ECLI:NL:RBDHA:2026:25949

ECLI:NL:RBDHA:2026:25949

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer NL25.56665
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

beroep, asiel, Guinee, vrees niet aannemelijk, onderzoek buitenschuld amv, motiveringsgebrek, gegrond rechtsgevolgen blijven in stand

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.56665

geboren op [datum] 2009,

van Guinese nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. A.J.M. Mohrmann),

en

(gemachtigde: mr. S.H. de Vries).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 en het onderzoek naar adequate opvang in Guinee. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit moet worden vernietigd, maar dat de rechtgevolgen daarvan in stand kunnen blijven. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen en dat de afwijzing van de aanvraag als ongegrond blijft staan. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarnaast is eiser niet in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier. De DT&V zal nader onderzoeken of eiser adequate opvang heeft in Guinee. Om die reden is sprake van rechtmatig verblijf en is (nog) geen terugkeerbesluit genomen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt [naam] te zijn en te zijn geboren op [datum] 2009. Verder stelt eiser dat hij de Guinese nationaliteit bezit en dat hij tot de Malinke bevolkingsgroep behoort. Eiser heeft verklaard dat hij water verkocht op straat. Meestal kwam eisers moeder hem ophalen na het verkopen, maar op een dag kwam zij niet opdagen. Eiser is toen in de buurt van een paar winkels blijven slapen. De volgende ochtend werd eiser boos gewekt door een winkeleigenaar die eiser beschuldigde van diefstal. De winkeleigenaar mishandelde eiser en riep dat eiser een dief was. Eiser heeft zich toen los geworsteld en hij is daarna gevlucht en naar Mali gerend. Bij terugkeer naar Guinee vreest eiser voor deze man en hij is bang dat hij verbrand zal worden, zoals ze vaak doen met dieven in Guinee. Ook is eiser bang voor problemen met de Fula mensen.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. De beschuldiging van de diefstal en de mishandeling door de man.

De minister acht zowel het eerste als het tweede asielmotief geloofwaardig, maar hij acht de daaraan ontleende vrees niet aannemelijk. In dit verband heeft de minister overwogen dat het enkele feit dat eiser afkomstig is uit Guinee op zichzelf niet genoeg is om een vluchteling te zijn en dat dit ook niet genoeg is om een risico op ernstige schade aan te nemen. De minister neemt niet aan dat eiser bij terugkeer verbrand zal worden omdat hij beschuldigd wordt van diefstal. Ook acht de minister de vrees voor problemen met de Fula mensen niet aannemelijk. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag terecht is afgewezen.

Omdat er onvoldoende concrete informatie bekend is over de verblijfslocatie en contactgegevens van eisers moeder, moet nader onderzoek gedaan worden naar adequate opvang in Guinee. Omdat de minister het nadere onderzoek naar adequate opvang niet zelf kan verrichten tijdens de asielprocedure, zal DT&V dit onderzoek voortzetten. Dit onderzoek zal in beginsel maximaal een jaar duren, gerekend vanaf de datum van het asielbesluit. Omdat het onderzoek naar adequate opvang nog niet is afgerond, geldt het afwijzende asielbesluit niet als een terugkeerbesluit.

Zienswijze herhaald en ingelast

5. De rechtbank overweegt allereerst dat de stelling van eiser in beroep dat de zienswijze als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Het is aan eiser om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of ontoereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiser in beroep heeft aangevoerd.

Heeft de minister terecht overwogen dat eiser zijn vrees om bij terugkeer verbrand of gelyncht te worden, omdat hij beschuldigd wordt van diefstal?

6. Eiser voert aan dat de minister de algemene informatie over lynchpartijen onvoldoende op waarde schat en dat hij ten onrechte niet bij zijn beoordeling heeft betrokken dat eiser eerder getuige is geweest van zo’n lynchpartij.

De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende gemotiveerd heeft dat en waarom eiser zijn gestelde vrees niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit verband heeft de minister terecht overwogen dat de vrees die eiser stelt te hebben volledig is gebaseerd op eigen vermoedens, maar dat hij die vrees niet heeft geconcretiseerd of heeft aangetoond. De minister heeft er terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat de winkeleigenaar eiser -die nog een kind is- in brand zou willen (laten) steken, enkel vanwege het feit dat de ramen van de winkel kapot zijn. Dat de winkeleigenaar riep “dief, dief” is hiervoor onvoldoende. Bovendien is eiser aan de winkeleigenaar ontsnapt en is niet gebleken dat de winkeleigenaar achter eiser is aangegaan. Ook heeft de minister erop kunnen wijzen dat het tijdsverloop tussen de gebeurtenis en het bestreden besluit groot is en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de man het nog steeds op eiser heeft voorzien, enkel vanwege het feit dat eiser lag te slapen naast zijn beschadigde winkel. De rechtbank overweegt verder dat hoewel uit de door eiser in beroep overgelegde informatie volgt dat het voorkomt dat personen die worden verdacht van (met name motor)diefstal risico lopen om door de bevolking te worden overgoten met benzine en in brand te worden gestoken, niet betekent dat ook eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op een dergelijke behandeling. In dit verband heeft de minister terecht overwogen dat de in beroep overgelegde informatie algemeen van aard is en niet ziet op eiser persoonlijk. Dat eiser zelf een keer getuige is geweest van een dergelijke lynchpartij, betekent nog niet dat hij eerder al persoonlijk het slachtoffer is geweest van ernstige schade op grond waarvan eisers vrees eerder zou moeten worden aangenomen. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister terecht overwogen dat eiser zijn vrees voor Fula mensen niet aannemelijk heeft gemaakt?

7. Eiser voert aan dat nog altijd sprake is van een explosieve situatie tussen de Malinke en Fula bevolkingsgroepen waarvan hij verwacht dat die hem bij terugkomst onder de

gegeven omstandigheden zal treffen. Eiser stelt in dit verband dat minderjarigen in dit conflict extra kwetsbaar zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser zijn vrees voor problemen met mensen die behoren tot de Fula, niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit verband heeft de minister erop op kunnen wijzen dat eiser jarenlang in Guinee heeft gewoond en toen nooit dergelijke problemen heeft meegemaakt en dat hij ook geen concrete omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan dat bij terugkeer anders zou zijn. De door eiser met behulp van AI-gegenereerde informatie die in beroep is overgelegd, leidt de rechtbank, mede vanwege het feit dat de daarin genoemde bronnen niet allemaal even betrouwbaar zijn, niet tot een ander oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.

Had de minister eiser het voordeel van de twijfel moeten geven?

8. Dat eiser ten aanzien van zijn gestelde vrees het voordeel van de twijfel zou moeten worden gegeven omdat sprake is van een consistent en geloofwaardig verhaal, volgt de rechtbank niet. De minister kan de vreemdeling bij de vraag of zijn asielrelaas geloofwaardig is of niet het voordeel van de twijfel geven, maar het voordeel van de twijfel speelt geen rol bij de vraag of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft daarover terecht gesteld dat eiser daarin niet is geslaagd. De beroepsgrond slaagt niet.

Bescherming OPROGEM

9. Omdat de minister -gelet op het voorgaande- terecht heeft overwogen dat eiser zijn vrees voor ernstige schade bij terugkeer niet aannemelijk heeft geacht, heeft eiser ook geen bescherming nodig van bijvoorbeeld OPROGEM. De beroepsgronden die daarop zien, behoeven om die reden dan ook geen bespreking.

Adequate opvang

10. Eiser voert aan dat in Guinee geen adequate opvang voor hem is en dat de minister onvoldoende voortvarend aan het onderzoek naar adequate opvang werkt. Volgens eiser heeft de minister sinds het bestreden besluit geen concreet onderzoek verricht naar adequate opvang en voldoet hij daarmee niet aan de uitspraken van de Afdeling van 8 juni 2022. Om die reden meent eiser met terugwerkende kracht in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid.

De minister heeft desgevraagd ter zitting aangegeven dat contact is gelegd met de regievoerder van DT&V en dat uit dat contact is gebleken dat maandelijks gesprekken met eiser hebben plaatsgevonden. Gaandeweg het onderzoek is gebleken dat het niet is gelukt om contact te leggen met de moeder van eiser. Het onderzoek naar adequate opvang is nu bijna afgerond en naar alle waarschijnlijkheid zal het opvanghuis La Maison du Bonheur worden aangewezen als adequate opvang voor eiser. Een besluit hierover is er nog niet, maar volgt zo spoedig mogelijk, aldus de gemachtigde van de minister ter zitting.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een motiveringsgebrek ten aanzien van het buitenschuldbeleid. Het besluit hinkt op twee gedachten. Enerzijds is de vergunning regulier buitenschuldbeleid geweigerd. Anderzijds heeft de minister geconcludeerd dat nader onderzoek moet worden verricht naar de vraag of eiser adequate opvang heeft in Guinee. Daarom heeft de minister ook (nog) geen terugkeerbesluit opgelegd.

De rechtbank stelt allereerst vast dat ten onrechte is beslist dat geen vergunning regulier buitenschuldbeleid wordt verleend. Het onderzoek is immers nog niet afgerond. Naar het oordeel van de rechtbank loopt de minister met het besluit dan ook vooruit op de uitkomst van het onderzoek dat DT&V verricht naar adequate opvang voor eiser in Guinee. Dit betekent dat het bestreden besluit op dit punt een motiveringsgebrek bevat. De rechtbank ziet echter aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren, omdat eiser hiermee niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank neemt in dit verband in aanmerking dat uit het besluit duidelijk volgt dat het onderzoek naar adequate opvang nog niet was afgerond en dat na het onderzoek en het advies van DT&V zal worden beoordeeld of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuld beleid voor amv. Verder valt in het bestreden besluit te lezen dat eiser tot dat moment rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000. De rechtbank volgt de minister dan ook in de uitleg dat het besluit zo moet worden gelezen dat onderzoek door DT&V gedaan moet worden en dat eiser vooralsnog geen verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor minderjarigen krijgt. Nu dit onderzoek -zo blijkt ter zitting- inmiddels is afgerond en het onderzoek nog geen jaar in beslag heeft genomen, slaagt de beroepsgrond dat de minister onvoldoende voortvarend onderzoek heeft gedaan naar adequate opvang niet.

Vervolgens overweegt de rechtbank dat het onder bepaalde omstandigheden mogelijk is om artikel 45, eerste lid van de Vw 2000, buiten toepassing te laten, voor zover daarin is bepaald dat de afwijzing van de asielaanvraag en het nemen van het terugkeerbesluit gelijktijdig moeten plaatsvinden. Uit vaste rechtspraak volgt echter ook dat het een uitzondering is en dat de minister dat uitdrukkelijk in het asielbesluit moet toelichten. De minister moet daarbij een beoordeling maken van de stand van het onderzoek naar adequate opvang op dat moment en moet een inschatting geven hoe lang dat onderzoek nog zal duren. Ook is de minister gehouden voortvarend te handelen. De rechtbank ziet hierover niets terug in het bestreden besluit. Enkel wordt overwogen dat nader onderzoek nodig is, en dat dit in beginsel maximaal een jaar zal duren, gerekend vanaf de datum van het asielbesluit. Deze beroepsgrond slaagt dan ook.

Dit betekent dat het besluit zal worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Omdat onderzoek naar adequate opvang wel heeft plaatsgevonden en nog voortduurt, zoals onder 10.1. is beschreven, naar verwachting binnenkort zal zijn afgerond en spoedig een besluit zal worden genomen op de vraag of eiser een verblijfsvergunning regulier buitenschuldbeleid dient te krijgen, ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten.

Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank is, gelet op wat is overwogen in 10.2. en verder, van oordeel dat het beroep van eiser gegrond is. Het bestreden besluit zal worden vernietigd, maar de rechtgevolgen daarvan worden in stand gelaten op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen, maar dat de afwijzing van de aanvraag als ongegrond blijft staan.

12. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.G.D. Overmars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand