ECLI:NL:RBDHA:2026:25947

ECLI:NL:RBDHA:2026:25947

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer NL26.19287 en NL26.19288
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asielaanvraag ongegrond. Eiser afkomstig uit Senegal. Asielmotieven (identiteit, lid van een stam, politieke overtuiging) worden door de minister geloofwaardig geacht, maar zijn onvoldoende zwaarwegend om in aanmerking te komen voor asiel. Geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer in Senegal.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser],

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.19287 (beroep) en NL26.19288 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

geboren op [geboortedag] 1987, van Senegalese nationaliteit, eiser en verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

(gemachtigde: mr. J.A. Westrate).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond moet worden verklaard en legt hierna uit hoe zij tot deze conclusie komt.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 19 november 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Met het besluit van 1 december 2024 heeft de minister de aanvraag afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. Dat beroep is gegrond verklaard op 4 februari 2025 door deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem.

Na de uitspraak van de rechtbank is eiser aanvullend gehoord. Vervolgens heeft de minister op 31 maart 2026 opnieuw een besluit genomen en de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond (hierna: het bestreden besluit).

Eiser heeft vervolgens tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft om een voorlopige voorziening verzocht, ertoe strekkende dat hij niet wordt uitgezet totdat op zijn beroep is beslist.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep, tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, P.M. Diagne als tolk in de taal Wolof en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelaas

3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij is gevlucht uit Senegal, wegens een overstroming en wegens armoede. Ook stelt eiser dat hij problemen heeft ondervonden met de Senegalese regering vanwege zijn politieke overtuiging. Hij zou door de Senegalese autoriteiten zijn mishandeld. Bij terugkeer naar Senegal vreest eiser bovendien voor zijn veiligheid omdat hij met de dood wordt bedreigd door de vader van zijn vriendin, de vrouw met wie hij niet getrouwd is, maar wel een kind heeft.

Besluitvorming

4. De minister heeft in het bestreden besluit de volgende asielmotieven onderscheiden:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Politieke overtuiging van eiser.

De minister vindt de identiteit van eiser niet geloofwaardig, maar zijn nationaliteit en herkomst wel. De minister verwijst naar de uitspraak van de rechtbank van 4 februari 2025, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de identiteit van eiser als ongeloofwaardig mocht beoordelen. De politieke overtuiging van eiser vindt de minister ook geloofwaardig. Eiser is echter geen vluchteling zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Het feit dat eiser uit Senegal komt is volgens de minister niet genoeg om in aanmerking te komen voor vluchtelingschap. Ook de politieke overtuiging van eiser is niet voldoende om hem als vluchteling aan te merken. Uit de landeninformatie blijkt namelijk dat in Senegal geen sprake is van politieke vervolging en dat mensen vrij invulling kunnen geven aan hun politieke overtuiging. In de door eiser overgelegde landeninformatie wordt besproken dat de vorige verkiezingen zijn gewonnen door een partij die eerder in de oppositie zat. Volgens de minister laat dat zien dat Senegal een democratie is.

Volgens de minister loopt eiser bij terugkeer naar Senegal geen reëel risico op ernstige schade vanwege de problemen met de vader van zijn vriendin. Deze problemen zijn onvoldoende zwaarwegend zoals bedoeld in paragraaf C2/3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: Vc). Eiser kan zich voor bescherming bovendien wenden tot de autoriteiten. Dat de vader van de vriendin van eiser aangifte zou hebben gedaan doet daar niets aan af, aldus de minister.

De minister heeft de aanvraag kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw). Eiser heeft namelijk zijn paspoort verscheurd. Dit heeft hij volgens de minister met opzet gedaan. Tijdens eerdere verhoren heeft eiser verschillende keren verklaard dat hij het paspoort heeft verscheurd omdat hij niet terug wilde naar Senegal. Het is daarom aannemelijk dat eiser te kwader trouw een paspoort aan de hand waarvan een identiteit of nationaliteit kon worden vastgesteld heeft vernietigd, aldus de minister. Verder is aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd en hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van 2 jaar.

Beoordeling door de rechtbank

Politieke overtuiging

5. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij wel dient te worden aangemerkt als vluchteling. Hij heeft consistent verklaard over zijn vrees voor de huidige regering. Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat er niet wordt gepubliceerd over de werkelijke politieke situatie in Senegal, en dat tegenstanders van de huidige regering worden opgepakt, gedetineerd, mishandeld en vermoord.

De rechtbank overweegt als volgt. Het is niet in geschil dat eiser een politieke overtuiging heeft. Dat is door de minister namelijk geloofwaardig bevonden. Waar het om gaat is of eiser vanwege deze politieke overtuiging moet worden gezien als vluchteling als bedoel in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij na terugkomst in Senegal reëel risico loopt op ernstige schade.

In het bestreden besluit heeft de minister verwezen naar landeninformatie afkomstig van Freedom House. Daarin is opgenomen dat Senegal een stabiele politieke situatie heeft. Uit de landeninformatie die door eiser zelf is overgelegd blijkt dat er rond de verkiezingen in 2024 politieke onrust was in Senegal, maar dat de situatie weer is genormaliseerd na de verkiezingen. De vrijheid van vergadering wordt over het algemeen gerespecteerd en er is traditioneel ruimte geweest voor een actief maatschappelijk middenveld met veel verschillende organisaties en politieke partijen. De rechtbank leest in deze landeninformatie niet dat er sprake is van enige vorm van politieke vervolging.

Omdat uit de hiervoor genoemde landeninformatie niet blijkt dat er sprake is van actieve politieke vervolging van tegenstanders van de regering, had het op de weg van eiser gelegen om zijn stellingen over zijn vrees voor de regering, de werkelijke politieke situatie in Senegal en wat er gebeurt met tegenstanders van de regering verder te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. De enkele stelling van eiser dat de werkelijke situatie niet wordt gepubliceerd, is onvoldoende. De minister heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat eiser zijn gestelde vrees niet aannemelijk heeft gemaakt. De beroepsgrond slaagt dus niet.

Lid van de Fulani stam

6. Eiser heeft voor het eerst ter zitting aangevoerd dat hij wordt gediscrimineerd en heeft te vrezen voor vervolging omdat hij lid is van de Fulani stam. Tijdens het aanvullend gehoor heeft eiser daarover verklaard dat de huidige premier, Oussmane Sonko, een hekel heeft aan Fulani’s. Daarnaast volgt volgens eiser uit de landeninformatie dat de UN Committee on the Elimination of Racial Discrimination (hierna: CERD) zich ernstige zorgen maakt en dat weliswaar klachten ontbreken, maar dat dat niet betekent dat er geen rassendiscriminatie bestaat.

De minister heeft in reactie daarop gewezen op dezelfde landeninformatie en geconcludeerd dat daaruit niet volgt dat sprake is van vervolging of discriminatie van een specifieke etnische groep. Ook heeft de minister erop gewezen dat eiser zich voor bescherming tot de autoriteiten kan wenden. Er is wat de minister betreft dus geen reëel risico op vervolging.

De rechtbank overweegt als volgt. De verklaring van eiser dat de huidige regering een hekel heeft aan Fulani’s is verder niet onderbouwd, terwijl uit de landeninformatie niet volgt dat Fulani’s in Senegal worden vervolgd of gediscrimineerd vanwege het feit dat zij onderdeel uitmaken van die stam. Daarom heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen reëel risico is op vervolging. De zorgen van de CERD maken dat niet anders, omdat er geen concrete aanwijzingen voor vervolging of discriminatie zijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Problemen met vader van vriendin

7. Eiser heeft gesteld dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Senegal, omdat de vader van zijn vriendin hem met de dood heeft bedreigd. Eiser heeft namelijk met zijn vriendin een dochter zonder dat zij zijn getrouwd. Eiser heeft gesteld dat dat hij zich niet tot de autoriteiten kan wenden voor bescherming, omdat de vader van zijn vriendin aangifte tegen hem heeft gedaan en hij de autoriteiten kan omkopen.

De rechtbank overweegt als volgt. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. Eiser heeft niet onderbouwd waarom hij zich niet tot de autoriteiten kan wenden, anders dan dat de vader van zijn vriendin eerder aangifte tegen hem heeft gedaan. Uit de landeninformatie blijkt niet dat iemand tegen wie aangifte is gedaan geen bescherming van de autoriteiten meer kan ontvangen, of dat op wat voor manier ook een ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’-principe wordt gehanteerd. Ook blijkt uit de landeninformatie niet dat Senegal een zodanig slecht werkend of corrupt rechtssysteem heeft dat geen bescherming kan worden geboden. De minister mag er dus van uitgaan dat eiser zich tot de autoriteiten kan wenden voor bescherming. De beroepsgrond slaagt niet.

Kennelijk ongegrond wegens verscheuren paspoort

8. Eiser heeft verder nog aangevoerd dat de minister zijn asielaanvraag onterecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. Eiser stelt dat hij zijn paspoort namelijk niet te kwader trouw heeft verscheurd. Hij zou dat onder dwang van zijn reisagent hebben gedaan.

De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag van eiser terecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. Eiser heeft in drie verschillende gehoren verklaard dat hij het paspoort heeft verscheurd omdat hij niet terug wilde naar Senegal. In al die gehoren heeft eiser niet genoemd dat dit onder dwang van zijn reisagent was. Sterker nog, in een gehoor heeft eiser verklaard dat hij zelf geen contact had met zijn reisagent. De minister mocht de verklaringen van eiser dus ongeloofwaardig vinden en ervan uitgaan dat eiser zijn paspoort te kwader trouw heeft verscheurd. De rechtbank is van oordeel dat de minister op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw de aanvraag terecht kennelijk ongegrond heeft verklaard.

Conclusie

9. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister de asielaanvraag van eiser op goede gronden heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

10. Omdat de rechtbank nu beslist op het beroep van eiser, is er voor het treffen van de voorlopige voorziening geen reden meer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

11. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.19287,

- verklaart het beroep ongegrond,

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL26.19288,

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.C. Van der Roest, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. Kooring

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand