RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2026 in de zaak van
[verzoeker] , verzoeker,
de Minister van Asiel en Migratie, de minister.
Samenvatting
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/2259
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: A. Khottour),
en
1. In deze uitspraak verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk omdat er inmiddels is beslist op het beroep van verzoeker.
Procesverloop
2. De minister heeft op 27 januari 2026 de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat uitzetting achterwege dient te blijven, totdat op het bezwaar is beslist.
Met het bestreden besluit van 5 maart 2026 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer AWB 26/4300). Het verzoek om een voorlopige voorziening is op dat moment omgeklapt naar een verzoek hangende beroep. De rechtbank heeft op 3 juli 2026 uitspraak gedaan op het beroep.
Overwegingen
3. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dat in deze zaak niet nodig is.
4. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft immers op 3 juli 2026 het hiervoor genoemde beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker het griffierecht niet (tijdig) heeft betaald. Verzoeker heeft tegen deze uitspraak geen verzet ingediend. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek zonder onderzoek ter zitting niet-ontvankelijk wordt verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.