ECLI:NL:RBDHA:2026:25997

ECLI:NL:RBDHA:2026:25997

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer NL25.54684 en NL25.54693 en NL25.54690
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel Peru. De problemen met de bende zijn volgens de minister geloofwaardig, maar de vrees is niet aannemelijk. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade. Ook heeft de minister niet aannemelijk gemaakt dat de Peruaanse autoriteiten eisers effectief kunnen beschermen. Beroepen gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser],

[eiseres 1],

[eiseres 2],

[eiseres 3],

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL25.54684 (beroep)

NL25.54693 (beroep)

NL25.54690 (beroep)

V-nummers: [v-nummer 1]

[v-nummer 2]

[v-nummer 3]

[v-nummer 4]

geboren op [geboortedag 1] 1978, eiser,

geboren op [geboortedag 2] 1981, eiseres 1,

mede namens hun minderjarige kind:

geboren op [geboortedag 3] 2022, eiseres 2,

en

geboren op [geboortedag 4] 2006, eiseres 3,

allen van Peruaanse nationaliteit, hierna samen: eisers

(gemachtigde: mr. S.N. Ali),

en

(gemachtigde: mr. M.A. Lippinkhof).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het niet eens met deze afwijzing. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen gegrond zijn. De afwijzing van de asielaanvragen kan dus niet in stand blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

De minister heeft deze aanvragen met de bestreden besluiten van 31 oktober 2025 afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De rechtbank heeft de beroepen op 31 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde, L. Harutyunyan als tolk in de taal Spaans, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelazen

3. Eisers hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat zij bij terugkeer naar Peru vrezen dat leden van de bende [naam] hen zullen doden. Eisers hebben in december 2022 telefonisch een lening afgesloten om hun nieuwe winkel te financieren. Achter deze lening bleek de bende [naam] te zitten. Eisers hebben de lening in januari 2023 terugbetaald, maar de bende bleef hen bedreigen. De bedreigingen waren telefonisch, maar ook fysiek, waarbij de bende een wapen liet zien of op hen richtte. Eisers hebben meerdere keren aangifte gedaan, maar deze hebben niet tot bescherming geleid. Ook zijn eisers in april 2023 verhuisd naar een ander district in [plaats], maar daar werden zij nog steeds bedreigd. Eind mei of begin juni 2023 vond de laatste fysieke bedreiging plaats. Op 30 juli 2023 zijn eisers vertrokken uit Peru.

Besluitvorming

4. De minister heeft in het relaas van eisers de volgende asielmotieven onderscheiden:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. De problemen met [naam] naar aanleiding van het aangaan van een

lening.

De minister acht alle asielmotieven geloofwaardig. De minister vindt het echter niet aannemelijk dat eisers bij terugkeer naar Peru een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico op ernstige schade lopen. Eisers hebben niet opnieuw hulp gezocht bij de autoriteiten na de bedreiging van hun stiefdochter eind mei/begin juni 2023 met een vuurwapen. Ook hebben eisers de laatste twee maanden voor hun vertrek zonder problemen in Peru verbleven. Verder hebben eisers nooit meer dan bedreigingen van [naam] ondervonden, ondanks dat eisers niet op de verzoeken zijn ingegaan om extra geld te betalen. Niet is gebleken dat eisers zich in een ondraaglijke situatie bevonden. Bovendien zetten de Peruaanse autoriteiten actief in op de bestrijding van [naam]. Zo is de groep uitgeroepen tot staatsvijand nummer één, zijn in 2024 nog veel leden van de bende gearresteerd en heeft het Peruaanse congres de groep dit jaar tot terroristische organisatie bestempeld. Ook worden de autoriteiten bijgestaan door de Verenigde Staten in de bestrijding van de bende.

Toetsingskader

5. Per 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact in werking getreden. Met dit pact zijn diverse richtlijnen omgezet naar verordeningen. Onder meer de Kwalificatierichtlijn is ingetrokken en vervangen door de Kwalificatieverordening. De Kwalificatieverordening kent geen overgangsrecht. Omdat de rechtbank naar aanleiding van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 juni 2026 een volledig en ex nunc onderzoek dient te verrichten, zal de rechtbank uitgaan van het recht voor wat betreft het asielrelaas zoals dat gold ten tijde van het sluiten van het onderzoek ter zitting. Dit betekent dat de rechtbank zal toetsen aan de Kwalificatieverordening.

Heeft de minister aannemelijk gemaakt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade?

6. Tussen partijen is niet in geschil dat eisers in het verleden rechtstreeks zijn bedreigd met ernstige schade. Op grond van artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening wordt dit beschouwd als een duidelijke aanwijzing dat het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Het is aan de minister om deze goede redenen aannemelijk te maken. In geschil is of de minister hierin is geslaagd.

