschillende oorkappen voor baby’s, waaronder de ‘Muffy Baby Comfort’ (hierna: de Muffy Baby). Op onderstaande afbeelding is de Muffy Baby te zien:

Alpine is houdster van verschillende Uniemodelregistraties. Voor de Muffy Baby is zij onder meer houdster van het op 19 december 2023 geregistreerde Uniemodel met nummer 015044948-0001, binnen de designklasse 29-02 (apparaten voor het beschermen van het gehoor) (hierna: het Alpine-model). Bij de modelregistratie horen de volgende afbeeldingen:

Loop is eveneens producent van gehoorbescherming. Loop heeft eveneens oorkappen voor baby’s in haar collectie onder de naam ‘Loop Cocoon’ (hierna: de Loop Cocoon). Op onderstaande afbeelding is de Loop Cocoon te zien:

Alpine heeft op 8 mei 2026 een sommatiebrief aan Loop gestuurd waarin zij Loop erop heeft gewezen dat de voorgenomen verkoop van de Loop Cocoon inbreuk maakt op de modelrechten van Alpine. Loop heeft betwist dat sprake is van modelinbreuk en heeft de Loop Cocoon op 23 juni 2026 gelanceerd.

4. Het geschil

Alpine vordert - samengevat - een inbreukverbod, met nevenvorderingen, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Loop in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met wettelijke rente.

Alpine legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Loop inbreuk maakt op het Alpine-model in de zin van artikel 10 lid 1 UModVo door het ter verkoop aanbieden van de Loop Cocoon die geen andere algemene indruk wekt bij de geïnformeerde gebruiker dan het Alpine-model.

Loop voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van Alpine, met veroordeling van Alpine in de proceskosten op grond van artikel 1019 Rv, te vermeerderen met wettelijke rente. Voor het geval de voorzieningenrechter een verbod oplegt, verzoekt Loop om Alpine zekerheid te laten stellen voor de te verwachten schade.

Loop betwist dat sprake is van modelrechtinbreuk, omdat de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan het Alpine-model.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Bevoegdheid

De voorzieningenrechter is op grond van artikel 80 lid 1, 81 onder a, 82 lid 5 en 90 lid 1 UModVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen (internationaal en relatief) bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen. De bevoegdheid is beperkt tot Nederland.

Spoedeisend belang

De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen gegeven, nu de gestelde inbreuk op de modelrechten voortduurt. Het spoedeisend belang is door Loop overigens ook niet weersproken.

Modelrechtinbreuk

Loop heeft de nietigheid van het Alpine-model niet opgeworpen, zodat de voorzieningenrechter in deze procedure voorshands uitgaat van de geldigheid van het Alpine-model.

Bij de beoordeling van de gestelde inbreuk moet het volgende in aanmerking worden genomen. Volgens artikel 10 lid 1 UModVo omvat de beschermingsomvang van een Uniemodel elk model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt. Volgens lid 2 wordt bij het beoordelen van de draagwijdte van de bescherming rekening gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van het model. Tussen de beantwoording van de vragen of een model geldig is en wat de beschermingsomvang daarvan is, bestaat in die zin een verband dat, indien vaststaat dat een model geldig is, de beschermingsomvang daarvan (i) afhankelijk is van de afstand die bestaat tussen het model en eerdere soortgelijke modellen, (het vormgevingserfgoed) en (ii) ten opzichte van latere modellen niet groter is dan de afstand die bestaat tussen het model en het vormgevingserfgoed.

De ‘geïnformeerde gebruiker’, de maatpersoon in het modellenrecht, is een gebruiker die niet slechts gemiddeld, maar in hoge mate aandachtig is, hetzij door zijn persoonlijke ervaring, hetzij door zijn uitgebreide kennis van de betrokken sector. Deze gebruiker is gepositioneerd tussen enerzijds de – in het merkenrecht gehanteerde – maatpersoon de ‘gemiddelde consument’, van wie geen enkele specifieke kennis wordt verwacht en die strijdige merken in de regel niet rechtstreeks vergelijkt, en anderzijds de maatpersoon ‘vakpersoon’ met grondige technische deskundigheid die in het octrooirecht als uitgangspunt geldt. Voor wat betreft het aandachtsniveau van deze geïnformeerde gebruiker geldt dat deze niet de gemiddelde consument is die een model gewoonlijk als een geheel waarneemt en niet op de verschillende details ervan let, en dat het evenmin gaat om de vakpersoon die in detail de minieme verschillen die mogelijkerwijs tussen de conflicterende modellen bestaan, kan onderscheiden. Het betreft de gebruiker die, zonder een ontwerper of een technisch deskundige te zijn, de in de betrokken sector bestaande verschillende modellen kent, een zekere kennis bezit met betrekking tot de elementen die deze modellen over het algemeen bevatten, en door zijn belangstelling voor de betrokken voortbrengselen blijk geeft van een vrij hoog aandachtsniveau bij gebruik ervan. Deze regel heeft tot consequentie dat eerder moet worden aangenomen dat het vermeend inbreukmakende voortbrengsel een andere algemene indruk wekt, dan bij een maatpersoon met een lager aandachtsniveau, zoals in het merkenrecht; ook detailverschillen moeten in het modellenrecht immers worden meegewogen. De voorzieningenrechter gaat op basis van de standpunten van partijen voor deze geïnformeerde gebruiker uit van ouders van baby’s en jonge kinderen.

Verder dient de vergelijking van de algemene indruk die de conflicterende modellen wekken, synthetisch te zijn. Dat wil zeggen dat de vergelijking betrekking moet hebben op de modellen in hun geheel en zich niet mag beperken tot de analytische vergelijking van een opsomming van gelijkenissen en verschillen. Deze vergelijking moet worden gemaakt op basis van de in het litigieuze model openbaar gemaakte kenmerken en dient uitsluitend betrekking te hebben op de beschermde kenmerken, zonder rekening te houden met de met name technische kenmerken die van bescherming zijn uitgesloten.

Volgens Alpine is bij de ontwikkeling van de vormgeving van het Alpine-model gekozen voor (een combinatie van) een aantal specifieke vormgevingselementen waardoor het Alpine-model afwijkt van eerdere modellen. Zij heeft daarbij gewezen op:

de platte en organische vorm van de oorschelpen;

de tweedelige bandconstructie; en

de karakteristieke hoekstand waarin de hoofd- en nekband tot elkaar staan.

Hoekstand hoofd- en nekband uitsluitend technisch bepaald

Volgens Loop is de door Alpine genoemde hoekstand uitsluitend technisch bepaald, omdat daarmee wordt beoogd druk op de fontanel en schedel te vermijden en het afglijden van de oorkappen te voorkomen. Dit kenmerk moet daarom bij de vergelijking tussen het Alpine-model en de Loop Cocoon buiten beschouwing blijven, aldus Loop.

Alpine ontkent niet dat de hoekstand van de hoofd- en nekband een technische functie heeft, maar voert aan dat dit niet de enige factor is waarom de ontwerper dit element op deze wijze heeft vormgegeven. Volgens Alpine betreft de hoekstand ook een esthetische ontwerpkeuze. Zij verwijst hierbij naar een door Loop overgelegd Linkedin-bericht van één van haar ontwerpers waarin staat dat een stijlvolle look van de Muffy Baby een belangrijke factor was in het ontwerpproces.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Op grond van rechtspraak van het Hof van Justitie moet bij de beoordeling of uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel uitsluitend door de technische functie van dat voortbrengsel worden bepaald, nagegaan worden of die functie de enige factor is die bepalend was voor die kenmerken, of dat er andere overwegingen, met name die met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, een rol hebben gespeeld bij de keuze van die kenmerken. In dit verband is niet doorslaggevend of er alternatieve modellen zijn.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de hoekstand tussen de hoofd- en nekband uitsluitend technisch bepaald. De voorzieningenrechter acht hiertoe relevant dat uit diverse uitingen van Alpine kan worden afgeleid dat de hoekstand is ingegeven door de technische functie daarvan. Op het verpakkingsmateriaal van de Muffy Baby is namelijk vermeld: ‘Ergonomic fit, angled headband designed for safe and secure fit.’ Daarnaast is in de productinformatie over de Muffy Baby het volgende vermeld: ‘Buiten dat het comfortabel zitten bij jouw allerkleinste erg belangrijk is, is gebruiksvriendelijkheid ook van groot belang. Daarom hebben we bij de nieuwe Muffy Baby een vooraf gedefinieerde hoek in de oorkappen zitten. Deze innovatieve diagonale hoek zorgt ervoor dat je de kappen gemakkelijk aanbrengt en comfortabel blijven zitten bij jouw kindje’ en ook: ‘Defender! New and improved model specialty designed for sensitive baby ears. These baby earmuffs do not put pressure on delicate areas such as fontanel, and are comfortable enough for baby to wear.(…)NO HASSLE - Updated design has never been easier to put on and features a contoured headband and soft for a perfect fit as your baby grows. Fast, simple, and comfortable - perfect for active parents.’ Ook volgt uit het bericht van één van de ontwerpers van Alpine dat er sprake is van een ergonomische verbetering ten aanzien van eerdere modellen, omdat met de Muffy Baby druk op de schedel en het afzakken van de oorkappen wordt voorkomen. Alpine heeft hiertegenover onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ook andere overwegingen dan louter functionele, namelijk ook die met betrekking tot het visuele aspect, een rol hebben gespeeld bij de keuze voor de hoekstand.

Nu de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel is dat de hoekstand tussen de hoofd- en nekband uitsluitend technisch is bepaald, zal dit element niet in de vergelijking tussen het Alpine-model en de Loop Cocoon worden betrokken.

De Loop Cocoon maakt geen inbreuk op het Alpine-model

Loop heeft gewezen op de volgende verschillen tussen het Alpine-Model en de Loop Cocoon:

- de oorkappen van het Alpine-Model hebben een rechthoekige vormgeving met afgeronde hoeken, terwijl de Loop Cocoon een smallere ovale boonvorm heeft met een uitstulping in de bovenkant van de voorzijde (de “barpapapa-vorm”):

- het Alpine-model bevat grote vierkante verbindingsstukken tussen de oorkap en de verbindingsband, terwijl bij de Loop Cocoon de banden in de oorkappen zijn geïntegreerd:

- bij de Loop Cocoon steken de oorkussens uit, terwijl dit bij het Alpine-model niet zo is:

- de hoofdbanden van de Loop Cocoon zijn smaller dan die van het Alpine-model, bevatten een rechthoekig element in het midden op de bovenband en kunnen aan de bovenzijde aan beide zijden worden versteld:

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter leiden voornoemde verschillen ertoe dat de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan het Alpine-model. De voorzieningenrechter stelt vast dat de Loop Cocoon wat betreft de elementen die niet uitsluitend technisch zijn bepaald afwijkt van het Alpine-model, namelijk met betrekking tot: de vorm van de oorkappen, de verbindingsstukken tussen de oorkappen en de hoofd- en nekband, de vorm en stand van de oorkussens en de vorm en verstelmogelijkheid van de hoofdbanden. Dit maakt dat de verschillen tussen de Loop Cocoon en het Alpine-model dermate groot zijn, dat deze de geïnformeerde gebruiker niet zullen ontgaan.

Conclusie modelrecht

Uit bovenstaande volgt dat de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan het Alpine-model, zodat geen sprake is van modelrechtinbreuk. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van Alpine dan ook afwijzen.

Proceskosten

Alpine is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Loop maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. Partijen hebben een proceskostenafspraak gemaakt, namelijk dat deze kosten worden begroot op € 18.000 (lumpsum). In navolging daarvan zal de voorzieningenrechter bepalen dat Alpine € 18.000 aan advocaatkosten moet vergoeden.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst het gevorderde af;

veroordeelt Alpine in de proceskosten van € 18.000, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

veroordeelt Alpine in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026.

3219

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand