ECLI:NL:RBDHA:2026:2602

ECLI:NL:RBDHA:2026:2602

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer NL25.49228 NL25.50131
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Opvolgende asielaanvraag, 3.1 Vb-besluit, last minute aanvraag, geen nieuwe feiten en omstandigheden, seksuele gerichtheid, medische en psychische situatie, 8 EVRM, 15c, referentiekader, lhbti-coordinator, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.49228 en NL25.50131

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J. Hemelaar),

en

Procesverloop

1. Eiser heeft op 19 september 2025 een opvolgende aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Met het besluit van 22 september 2025 heeft de minister deze aanvraag als een last-minuteaanvraag aangemerkt en op grond van artikel 3.1 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) bepaald dat de uitzetting van eiser niet achterwege blijft (3.1 Vb-besluit).

Met het besluit van 8 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de minister met dit besluit het bezwaar van eiser tegen het 3.1 Vb-besluit kennelijk ongegrond verklaard.

Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft hiertegen twee beroepen ingesteld, gericht tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn asielaanvraag (NL25.50131) onderscheidenlijk het kennelijk ongegrond verklaren van het bezwaar tegen het 3.1 Vb-besluit (NL25.49228).

De rechtbank heeft deze beroepen op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Huidige aanvraag
Artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn
LHBTI-coördinator

Voorgeschiedenis

2. Eiser is in het verleden in het bezit geweest van een asielvergunning voor bepaalde tijd. De minister heeft die vergunning met het besluit van 29 juni 2015 met terugwerkende kracht per 20 augustus 2011 ingetrokken, vanwege misdrijven die eiser heeft gepleegd en waarvoor hij is veroordeeld. De minister heeft eiser opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en heeft tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van tien jaar. Eiser heeft tegen deze besluitvorming geprocedeerd, maar zijn beroep en hoger beroep zijn ongegrond verklaard.

3. Op 15 september 2023 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Aan deze asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij biseksueel is. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser te worden vermoord vanwege zijn biseksuele gerichtheid. De minister heeft de aanvraag met het besluit van 17 mei 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook tegen dit besluit heeft eiser geprocedeerd, maar zijn beroep en hoger beroep zijn ongegrond verklaard.

4. Eiser heeft op 19 september 2025 opnieuw een opvolgende asielaanvraag ingediend. Aan deze opvolgende aanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is. Eiser woont bovendien al 35 jaar in Nederland en voelt zich Nederlander. Hij zal in Somalië niet kunnen overleven, omdat hij daar niets of niemand kent. Verder heeft eiser een meerderjarige dochter in Nederland.

Het bestreden besluit

5. De minister heeft zich – kort weergegeven – op het standpunt gesteld dat eiser geen nieuwe feiten en omstandigheden aan zijn opvolgende asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd. Het gaat om een last-minuteaanvraag die eiser heeft ingediend om zijn uitzetting te frustreren. Wat betreft artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat toetsing aan dat artikel niet aan de orde is in deze procedure, dat bij eerdere besluitvorming al aan dit artikel is getoetst en dat een inhoudelijk beoordeling op dit punt ook niets oplevert voor eiser.

6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd.

Seksuele gerichtheid

7. Eiser stelt dat zijn seksuele gerichtheid een novum vormt. Eiser is namelijk niet biseksueel, zoals in de vorige procedure verklaard, maar homoseksueel. Dit toont aan dat eiser zich heeft ontwikkeld wat betreft zelfinzicht en identiteitsbesef; er is sprake van persoonlijke groei. Daarbij heeft eiser in de loop der jaren een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt in het vermogen om open over zijn gevoelens en identiteit te praten. Zo heeft eiser een HIV-test laten afnemen en verschillende vragen aan hulpverleners gesteld in het kader van seksuele activiteiten.

8. De rechtbank is van oordeel dat de minister de seksuele gerichtheid van eiser terecht niet als novum heeft aangemerkt. De seksuele gerichtheid van eiser is in de vorige procedure al beoordeeld. Dat eiser in de vorige procedure heeft verklaard dat zijn gerichtheid zich mede tot mannen uitstrekt en in de huidige procedure dat zijn gerichtheid zich uitsluitend tot mannen uitstrekt, levert in dit geval geen rechtens relevant onderscheid op. Eiser heeft tijdens het gehoor van 22 september 2025 verklaard dat hij zich wat betreft zijn seksuele gerichtheid op dezelfde problemen beroept als bij de vorige asielaanvraag en dat er sinds de vorige procedure niets anders of nieuws is.1 De minister heeft op grond hiervan mogen concluderen dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden en evenmin van groei van eisers seksuele gerichtheid. Het feit dat eiser een HIV-test heeft laten afnemen en verschillende vragen aan hulpverleners in het kader van zijn seksuele activiteiten heeft gesteld, maakt dit niet anders. Dit laat immers niet zien dat de situatie van eiser nu anders is dan tijdens de voorgaande procedure. De beroepsgrond slaagt niet.

Medische/psychische situatie en verslaving

9. Eiser stelt dat zijn medische situatie en zijn verslaving aangemerkt moeten worden als een novum. Uit de medische stukken die eiser heeft overgelegd blijkt dat hij ernstig verslaafd is aan alcohol. Daarbij komt dat de minister heeft nagelaten om te onderzoeken of eiser bij terugkeer naar Somalië toegang kan krijgen tot de vereiste verslavingszorg.

10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat de medische/psychische situatie van eiser en diens verslavingsproblematiek in eerdere procedures al zijn beoordeeld. Uit de informatie die eiser thans heeft overgelegd, blijkt niet dat zijn situatie is veranderd. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 8 van het EVRM

11. Eiser stelt dat de beoordeling in het kader van artikel 8 van het EVRM in zijn voordeel had moeten uitvallen, vanwege het familieleven met zijn in Nederland wonende dochter en zijn privéleven in Nederland. De minister heeft geen rekening gehouden met eisers feitelijke beperkingen – onder meer detentie en verslavingsproblematiek – om het contact met zijn dochter te hervatten. Het is niet zo dat er, doordat het contact tussen eiser en zijn dochter ontbreekt, geen sprake is van beschermenswaardig familieleven. Het gaat om de mogelijkheid tot herstel van het familieleven. Verder heeft de minister de reikwijdte van het privéleven van eiser miskend. Eiser heeft hier contacten waar hij regelmatig mee omgaat. Eiser is ook verbonden met de Nederlandse cultuur en de Nederlandse samenleving.

12. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank laat in het midden of het standpunt dat de minister primair heeft ingenomen, namelijk dat in deze procedure niet aan artikel 8 van het EVRM hoeft te worden getoetst, kan standhouden. De minister heeft zich namelijk subsidiair terecht op het standpunt gesteld dat eiser wat betreft zijn beroep op artikel 8 van het EVRM geen relevante nieuwe feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht. Eiser heeft weliswaar een dochter in Nederland, maar zij is meerderjarig en eiser heeft al 22 jaar geen contact meer met haar gehad. Dat eiser sinds de vorige procedure enige tijd langer in Nederland woont, is ook onvoldoende om te oordelen dat sprake is van relevante nieuwe feiten of omstandigheden.

13. Het beroep van eiser op artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn slaagt niet. De minister heeft in het bestreden besluit gemotiveerd waarom de zienswijze van eiser op dit punt niet wordt gevolgd. Eiser heeft in zijn beroepsgronden niet toegelicht waarom dat standpunt van de minister niet juist zou zijn.

1. Zie p. 3 van het gehoor opvolgende aanvraag Artikel 3.1 Vb van 22 september 2025.

Beperkingen en referentiekader

14. Eiser stelt dat de minister er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat eiser door zijn intellectuele en psychische beperkingen een ander referentiekader heeft.

15. Niet is gebleken dat de minister bij de gehoren of de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met de intellectuele en/of psychische situatie van eiser. Bij de gehoren van 22 september 2025 en 2 oktober 2025 zijn duidelijke vragen aan hem gesteld. Eiser heeft tijdens het gehoor van 2 oktober 2025 ook verklaard alles goed te hebben begrepen. De beroepsgrond slaagt niet.

Medisch dossier

16. Eiser stelt dat de minister ten onrechte niet op zijn medisch dossier heeft gewacht voordat het bestreden besluit werd genomen. Dit medisch dossier was noodzakelijk voor de beoordeling van de opvolgende asielaanvraag. Daarbij komt dat de gemachtigde van eiser het medisch dossier op 6 oktober 2025 heeft opgevraagd. Hij heeft dit aan de minister medegedeeld en vermeld dat het doorgaans twee dagen duurt voordat het dossier er is. Op 8 oktober 2025 kreeg eiser de beschikking over het medisch dossier, maar het bestreden besluit was toen al genomen.

17. De rechtbank is van oordeel dat de minister in dit geval niet hoefde te wachten op het medisch dossier van eiser. Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Het is daarbij aan hem om deze opvolgende aanvraag te onderbouwen met documenten op het moment dat hij de aanvraag indient. Eiser heeft dat niet gedaan. Nu voorts onzeker was wanneer het medisch dossier overgelegd zou worden, mocht de minister overgaan tot het nemen van het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.

18. Eiser stelt dat uit het dossier niet blijkt dat de minister overleg heeft gevoerd met een LHBTI-coördinator, terwijl de minister dat wel moet doen. Het is onduidelijk of er een LHBTI-coördinator bij het gehoor aanwezig is geweest of niet.

19. Uit Werkinstructie 2019/17 volgt dat er op elke locatie van de minister LHBTI-coördinatoren aanwezig zijn. In elke zaak waarin een LHBTI-motief speelt, moet, voordat het besluit genomen wordt, een LHBTI-coördinator geraadpleegd worden. Daarnaast kunnen de coördinatoren benaderd worden voor vragen. De minister heeft ter zitting bevestigd dat in deze zaak een LHBTI-coördinator is geraadpleegd en overleg met die coördinator heeft plaatsgevonden. De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Last-minuteaanvraag

20. Eiser stelt verder dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte als een zogenoemde last-minuteaanvraag heeft aangemerkt en ten onrechte heeft aangenomen dat deze aanvraag enkel is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te frustreren.

21. Uit paragraaf C1/2.9 van de Vreemdelingcirculaire 2000 (Vc) volgt dat de minister een aanvraag als last-minuteaanvraag aanmerkt, als de vreemdeling pas een opvolgende asielaanvraag indient nadat er concrete handelingen zijn verricht in het kader van het effectueren van zijn vertrek. In dit geval heeft de minister voorafgaand aan de opvolgende asielaanvraag verschillende handelingen met het oog op de uitzetting van eiser verricht (twee presentaties bij de Somalische autoriteiten, afgifte van een laissez-passer, verblijf op een locatie die bestemd is voor strafrechtelijk gedetineerden die moeten terugkeren naar hun land van herkomst, vertrekgesprek). De minister heeft de opvolgende asielaanvraag dan ook terecht als last-minuteaanvraag aangemerkt.

22. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser bevestigd dat niet in geschil is dat aan de voorwaarden van artikel 3.49 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV) is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat de minister op grond hiervan heeft mogen concluderen dat eiser de opvolgende asielaanvraag heeft ingediend louter teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen. Dat eiser zich in strafrechtelijke detentie bevond, betekent niet dat hij niet eerder een aanvraag kon indienen. Ook overigens heeft eiser niet onderbouwd dat hij, ondanks dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.49 van het VV, de aanvraag niet heeft ingediend louter teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

23. De beroepen zijn ongegrond. De minister mocht de opvolgende asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaren en mocht bepalen dat de uitzetting niet achterwege blijft. Eiser krijgt dus geen gelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

05 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?