7. Eisers voeren aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat eisers nog twee maanden in hun eigen huis hebben verbleven na de laatste bedreiging. Eisers dienden hun reisdocumenten te regelen. Dit proces duurde langer dan gewenst. Verhuizen diende geen doel, omdat zij door [naam] steeds gelokaliseerd werden. Hun woonverblijf in [plaats] was een flat met 148 appartementen op twintig verdiepingen. Er was beveiliging. De bende was ervan op de hoogte dat zij in het gebouw verbleven, maar wist niet op welke verdieping zij verbleven. Uiteraard konden zij aldaar voor een lange periode niet blijven. In de onderliggende periode leefden zij echter in angst en vreesden zij dat zij op elk moment omgebracht zouden worden. Verder werpt de minister ten onrechte tegen dat eisers in de periode na het laatste incident geen problemen meer hebben ondervonden. Eisers stellen dat zij in die periode wel degelijk telefonisch zijn bedreigd en afgeperst. Bovendien werpt de minister ten onrechte tegen dat eisers niet opnieuw hulp hebben gezocht bij de autoriteiten. Eisers waren het vertrouwen in de autoriteiten kwijtgeraakt, omdat zij eerder zonder succes geprobeerd hadden om bescherming te krijgen.

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Na de laatste bedreiging nog twee maanden thuisgebleven

Ten eerste vindt de rechtbank het niet bevreemdend dat eisers na de laatste bedreiging nog twee maanden in Peru zijn gebleven. Het regelen van een veilige uitreis van een gezin met een zeer jong kind kost immers tijd en geld. Het is dan ook begrijpelijk dat eisers niet meteen zijn vertrokken en dat eiseres 1 eerst moest doorwerken om deze reis te kunnen betalen.

Verder stelt de rechtbank vast dat eisers in de periode na de laatste bedreiging veel hebben gedaan om de bende te ontlopen. Eisers zijn zo veel mogelijk thuisbleven. Eiseres 3 ging niet meer naar school en eiseres 1 werkte vanuit huis. Boodschappen lieten zij waar mogelijk thuisbezorgen. Ook had hun appartementencomplex beveiliging. De minister stelt in het bestreden besluit dat eisers elders onderdak hadden moeten zoeken. Op de zitting heeft de rechtbank aan de minister gevraagd om deze stelling nader toe te lichten. Hierop heeft de minister enkel gesteld dat eisers mogelijk naar een plek hadden kunnen gaan waarvan de bende nog niet op de hoogte was. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee niet inzichtelijk heeft gemaakt waar en op welke manier eisers elders als gezin met een jong kind veilig onderdak hadden moeten zoeken. De minister heeft dan ook niet deugdelijk gemotiveerd dat het feit dat eisers na de laatste bedreiging nog twee maanden thuis zijn gebleven, een goede reden is om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade.

In de laatste twee maanden voor vertrek geen problemen meer gehad

De rechtbank volgt de minister voor zover hij stelt dat uit het gehoor van eiser blijkt dat eisers tussen de laatste bedreiging eind mei/begin juni 2023 en hun vertrek geen problemen meer hebben gehad. De latere stelling van eisers dat zij na de laatste fysieke bedreiging ook nog telefonisch zijn bedreigd, volgt de rechtbank niet. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, houdt de rechtbank eisers aan hun verklaringen zoals deze zijn afgelegd tijdens de gehoren.

De rechtbank is echter van oordeel dat de minister met de stelling dat eisers na de laatste bedreiging eind mei/begin juni 2023 geen problemen meer hebben gehad, onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade. Het enkele relatief korte tijdsverloop van twee maanden tussen de laatste bedreiging en hun vertrek is onvoldoende om te concluderen dat eisers bij terugkeer naar Peru niet meer hoeven te vrezen voor de bende, gelet op de overige omstandigheden, zoals dat de bende eisers na hun verhuizing naar [plaats] bleef bedreigen en dat de bende eisers na hun vertrek via hun buurman wederom heeft bedreigd.

Niet opnieuw hulp gezocht bij de autoriteiten

Tot slot heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank niet deugdelijk gemotiveerd dat het feit dat eisers na de laatste bedreiging niet opnieuw hulp hebben gezocht bij de autoriteiten, een goede reden is om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade. Eisers hadden bij de eerste aangifte al verklaard dat zij het slachtoffer waren van afpersing ‘door onbekende mensen die zo te zien een Venezolaanse nationaliteit hebben.’ Toen hebben de autoriteiten aangegeven dat zij niets konden zonder de naam en achternaam van de daders. De naam van de bende was dus ook onvoldoende geweest. Niet valt in te zien dat eisers met deze informatie ditmaal wel met succes zich hadden kunnen wenden tot de autoriteiten.

9. De beroepsgrond slaagt. De minister heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat eisers bij terugkeer naar Peru geen reëel risico lopen op ernstige schade. De rechtbank stelt vast dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat het risico op het lijden van ernstige schade reëel is. Dit betekent dat de rechtbank kan beoordelen of de minister aannemelijk heeft gemaakt dat de Peruaanse autoriteiten eisers effectief kunnen beschermen.

Heeft de minister aannemelijk gemaakt dat de Peruaanse autoriteiten eisers effectieve bescherming kunnen bieden?

10. Eisers voeren samengevat aan dat de Peruaanse autoriteiten niet in staat zijn om effectieve bescherming te bieden.

11. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Peruaanse autoriteiten eisers effectief kunnen beschermen. Uit artikel 7, tweede lid, van de Kwalificatieverordening volgt dat bescherming tegen ernstige schade doeltreffend en van niet-tijdelijke aard moet zijn. De bescherming wordt aanwezig geacht wanneer de autoriteiten redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of het lijden van ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer een verzoeker toegang tot dergelijke bescherming heeft.

Uit de landeninformatie die eisers in beroep hebben overgelegd volgt dat in Peru sprake is van veel corruptie die maakt dat georganiseerde misdaad minder effectief bestreden kan worden. Zo vermeldt Human Rights Watch in een rapport van juli 2025:

‘We found that, instead of strengthening state institutions to fight organized crime, Peru’s Congress, more than half of whose members are under investigation for corruption and other offenses, has undermined the independence and capacity of courts and prosecutors, allowing organized crime to thrive.

Congress has sharply limited prosecutors’ ability to obtain evidence and investigative leads from defendants willing to cooperate (via a mechanism known as “efficient collaboration”), a significant blow to efforts to dismantle criminal groups and detect connections to corrupt officials. It has modified the definition of “organized crime” in the Criminal Code to exclude many corruption offenses, while putting obstacles in the way of investigative searches. It has eased the “regularization” of past large-scale illegal deforestation, preventing prosecutors from successfully pursuing those responsible. And lawmakers have arbitrarily removed high-level judges and prosecutors, often in ways that have blocked investigations into corruption.’

Verder vermeldt InsightCrime in een artikel van 23 maart 2026:

‘The country’s chronic inability to form a stable government has left Peru’s institutions feckless in the face of an alarming expansion of criminal groups. But unlike the state capture seen elsewhere in Latin America, most starkly in the former narco-coopted governments of Nicolás Maduro in Venezuela or Juan Orlando Hernández in Honduras, Peru’s crisis is one of generalized dysfunction rather than top-down corruption. Organized crime has not co-opted the state through violence or coercion so much as rushed into the vacuum a vacant presidency left behind.

Criminal allegations aren’t limited to the presidency. Nearly every legislator is facing investigation, with some facing multiple ones. Congress has also passed several dubious laws that seem to enable criminal activity and has strongly backed a program that facilitates illegal gold mining.

With both legislative and presidential elections set for April, Peru finds itself engulfed in a doom spiral in which criminal groups, facing minimal resistance, have expanded their operations and used their improved profits to bribe state officials, further weakening the nation’s fragile institutions.’

Uit de informatie blijkt dat het Peruaanse congres wetten aanneemt die de onafhankelijkheid en capaciteit van rechtbanken en aanklagers in Peru ondermijnen, waardoor georganiseerde misdaad kan floreren. Ook vermeldt de informatie dat de instellingen van Peru door de instabiele regering niet goed kunnen optreden tegen de uitbreiding van criminele groepen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers met deze informatie twijfel gezaaid over de vraag of de Peruaanse autoriteiten eisers effectief kunnen beschermen. De minister heeft deze informatie niet in de besluitvorming betrokken en hier ook geen standpunt over ingenomen op de zitting. Bij die stand van zaken vindt de rechtbank het standpunt van de minister dat de Peruaanse autoriteiten eisers effectieve bescherming kunnen bieden, onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

12. De rechtbank oordeelt dat de minister de bestreden besluiten op onvoldoende zorgvuldige wijze heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Dit is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beroepen zijn daarom gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten.

13. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag van eisers te nemen. Ook draagt de rechtbank de minister niet op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om deze zaak af te doen. De rechtbank bepaalt daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

14. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1). De zaken van eisers zijn samenhangend en worden daarom voor de proceskostenveroordeling beschouwd als één zaak.

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze

partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend

binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de

behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de

indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand