[naam], verzoeker,
geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft verzocht om de voorziening niet te worden uitgezet gedurende zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 augustus 2026 op zitting behandeld, samen met de behandeling van het beroep. Eiser en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,00 (één punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,00, wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.