ECLI:NL:RBDHA:2026:25993

ECLI:NL:RBDHA:2026:25993

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-07-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer NL26.9907
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel Guinee. Eiser voert aan dat de schouwen bij de AVIM en de IND niet voldoen aan de daartoe gestelde eisen. De rechtbank volgt dit standpunt en is van oordeel dat de leeftijdsschouwen van de AVIM en de IND niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent zijn. In het geheel is in beide leeftijdsschouwen onvoldoende verbinding gemaakt tussen de kenmerken, gedragingen en verklaringen van eiser en de conclusie. Zowel de AVIM als de IND hebben immers volstaan met een opsomming van eisers lichamelijke kenmerken, gedragingen en verklaringen en daarop tot evidente meerderjarigheid dan wel twijfel geconcludeerd. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.9907

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),

en

(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).

Procesverloop

Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft op 23 februari 2026 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Op 29 juni 2026 heeft de minister een aanvullend besluit genomen. Het beroep van eiser richt zich mede tegen dit aanvullend besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en zijn gemachtigde deelgenomen, en als tolk S. Diaby. Ook was de gemachtigde van de minister aanwezig.

Overwegingen

Het asielrelaas

2. Eiser heeft het volgende relaas ten grondslag gelegd aan zijn asielaanvraag. Eiser heeft verklaard dat hij de Guinese nationaliteit heeft en is geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eisers vader is overleden toen hij klein was. Eiser is, samen met zijn doofstomme moeder en zijn broer [naam 1] , sinds het overlijden van zijn vader opgegroeid bij zijn oom [naam 2] in het dorp [plaats 1] . Eisers oom mishandelde eerst zijn broer. Nadat eisers broer was vertrokken, is zijn oom eiser gaan mishandelen door hem te slaan. Eiser moest voor hem werken. Eisers moeder is vervolgens getrouwd en ook vertrokken uit het huis vaneisers oom. Zij woont sindsdien met haar nieuwe echtgenoot in [plaats 2] . Omdat eiser in zijn eentje bij zijn oom geen oplossing meer zag om te ontsnappen aan de mishandelingen, heeft eiser besloten om te vertrekken. In eerste instantie vlucht eiser naar het dorp [plaats 3] , maar hier vindt eisers oom hem en haalt hem terug. Bij een volgende poging besluit eiser om Guinee te verlaten. Eind 2023 vraagt eiser een paspoort aan, dat eiser begin 2024 in [plaats 4] ophaalt. Een vriend van eisers vader heeft hem geholpen bij de aanvraag van dit paspoort.

Het bestreden besluit van 17 februari 2026

Leeftijd

Eiser heeft op 13 november 2024 asiel aangevraagd en bij zijn aanvraag verklaard dat hij is geboren op [geboortedatum 1] 2007. Eiser heeft een kopie van zijn paspoort overgelegd. Bij eisers intake is door de AVIM op 14 november 2024 een leeftijdsschouw verricht. Hieruit is gekomen dat eiser evident meerderjarig is. Op 18 januari 2025 heeft de IND eiser geschouwd en hierbij is geconcludeerd dat er twijfel bestaat over eisers leeftijd. Op grond van beide schouwen, is er minimaal twijfel over de door eiser opgegeven leeftijd. Op basis hiervan is onderzoek gedaan in Spanje. Dit onderzoek wijst uit dat eiser daar geregistreerd staat met de geboortedatum [geboortedatum 2] 2003. Deze registratie is gebaseerd op eisers eigen verklaringen. Eiser heeft vervolgens wisselende en vage verklaringen gegeven over zijn leeftijd, die niet verschoonbaar zijn. Uit deze omstandigheden volgt volgens de minister dat er geen twijfel over bestaat dat eiser meerderjarig is, en dat ook al was tijdens zijn asielaanvraag. Er wordt dus net als bij de Spaanse registratie uitgegaan van de geboortedatum [geboortedatum 2] 2003.

Asielrelaas

Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;2. eisers problemen met zijn oom.

Het eerste asielmotief acht de minister deels geloofwaardig. Het tweede asielmotief acht de minister geloofwaardig.

De minister stelt dat eiser bij terugkeer naar Guinee geen reëel risico loopt dat hij zal worden onderworpen aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Eiser kan tegen deze problemen de bescherming van de autoriteiten van Guinee inroepen, hij heeft hiertoe nog onvoldoende inspanningen verricht. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat eiser zich elders in Guinee, zoals in [plaats 4] of bij zijn moeder in [plaats 2] , kan vestigen.

Het aanvullend besluit van 29 juni 2026

Op 29 juni 2026 heeft de minister een aanvullend besluit genomen omdat in het bestreden besluit van 17 februari 2026 niet duidelijk is vastgesteld of aangenomen wordt dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade van de kant van zijn oom. Hiertoe heeft de minister aanvullend het volgende overwogen. Aangezien de gebeurtenissen met betrekking tot eisers oom geloofwaardig zijn bevonden, wordt aannemelijk bevonden dat eiser in zijn herkomstgebied een reëel en voorzienbaar risico loopt door zijn oom. Eisers vrees voor zijn oom is alleen onvoldoende zwaarwegend, omdat niet is gebleken dat hij geen bescherming kan krijgen van de autoriteiten. Subsidiair stelt de minister zich op het standpunt dat er sprake is van een vestigingsalternatief.

Beoordeling door de rechtbank

Eiser voert aan dat de schouwen bij de AVIM en de IND niet voldoen aan de daartoe gestelde eisen. De rechtbank volgt eiser in dit standpunt en zal dat hieronder uitleggen.

Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat in het algemeen de leeftijdsschouw zorgvuldig is en het beleid daarover redelijk is. De leeftijdsschouw is een bruikbaar middel voor de vaststelling of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van een vreemdeling. De Afdeling benadrukt daarbij dat, om tot een zorgvuldige schouw te komen in een individuele zaak, het van belang is dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en dat alle observaties, vanaf de ontmoeting tot de afsluiting, in het verslag staan beschreven. Ook moeten de conclusies van de schouw in de verslaglegging worden verbonden aan de observaties tijdens het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van een vreemdeling. Alleen dan is een leeftijdsschouw voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent.

De rechtbank is van oordeel dat de leeftijdsschouwen van de AVIM en de IND in deze zaak niet voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent zijn. Daarbij betrekt zij het volgende. De kenmerken die door zowel de AVIM als de IND zijn benoemd kunnen deels betrekking hebben op zowel meerder- als minderjarigheid. In ieder geval hebben de AVIM en de IND geen inzicht gegeven in waarom welk kenmerk duidt op meerder- of minderjarigheid. Ook wordt niet duidelijk gemaakt welke kenmerken doorslaggevend zijn geacht en op welke manier die kenmerken specifiek tot de conclusie leiden dat eiser evident meerderjarig is. Ook in de schouw gedaan door de AVIM is niet inzichtelijk gemaakt welke kenmerken en gedragingen tot welke conclusie leiden en waarom deze typerend zouden zijn voor minder- of meerderjarigheid.

In het geheel is in beide leeftijdsschouwen onvoldoende verbinding gemaakt tussen de kenmerken, gedragingen en verklaringen van eiser en de conclusie. Zowel de AVIM als de IND hebben immers volstaan met een opsomming van eisers lichamelijke kenmerken, gedragingen en verklaringen en daarop tot evidente meerderjarigheid dan wel twijfel geconcludeerd.

Het standpunt van de minister dat er niet alleen is uitgegaan van de leeftijdsschouwen maar dat in de bepaling van eisers leeftijd ook is meegenomen onder welke leeftijd hij in Spanje staat geregistreerd en dat eiser over zijn leeftijd tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders.

De minder- of meerderjarigheid van eiser is van belang voor de uitkomst van het besluit en dus een wezenlijk onderdeel van de besluitvorming. De verwijzing naar de registratie in Spanje en eisers tegenstrijdige verklaringen nemen naar het oordeel van de rechtbank het belang van een zorgvuldige leeftijdsbepaling niet weg en maken niet dat de gebreken in de schouwen terzijde kunnen worden geschoven en kunnen worden gepasseerd.

Gelet hierop komt de rechtbank tot de conclusie dat de leeftijdsschouwen in eisers zaak onvoldoende zorgvuldig, concludent en inzichtelijk zijn. De rechtbank overweegt dat dit met zich brengt dat de leeftijdsschouwen geen bruikbaar middel zijn voor de beoordeling van de leeftijd van eiser. De minister moet in dat geval blijven uitgaan van de presumptie van minderjarigheid en het is aan de minister om de stelling van een vreemdeling over zijn leeftijd te ontzenuwen.

Nu de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat eiser niet minderjarig is, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de rest van de besluitvorming. Het al dan niet minderjarig zijn van eiser heeft namelijk consequenties voor de verdere beoordeling.

De gemachtigde van eiser heeft ter zitting naar het oordeel van de rechtbank ook terecht opgemerkt dat als eiser destijds minderjarig was, er ook getoetst had moeten worden aan het TQ-beleid. Als binnen de termijn was beslist dan was eiser nog minderjarig geweest ten tijde van het bestreden besluit en dan had de minister met eisers minderjarigheid rekening moeten houden in de besluitvorming. De gemachtigde van eiser heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht betoogd dat als eiser minderjarig was op dat moment dit tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Ondanks dat eiser nu sowieso meerderjarig is kan dit nog wel relevant zijn.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel als bedoeld in artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en de minister een nieuw besluit moet nemen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit en het aanvullende besluit;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Peters, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 17 juli 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. N.R. Peters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand