ECLI:NL:RBDHA:2026:26005

ECLI:NL:RBDHA:2026:26005

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer NL26.41651
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Buitenbehandelingstelling asielaanvraag; formulier M35-O; geen voornemen; beëdigde vertaling; twee informatieverzoeken

Uitspraak

[eiser] , v-nummer: [x] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. Taha),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Eiseres heeft op 6 mei 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 juli 2026 deze aanvraag in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en haar gemachtigde deelgenomen. De minister was, met voorafgaande kennisgeving, niet aanwezig.

Na afloop van de behandeling van de zaak is onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

2. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

Beoordeling door de rechtbank

3. Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.

4. De minister stelt zich op het standpunt dat de opvolgende asielaanvraag van eiseres buiten behandeling kan worden gesteld. Eiseres heeft dezelfde documenten overgelegd als bij haar eerdere aanvraag, maar de toegevoegde vertaling is niet van een beëdigd vertaler. In het M35-O-formulier is al uitgelegd dat documenten in het Nederlands moeten worden aangeleverd met een beëdigde vertaling. Ook is in het voornemen bij de eerdere aanvraag gevraagd om adequate vertalingen en om de genoemde video’s met transcriptie en vertaling over te leggen. Volgens de minister is daarmee voldoende duidelijk gemaakt wat van eiseres werd verwacht. Omdat opnieuw geen beëdigde vertalingen zijn overgelegd, kon de minister de aanvraag buiten behandeling stellen. De later in beroep ingebrachte beëdigde verklaringen kunnen daaraan volgens de minister niets meer afdoen.

Eiseres betoogt dat de minister de aanvraag niet buiten behandeling kon stellen zonder haar eerst in de gelegenheid te stellen eventuele gebreken te herstellen, waaronder het ontbreken van een beëdigde vertaling.

Het betoog slaagt. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 buiten behandeling worden gesteld indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. Artikel 3.45b van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (Vv 2000) bepaalt dat in dit verband dat de vreemdeling twee keer in de gelegenheid wordt gesteld om deze informatie te verstrekken. Ook uit het door eiseres ingediende M35- O formulier volgt dat als een aanvraag niet compleet is, de vreemdeling de gelegenheid krijgt de ontbrekende informatie alsnog in te dienen. Op grond van vaste rechtspraak geldt het M35-O formulier als eerste verzoek om informatie en een voornemen als tweede verzoek om informatie. Pas als de vreemdeling na het tweede verzoek heeft verzuimd de gevraagde informatie te verstrekken, kan de minister de aanvraag op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 buiten behandeling stellen.

Hieruit volgt dat de minister gehouden was om eiseres in de gelegenheid te stellen alsnog aan te tonen dat de vertaling door een beëdigd vertaler was verricht. Het standpunt van de minister dat dit voor eiseres op grond van de eerdere procedure duidelijk moet zijn geweest slaagt niet, omdat er sprake is van een nieuwe aanvraagprocedure waarvoor de herstelmogelijkheid weer geldt. Bovendien is in deze procedure, anders dan in de voorgaande procedure, een vertaling aangeleverd. De situatie is daarom niet gelijk aan die in de eerdere procedure. De gemachtigde van eiseres heeft ook toegelicht dat het haar niet was opgevallen dat een stempel van de beëdigd vertaler ontbrak, waarschijnlijk omdat het hier een vertaling van mediafragmenten betrof, niet van een schriftelijk document. Dit is een gebrek dat eenvoudig hersteld kan worden en eiseres heeft in beroep ook een verklaring van het vertaalbureau overgelegd waaruit zou volgen dat de vertaling inderdaad door een beëdigd vertaler is verricht. Nu in deze procedure geen voornemen is uitgebracht, heeft de minister eiseres niet de tweede gelegenheid geboden die artikel 3.45b van het Vv 2000 voorschrijft. Het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 tot stand gekomen.

5. Omdat de beroepsgrond slaagt behoeven de overige beroepsgronden van eiseres geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de minister eiseres in de gelegenheid moet stellen om de informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor haar aanvraag en die zij verzuimd heeft te verstrekken. Dit kan de minister doen door alsnog een voornemen uit te brengen of op andere voor partijen werkbare wijze.

Eiseres krijgt een vergoeding voor haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. Deze vergoeding bedraagt € 1.868 (1 punt voor het indienen van beroepsgronden en 1 punt voor verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Partijen kunnen tegen deze uitspraak in hoger beroep. Dat kan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G. Noordhof, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.G. Noordhof

Griffier

  • mr. S.J.B. ter Beke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand