ECLI:NL:RBDHA:2026:26018

ECLI:NL:RBDHA:2026:26018

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer NL26.23412
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Asiel Marokko; referentiekader; homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig; uitstel van vertrek; ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [x] , eiser

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.23412

(gemachtigde: mr. M.J. Verwers),

en

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de homoseksualiteit en de daaruit vloeiende problemen van eiser ongeloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 april 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Toepasselijk recht

3. Op deze zaak is het recht van toepassing zoals dat gold vóór 12 juni 2026, tenzij anders aangegeven.

Het asielrelaas

4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en behoort tot de bevolkingsgroep van de Arabieren. Eiser weet van kinds af aan dat hij zich aangetrokken voelt tot mannen, maar heeft zijn seksuele gerichtheid in Marokko altijd verborgen gehouden en geprobeerd daar volgens de geldende normen te leven. Zo is eiser getrouwd met een vrouw en heeft hij drie kinderen gekregen. Er ontstond in dit huwelijk steeds meer afstand, waarna eiser aan zijn vrouw heeft opgebiecht dat hij homoseksueel is. Zijn vrouw heeft het daarna aan haar familie verteld, waarna eiser is bedreigd. Inmiddels is eiser gescheiden en heeft hij geen contact meer met zijn ex-vrouw en kinderen. Verder is eiser door zijn handicap van jongs af aan in Marokko gepest en geminacht. Eiser vreest bij terugkeer naar Marokko voor familie, de maatschappij en de autoriteiten.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst vooralsnog geloofwaardig zijn. Ook acht de minister de problemen vanwege eisers handicap geloofwaardig. De homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen zijn volgens de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft niet betwist dat hij zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voorvloeiende problemen niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister stelt zich op het standpunt dat de geloofwaardig bevonden asielmotieven geen reden vormen om aan te nemen dat eiser bij terugkeer naar Marokko een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.

Toetsingskader

6. Uit Werkinstructie 2019/17 volgt dat de minister in zaken als deze op zoek is naar een authentiek verhaal van de betrokken vreemdeling. Het zwaartepunt van de geloofwaardigheidsbeoordeling ligt daarom bij de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst van de vreemdeling en hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Dit geldt temeer als een vreemdeling afkomstig is uit een land waar lhbti-zijn maatschappelijk onacceptabel of strafbaar is gesteld. In die situatie is het de vraag of en hoe de vreemdeling zich daaraan heeft aangepast en hoe hij dit heeft beleefd. Primair wordt dus gekeken naar de eigen verklaringen van de vreemdeling, maar ook verklaringen van derde partijen moeten bij de beoordeling worden betrokken. In twijfelgevallen kunnen verklaringen van derden – mits deze verklaringen daadwerkelijk een toevoeging zijn op het dossier – de doorslag geven. Het is echter afhankelijk van de individuele omstandigheden of een derdenverklaring eventueel opweegt tegen hetgeen de vreemdeling zelf heeft verklaard.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser?

7. Eiser betoogt dat de minister zijn referentiekader onvoldoende heeft betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling. Volgens eiser maken zijn culturele achtergrond en gevoelens van schaamte en angst het moeilijk om tegenover een buitenstaander over zijn homoseksualiteit te verklaren. Daarnaast voert hij aan dat de minister zijn mentale en psychische problemen ten onrechte niet heeft betrokken bij de vaststelling van het referentiekader.

De rechtbank is van oordeel dat de minister het referentiekader van eiser kenbaar bij de besluitvorming heeft betrokken. De omstandigheid dat het voor eiser vanwege zijn culturele achtergrond en gevoelens van schaamte en angst moeilijk is om over zijn homoseksualiteit te verklaren, betekent niet zonder meer dat van hem niet mag worden verwacht dat hij daarover kan verklaren. De minister heeft in het voornemen uiteengezet dat van eiser niet wordt verwacht dat hij tot op het diepste detail over zijn gevoelens verklaart. Wel wordt van hem terecht verwacht dat hij in eigen woorden inzicht geeft in zijn gevoelens en overwegingen over het besef van zijn seksuele gerichtheid, mede afgezet tegen de strenge normen van de Marokkaanse maatschappij. De minister stelt zich vervolgens op het standpunt dat eiser over zijn homoseksualiteit niet aannemelijk en samenhangend heeft verklaard. Op dit standpunt van de minister gaat de rechtbank hieronder inhoudelijk in.

Ten aanzien van de door eiser gestelde mentale en psychische problemen is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser niet heeft onderbouwd dat deze problemen van invloed zijn geweest op zijn manier van verklaren of dat daarom niet van zijn verklaringen kan worden uitgegaan. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister de homoseksuele gerichtheid en de daaruit vloeiende problemen terecht ongeloofwaardig geacht?

8. De minister stelt zich op het standpunt dat de homoseksuele gerichtheid van eiser en de daaruit vloeiende problemen ongeloofwaardig zijn. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister heeft daar een aantal redenen voor gegeven die eiser betwist. De rechtbank bespreekt die hieronder.

Eiser heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn gevoelens en gedachten over zijn huwelijk

De minister heeft onder meer tegengeworpen dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens en gedachten over zijn huwelijk. Dit standpunt volgt de rechtbank. Eiser heeft vooral verklaard over de feitelijke gang van zaken, maar onvoldoende toegelicht hoe het voor hem persoonlijk was om met een vrouw te trouwen en jarenlang in dat huwelijk te leven. Eiser voert aan dat hij heeft verklaard waarom hij is getrouwd, dat hij in zijn huwelijk geen geluk of voldoening vond, dat er weinig liefde was en dat hij zich steeds meer op mannen ging richten, maar de minister mocht van hem verwachten dat hij hierover meer kon verklaren, omdat het huwelijk de manier was om zich te conformeren aan de maatschappelijke norm. Dat het huwelijk hem niet het geluk bracht dat hij zocht en dat hij bij mannen een ander soort geluk vond, is daarvoor onvoldoende. Daarmee geeft eiser namelijk onvoldoende inzicht in zijn gevoelens en gedachten over het langdurig verborgen houden van zijn seksuele gerichtheid. Ook de stelling van eiser dat hierover onvoldoende is doorgevraagd volgt de rechtbank niet nu hij hiervoor voldoende gelegenheid heeft gehad.

Eiser heeft tegenstrijdig verklaard over de verbreking van zijn huwelijk

Daar komt bij dat de minister er in het verweerschrift terecht op heeft gewezen dat eiser tegenover een arts heeft verklaard dat hij niet begreep waarom zijn vrouw na een verblijf bij haar familie in Engeland van hem wilde scheiden, omdat zij volgens eiser daarvoor geen signalen had gegeven en alles in het gezin goed leek te gaan. Deze verklaring komt niet overeen met eisers verklaringen in het nader gehoor dat hij al langer problemen had met zijn vrouw en dat zij van hem wilde scheiden nadat hij zijn homoseksualiteit aan haar kenbaar had gemaakt. Dat de minister deze tegenstrijdigheid pas in het verweerschrift naar voren heeft gebracht, betekent niet dat de rechtbank deze niet bij haar beoordeling kan betrekken. De rechtbank wijst daarbij op het arrest Ebilum, waaruit volgt dat de asielrechter een volledig en ex nunc onderzoek verricht naar alle feitelijke en juridische elementen van de zaak. Dat de verklaring niet tijdens een gehoor is afgelegd en eiser daarom niet de gelegenheid heeft gehad om correcties en aanvullingen in te dienen, maakt ook niet dat de verklaring tegenover de arts niet bij de beoordeling betrokken mag worden. De rechtbank acht daarbij van belang dat eiser de medische informatie zelf bij zijn zienswijze heeft overgelegd en hij niet ontkent dat hij dit zo tegen de arts heeft gezegd.

Eiser heeft niet samenhangend verklaard over zijn problemen met zijn familie

Ook heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet samenhangend heeft verklaard over zijn problemen met zijn familie in Marokko. Eiser heeft tijdens het nader gehoor verklaard dat ‘ze’ bij hem langskwamen, terwijl hij in de correcties en aanvullingen aangeeft dat alleen zijn broer bij hem langskwam. Daarnaast heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat hij de homoseksualiteit in eerste instantie heeft ontkend, terwijl hij in de correcties en aanvullingen aangeeft dat hij dat meteen had toegegeven. Dat het verslag van het nader gehoor op dit punt te beknopt zou zijn weergegeven, volgt de rechtbank niet. Dat eiser in de correcties en aanvullingen vervolgens een uitleg geeft verklaart ook niet waarom eiser wezenlijk verschillende verklaringen over een essentieel onderdeel van het asielrelaas geeft. Van eiser mag worden verwacht dat hij hierover eenduidig kan verklaren, omdat de problemen met zijn familie volgens hem de aanleiding vormden voor zijn vertrek uit Marokko. Eiser heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom hij hierover niet direct juist heeft kunnen verklaren. Daar komt bij dat eiser ook vaag heeft verklaard over de inhoud van de bedreiging. Enerzijds heeft hij verklaard dat hij met de dood is bedreigd, maar anderzijds dat hij is aangespoord te vertrekken.

Eiser heeft summier verklaard over de relatie met zijn vriend

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich eveneens terecht op het standpunt stelt dat eiser summier heeft verklaard over de relatie met zijn vriend. Eiser weet de achternaam van zijn vriend niet, terwijl dit volgens hem de eerste man was met wie hij een relatie had, van wie hij hield en bij wie hij zich gelukkig voelde. De minister mocht van eiser verwachten dat hij uitgebreider kon verklaren over deze persoon en zijn gevoelens voor hem. Dat eiser de achternaam niet wist omdat alles in het geheim plaatsvond en hij geen contact had met de familie van zijn vriend, heeft de minister terecht niet gevolgd. Daarnaast heeft eiser onvoldoende toegelicht hoe hij met zijn vriend sprak over zijn gevoelens en hun toekomst, terwijl hij heeft verklaard ongeveer een jaar een relatie met hem te hebben gehad en alleen met hem over zijn seksuele gerichtheid kon spreken. Dat eiser heeft verklaard dat het verlies van het contact voelde alsof er iets miste in het leven is daarvoor onvoldoende. De rechtbank volgt dus niet de stelling van eiser dat hij wel voldoende heeft verklaard over het ontstaan en de invulling van hun relatie en wat het voor hem betekende om het contact met hem te verliezen. Ook is de rechtbank van oordeel dat in het nader gehoor ook over dit onderwerp voldoende is doorgevraagd.

Eiser heeft oppervlakkig verklaard over zijn religie in relatie tot zijn seksuele gerichtheid

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over zijn religie in relatie met zijn seksuele gerichtheid. Eiser heeft verklaard zijn religie te blijven praktiseren, terwijl hij tegelijkertijd heeft verklaard dat zijn religie zijn homoseksualiteit afkeurt. Het betoog van eiser dat hij in zijn religie rust en houvast vindt, maakt het juist van belang dat hij inzicht geeft in hoe hij deze spanning persoonlijk ervaart. De minister stelt terecht dat eiser daar niet in is geslaagd. Zijn verklaringen daarover blijven algemeen en bieden onvoldoende inzicht in wat het voor hem persoonlijk betekent dat zijn religieuze overtuiging en homoseksualiteit met elkaar op gespannen voet staan.

Eiser heeft vaag verklaard over de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid

De minister stelt zich ook terecht op het standpunt dat eiser vaag heeft verklaard over de ontdekking van zijn seksuele gerichtheid. Eiser heeft verklaard sinds kinds af aan gevoelens voor mannen te hebben, maar heeft nagelaten inzicht te geven in de gevoelens en gedachten ten aanzien van dit beginmoment en hoe deze zich verder hebben ontwikkeld. De voorbeelden die eiser geeft, zoals dat hij onopgemerkt handelingen bij zijn broertje zou hebben verricht, blijven summier. Dat de minister erkent dat eiser de gebeurtenissen destijds zo kan hebben beleefd, betekent niet dat zijn verklaringen daarmee voldoende inzichtelijk zijn. De minister mocht van eiser verwachten dat hij nader kan toelichten wat het voor hem betekende om deze gevoelens te hebben en te moeten onderdrukken.

Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe hij zich voelde in de Marokkaanse maatschappij

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich ook terecht op het standpunt stelt dat eiser onvoldoende inzichtelijk maakt hoe hij zich heeft gevoeld in de Marokkaanse maatschappij. Eiser heeft verklaard dat hij uit een kleine, religieuze en spirituele stad komt, waar weinig tot geen begrip is voor een afwijkende seksuele gerichtheid. Tegen die achtergrond mocht de minister van hem verwachten dat hij nader kon toelichten wat het voor hem betekende om in die omgeving op te groeien. De enkele verklaring dat hij een complex leven had, met trauma’s, psychische problemen en dat dit er ook toe heeft geleid dat hij is gaan roken en alcohol is gaan drinken, is daartoe onvoldoende. De rechtbank merkt hierbij op dat eiser in zijn gehoren en ook bij de arts, aangeeft zeer te hebben geleden onder zijn handicap. Dat zijn problemen het gevolg zouden zijn van zijn seksuele gerichtheid volgt daar dus niet uit.

Eiser heeft oppervlakkig verklaard over wat het voor hem betekent dat hij zich in Nederland anders kan uiten

De rechtbank volgt de minister ten slotte in het standpunt dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over wat het voor hem betekent dat hij zich in Nederland anders kan uiten dan in Marokko. Dat hij op werk terecht is gekomen in een warm bad en dat hij zichzelf vrij genoeg voelt om zich te uiten blijft volgens de rechtbank te algemeen. Hij heeft daarmee onvoldoende inzicht gegeven in wat het voor hem persoonlijk betekent dat hij zijn seksuele gerichtheid in Nederland niet langer verborgen hoeft te houden.

Conclusie

De rechtbank is, alles in samenhang bezien, van oordeel dat de minister de homoseksuele gerichtheid van eiser en de daaruit voortvloeiende problemen terecht ongeloofwaardig heeft geacht. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over essentiële onderdelen van zijn asielrelaas, waaronder de verbreking van zijn huwelijk en de problemen met zijn familie in Marokko. Daarnaast heeft de minister terecht tegengeworpen dat eiser op verschillende onderdelen onvoldoende persoonlijk en concreet inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens, gedachten en beleving van zijn seksuele gerichtheid.

De rechtbank volgt eiser verder niet in zijn betoog dat tijdens het nader gehoor op verschillende onderdelen onvoldoende is doorgevraagd. Uit het verslag van het nader gehoor blijkt dat de gehoormedewerker voldoende heeft doorgevraagd en eiser voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om over de verschillende onderwerpen nader te verklaren.

Had de minister aan eiser uitstel van vertrek moeten verlenen?

9. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen reden bestaat voor uitstel van vertrek. Volgens eiser had de minister de zaak moeten voorleggen aan het Bureau Medische Advisering (BMA).

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij voldoet aan de voorwaarden voor uitstel van vertrek. Eiser heeft weliswaar een medisch dossier overgelegd, maar daaruit blijkt niet dat hij op dit moment een medische behandeling ondergaat die aanleiding geeft voor uitstel van vertrek. Ook heeft hij niet concreet toegelicht op grond van welke medische omstandigheden uitstel van vertrek zou moeten worden verleend. De minister heeft daarom geen aanleiding hoeven zien om bij het BMA advies te vragen.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. van der Straaten

Griffier

  • mr. I.S. Pruijn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand