ECLI:NL:RBDHA:2026:25867

ECLI:NL:RBDHA:2026:25867

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer SGR 26/6436
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vovo; verleende omgevingsvergunning voor het kappen van 42 bomen; noodzaak van de kap adequaat omschreven; Bomen Effect Analyse; herplantingsplan; het college heeft zich op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat het belang van vergunninghoudster zwaarder weegt dan de waarden die de bomen vertegenwoordigen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 september 2026 in de zaak tussen

de Stichting Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust, uit Den Haag, verzoekster

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 26/6436

(gemachtigde: [gemachtigde 1]),

en

(gemachtigde: mr. A.M. Buijs).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Hof Wonen uit Den Haag, vergunninghoudster

(gemachtigde: [gemachtigde 2]).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verleende omgevingsvergunning voor het kappen van 42 bomen in de wijk De Venen in Den Haag. Verzoekster is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Op 15 augustus 2025, gewijzigd op 29 augustus 2025, heeft verzoekster een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van 42 bomen in de wijk De Venen in Den Haag ingediend.

Met het bestreden besluit van 15 juli 2026 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend.

Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Verzoekster heeft nadere stukken overgelegd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster, vergezeld door [naam 1], [naam 2] en [naam 3], de gemachtigde van het college, vergezeld door [naam 4] (groenbeheerder) en [naam 5], en de gemachtigde van vergunninghoudster.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Vergunninghoudster is voornemens om in samenwerking met de Wijkontwikkelingsmaatschappij Den Haag Zuid-West een grootschalige herinrichting van de wijk De Venen te realiseren. Vergunninghoudster heeft daartoe het nieuwbouwproject Hoogveen ontwikkeld, waarbij een groot deel van de bestaande woningen in de wijk zal worden gesloopt en zal worden vervangen door nieuwe wooncomplexen. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat in deze wijk twee behoudenswaardige vindplaatsen uit de Romeinse tijd aanwezig zijn. Deze resten moeten worden opgegraven, omdat zij niet onder de grond bewaard kunnen blijven. Om de resten te kunnen opgraven, is het nodig dat 42 bomen, met stamomtrekken van 38 – 420 centimeter, worden gekapt. Vergunninghoudster heeft daarom een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van deze 42 bomen ingediend.

Uit het door Terra Nostra uitgevoerde boomonderzoek “Bomen Effect Analyse bij 530 bomen in De Venen in Den Haag” (BEA) van 19 april 2024, is gebleken dat 24 van de te kappen bomen een normale conditie hebben. Verder hebben 10 van de te kappen bomen een verminderde conditie en hebben 8 van de te kappen bomen een sterk verminderde conditie. De toekomstverwachting van de bomen met een normale conditie is meer dan 15 jaar. De toekomstverwachting van de bomen met verminderde conditie is 10-15 jaar en de toekomstverwachting van de bomen met een sterk verminderde conditie is 5-10 jaar. De groenbeheerder heeft in zijn rapport van 22 mei 2026 aangegeven dat de natuur-, educatieve- en milieuwaarden van de bomen niet van bijzonder belang zijn. Hij adviseert het college om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen en daarbij een herplantplicht op te leggen conform het door Fagus projectmanagement en engineering aangeleverde herplantplan “Nieuwe situatie Hoogveen” van 23 april 2026, waarbij de te kappen bomen worden herplant in de binnentuin.

Uit de Quickscan “Ecologische Quikscan – Bomen binnentuin Hoogveen te Den Haag” van 10 juli 2025 volgt dat het projectgebied geen onderdeel uitmaakt van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Omgevingswet. Met betrekking tot soortenbescherming wordt geconcludeerd dat de bomen onder de huidige ontheffing kunnen worden gekapt, mits er wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan deze verleende ontheffing. Er is dus geen afzonderlijke ontheffing vereist. De stadsecoloog heeft vervolgens op 19 mei 2026 na beoordeling van de aanvraag en het ecologisch onderzoek aangegeven dat hij geen bezwaar heeft tegen het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning.

Met het bestreden besluit heeft het college op basis van de aangeleverde onderzoeken en stukken de gevraagde omgevingsvergunning verleend voor de omgevingsplanactiviteit “kappen”. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat, gelet op het bouw- en herinrichtingsplan, het belang van vergunninghoudster om de bomen te kappen zwaarder weegt dan de waarden die de bomen vertegenwoordigen. Verder verbindt het college aan de verleende omgevingsvergunning de plicht om 42 bomen met minimale stamomtrekken van 25 - 30 centimeter te herplanten, conform het aangeleverde herplantplan. De bomen moeten herplant worden in het eerstvolgende plantseizoen, na het kappen van de bomen en na de realisatie van het bouw- en herinrichtingsplan.

Spoedeisend belang

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. Daarvan is onder meer sprake als zonder het treffen van een voorlopige voorziening sprake is van onomkeerbare gevolgen die met zich meebrengen dat de uitkomst van de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat vergunninghoudster voornemens is om de bomen te kappen voordat een beslissing is genomen op het bezwaar van verzoekster. Gelet hierop heeft verzoekster naar het oordeel van de voorzieningenrechter spoedeisend belang bij haar verzoek.

Noodzaak van de kap

5. Verzoekster voert aan dat geen noodzaak bestaat voor de kap van de bomen, omdat er nog geen omgevingsvergunning is verleend voor het nieuwbouwproject Hoogveen. Volgens verzoekster bestaat de kans dat uiteindelijk geen omgevingsvergunning verleend kan worden voor het nieuwbouwproject of dat een later verleende omgevingsvergunning geen stand zal houden. Bovendien vreest verzoekster dat het herplanten van de bomen niet uitgevoerd kan worden, omdat daarvoor onvoldoende financiële middelen aanwezig zijn. Verder had het college volgens verzoekster per boom moeten onderzoeken of er een noodzaak bestaat voor de kap van elke specifieke boom.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter maakt het ontbreken van een omgevingsvergunning voor het nieuwbouwproject niet dat geen omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen mocht worden verleend. De 42 bomen bevinden zich in een gebied dat is aangewezen voor een grootschalige herinrichting. Vast staat dat het Planuitwerkingskader voor de vernieuwing en herontwikkeling van De Venen in 2022 door de gemeenteraad is goedgekeurd en dat in de afgegeven ontheffing van 27 september 2024 een goedgekeurde planning is opgenomen. Het college heeft ter zitting toegelicht dat de financiering van de herinrichting is geborgd in het reeds vastgestelde voorontwerp van de herinrichting. De voorzieningenrechter acht het scenario dat het voorziene nieuwbouwproject niet gerealiseerd zal worden daarom niet realistisch. Vergunninghoudster heeft toegelicht dat het voor de realisatie van dit nieuwbouwproject nodig is om de twee behoudenswaardige vindplaatsen uit de Romeinse tijd op te graven. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat deze opgraving plaatsvindt op de plaats waar de 42 bomen staan als gevolg waarvan zij niet kunnen blijven staan. Dit komt overeen met hetgeen in de BEA wordt geconcludeerd. In hetgeen verzoekster hiertegen heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter naar voorlopig oordeel geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze conclusie. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarom voldoende duidelijk voor welke bomen vergunning is verleend en waarom voor specifiek deze 42 bomen vergunning is verleend.

Voor zover verzoekster het college heeft verzocht om te werken aan een overzichtelijk en publiek register waarin naspeurbaar is welke bomen in privé-eigendom in Zuid-West gekapt worden ten behoeve van de grootschalige nieuwbouwplannen en waar deze bomen terugkomen, overweegt de voorzieningenrechter dat dit geen onderdeel is van de toetsing van het bestreden besluit.

Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter in hetgeen verzoekster op dit punt heeft aangevoerd geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Bomen Effect Analyse

6. Verzoekster stelt dat de BEA te algemeen van aard is en geen gedetailleerde beoordeling per deellocatie biedt. Bovendien mogen gezonde bomen volgens verzoekster niet gekapt worden ten behoeve van herinrichting en had het college daarom in het kader van de BEA moeten onderzoeken of er alternatieven zijn om de bomen te behouden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat in de BEA alle bomen in het plangebied – en dus ook de onderhavige 42 bomen – zijn beoordeeld en dat alle aspecten, zoals de conditie en de levensverwachting, van de te kappen bomen in kaart zijn gebracht. Vervolgens is aan de hand van deze aspecten bekeken of de bomen verplant of behouden kunnen worden. Ter zitting heeft de groenbeheerder verder toegelicht dat het onderzoeken van alternatieven om de bomen te kunnen behouden onderdeel uitmaakt van het opstellen van een BEA.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van de BEA en het advies en de toelichting van de groenbeheerder. De voorzieningenrechter acht daarbij van belang dat verzoekster geen tegenadvies van een deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd, zodat het college naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de inhoud van de BEA en het advies van de groenbeheerder aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen. De voorzieningenrechter ziet verder in hetgeen verzoekster heeft aangevoerd ook geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt van het college dat het onderzoeken van mogelijke alternatieven onderdeel heeft uitgemaakt van het opstellen van de BEA, zodat ook het betoog dat het college ten onrechte geen mogelijke alternatieven heeft onderzocht niet kan leiden tot schorsing van het bestreden besluit.

Verwijderingsbelang

7. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college zich in het licht van het voorgaande op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat het belang van vergunninghoudster zwaarder weegt dan de waarden die de bomen vertegenwoordigen.

Herplantingsplan

8. Verzoekster stelt verder dat het door Fagus projectmanagement en engineering aangeleverde herplantplan niet toereikend is, omdat onduidelijk is wat de totale hoeveelheid kroonoppervlak zal zijn en of de beleidsambitie van 5% meer bladgroen tegen 2030 met dit plan wordt behaald. Volgens verzoekster is het bestreden besluit daarom in strijd met gemeentelijk beleid, aangenomen moties in de gemeenteraad, en de Natuurherstelverordening, omdat juist wordt ingezet op meer groen en meer bomen.

Ter zitting hebben het college en de groenbeheerder toegelicht dat bij de herplanting bomen met een groot kroonoppervlak worden geplant, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat iedere boomsoort voldoende wortelruimte heeft in de 1,20 meter diepe plantenbakken. Verder wordt er door middel van een gerichte keuze met betrekking tot de soort te herplanten bomen naar gestreefd een vergroting van het kroonoppervlak van 5% te realiseren. Verzoekster heeft dit niet onderbouwd weerlegd, zodat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan het herplantingsplan en het beoogde kroonoppervlak daarvan.

Overige gronden

9. Voor zover verzoekster naar voren heeft gebracht dat de binnentuin van de Venen een plek is waar egels leven, de vos langskomt er en verder allerlei soorten vleermuizen zitten en dat door de herinrichting van de wijk deze biotoop verloren gaat, overweegt de voorzieningenrechter dat deze grond geen rol kan spelen binnen het toetsingskader van de APV voor de omgevingsvergunning voor het kappen van de bomen. Deze grond kan worden aangevoerd in een procedure tegen een eventuele omgevingsvergunning voor de herinrichting. Dat geldt ook voor het betoog dat het college zich meer zou moeten inspannen om alternatieven voor de waterberging te onderzoeken en het betoog dat het college de verlaging van de grondwaterspiegel had moeten onderzoeken. Deze gronden kunnen daarom niet tot schorsing van het bestreden besluit leiden.

Voorlopig rechtmatigheidsoordeel

10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit bij de heroverweging in bezwaar stand zal houden. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het bestreden besluit niet zal schorsen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Klein, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.A. Klein

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand