ECLI:NL:RBDHA:2026:25994

ECLI:NL:RBDHA:2026:25994

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer AWB 26/12779
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Er is bezwaar gemaakt tegen de beëindiging de beëindiging van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in de gemeente Utrecht. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de vreemdeling geen procesbelang meer zou hebben bij de behandeling van het bezwaarschrift. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op dit standpunt heeft gesteld. De vreemdeling maakt namelijk geen gebruik meer van de LVV (of hoeft hier geen gebruik meer van te maken). De minister heeft dan ook terecht bepaald dat het procesbelang bij de bezwaarprocedure daarom is komen te vervallen.

Uitspraak

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. W.G. Fischer),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister, waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.

Omdat over de uitkomst van deze zaak geen twijfel bestaat, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.

Vrijstelling van betaling griffierecht

2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De rechtbank wijst het verzoek toe.

Feiten

3. De zaak is begonnen met de beëindiging van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in de gemeente Utrecht. De LVV (ook wel de ‘bed-bad-brood’ regeling genoemd) bood opvang en begeleiding bij terugkeer aan vreemdelingen die illegaal in Nederland verbleven. Eind 2024 heeft de minister aan diverse van deze vreemdelingen kenbaar gemaakt dat de opvang en de begeleiding op grond van de LVV in Utrecht vanaf 1 januari 2025 stopt. Eiseres heeft een dergelijk besluit gekregen. Zij is het niet eens met de beëindiging van de LVV en heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

In het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft de minister ten grondslag gelegd dat eiseres geen (proces)belang meer heeft bij de behandeling van het bezwaarschrift, omdat zij geen gebruik meer maakt of hoeft te maken van de opvang op grond van de LVV.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank is van oordeel dat de minister het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat geen sprake is van procesbelang. Het beroep is dus kennelijk ongegrond.

Het is vaste rechtspraak dat procesbelang het belang is dat een betrokkene heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het erom gaat of het doel dat die betrokkene voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. Een betrokkene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk.

Vanwege haar medische situatie verblijft eiseres in de Medische Opvang Ongedocumenteerden (MOO). Het is gesteld noch gebleken dat deze opvang voor eiseres (binnen afzienbare tijd) stopt. Zo blijkt uit het advies van het Bureau Medische Advisering van 28 oktober 2025 dat eiseres levenslang afhankelijk zal zijn van behandeling en dat zij enige vorm van begeleiding nodig zal blijven hebben. Gelet op deze omstandigheid heeft een beoordeling van de rechtmatigheid van de beëindiging van de opvang op grond van de LVV voor eiseres geen betekenis. Verder is ook niet gesteld of gebleken dat de LVV-opvang voor eiseres voordelen kent ten opzichte van de huidige opvang in de MOO. De minister heeft dan ook terecht bepaald dat eiseres procesbelang bij de bezwaarprocedure daarom is komen te vervallen.

5. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.A. Schaaf

Griffier

  • mr. S. Westerhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand