ECLI:NL:RBDHA:2026:26029

ECLI:NL:RBDHA:2026:26029

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer C/09/706605/ KG ZA 26-610
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Burengeschil. Schutting over het water die toegang tot ligplaats belemmert. Inbreuk op eigendomsrecht. Eisers hebben voldoende belang bij een spoedvoorziening in kort geding bij verwijdering van de schutting. Toewijzing vordering

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/706605/ KG ZA 26-610

Vonnis in kort geding van 22 juli 2026

in de zaak van

1. [eiser 1] te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2] te [woonplaats 1] ,

eisers,

advocaat: mr. M. Schildwacht,

tegen:

1. [gedaagde 1] te [woonplaats 2] ,

2. [gedaagde 2] te [woonplaats 2] ,

gedaagden,

advocaat: mr. J.P.G. Bouwman.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eisers] c.s.’ en ‘ [gedaagden] c.s.’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 juni 2026 met producties 1 tot en met 7;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7;

- de op 8 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen zijn buren van elkaar op een eiland gelegen in de Kagerplassen aan de rivier de Ade (gemeente Alkemade).

[eisers] c.s. zijn eigenaar van de percelen die kadastraal bekend staan als Gemeente Alkemade, [kadastraal nummer 1] (hierna: [perceel 1] en [perceel 2] ). [eisers] c.s. waren tot eind januari 2026 ook eigenaar van het perceel dat kadastraal bekend staat als Gemeente Alkemade, [kadastraal nummer 2] (hierna: [perceel 3] ).

[gedaagden] c.s. zijn eigenaar van de percelen die kadastraal bekend staan als Gemeente Alkemade, [kadastraal nummer 3] (hierna: [perceel 4] en [perceel 5] ).

Partijen hebben beiden een woonboot/chalet op hun eigen perceel. De percelen van partijen liggen (deels) in het water en grenzen aan elkaar op de wijze zoals hieronder afgebeeld:

In de akte van levering van 4 april 2005 (hierna: de notariële akte) waarbij de percelen [perceel 4] en [perceel 5] aan [gedaagden] c.s. zijn geleverd, is voor zover hier van belang het volgende opgenomen:

Afbeelding verwijderd vanwege privacyredenen

ERFDIENSTBAARHEDEN

De verschenen personen, handelend als gemeld, verklaren dat partijen een overeenkomst hebben gesloten tot het vestigen van erfdienstbaarheden, om niet (doch niet uit vrijgevigheid) en altijddurend, ten behoeve en ten laste van het gekochte en ten laste en ten behoeve van de overige percelen die op de meergemelde aan deze akte gehechte situatietekening zijn genummerd 1 tot en met 9, alle deel uitmakende van de kadastrale percelen gemeente Alkemade [percelen] (in dit artikel tezamen ook te noemen: “de percelen”), en – onder opschortende voorwaarde van vervreemding door verkoper van een of meer van de overige percelen – ten behoeve en ten laste van de percelen over en weer.

Ter uitvoering hiervan worden hierbij gevestigd en aanvaard, om niet (doch niet uit vrijgevigheid) en altijddurend, ten behoeve en ten laste van het gekocht een de percelen zoals gemeld, en deels onder gemelde opschortende voorwaarde:

A. Alle erfdienstbaarheden om de bestaande toestand waarin de percelen zich thans ten opzichte van elkaar bevinden te handhaven, meer in het bijzonder: de erfdienstbaarheden van licht en uitzicht, inbalking en inankering, afvoer en opvang van hemelwater, gootwater en (…), zijnde hieronder evenwel niet begrepen een verbod om te bouwen of te verbouwen. (…)

B. (…)

C. De erfdienstbaarheid van vaart, om over het water met pleziervaartuigen te komen van en te gaan naar het heersend erf, op de voor het dienend erf minst bezwarende wijze. De eigenaars en gebruikers van het dienend erf dienen er voor te zorgen dat de doorvaart niet onredelijk belemmerd wordt door afgemeerde boten en dergelijke. (…)

MANDELIG PAD

Partijen verklaren dat zij (…) tot gemeenschappelijk nut bestemmen van de percelen die op de meergemelde aan deze akte gehechte situatieschets zijn genummerd 3 tot en met 6, alle deel uitmakende van de kadastrale percelen gemeente Alkemade (…) (in dit artikel tezamen ook te noemen: “de percelen”).

Het mandelig pad is bestemd als voetpad om te komen van en te gaan naar de Ade en de percelen, om onderhoud te kunnen plegen aan de percelen, als plek om kleine pleziervaartuigen af te meren en als uitzichtpunt over de Ade. (…)

ERFDIENSTBAARHEID

(…) en ten laste van bedoeld perceel genummerd 4:

De erfdienstbaarheid van voetpad om te komen van en te gaan naar het mandelig pad over een strook grond en steiger (“de weg”) zoals schetsmatig is aangegeven op een aan deze akte gehechte (…) situatietekening (…). De weg mag worden gebruikt als voetpad om te komen van en te gaan naar het mandelig pad. (…) ”

Aan de notariële akte is onderstaande situatietekening gehecht. Uit die tekening blijkt duidelijk dat het in het geding zijnde gedeelte van de erfgrens (rood gemarkeerd) tussen het perceel van [gedaagden] c.s. (nummer 3) en [eisers] c.s. (nummer 4) zo goed als haaks staat op de kade (feitelijk zelfs iets schuin ten gunste van [eisers] c.s.) en wijkt daarmee af van de Kadastrale kaart (2.4).

Op enig moment is tussen partijen een geschil ontstaan over onder meer de erfgrens tussen hun percelen, het gebruik (door [gedaagden] c.s.) van een naast perceel [perceel 3] (toen nog van [eisers] c.s.) gelegen mandelig pad en een door [gedaagden] c.s. geplaatste schutting aan de linkerkant van perceel [perceel 2] (van [eisers] c.s.).

Voorheen werden de percelen van partijen bij het water gescheiden met een deurtje op de steiger. Ter illustratie onderstaande foto, waarbij rechts van het deurtje het perceel van [gedaagden] c.s. zichtbaar is en links het perceel van [eisers] c.s.

[gedaagden] c.s. zijn bij de kantonrechter van deze rechtbank (hierna: de kantonrechter) een procedure gestart tegen [eisers] c.s., die in reconventie tegenvorderingen hebben ingesteld.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 28 juli 2022 (onder meer) tegen [gedaagden] c.s. diverse veroordelingen uitgesproken, waaronder het verwijderen van bepaalde zaken van het perceel van [eisers] c.s. Ook heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat de erfgrens tussen perceel [perceel 1] en perceel [perceel 4] zich bevindt op de kadastrale erfgrens althans de locatie zoals door het Kadaster is bepaald.

[gedaagden] c.s. hebben op enig moment (tijdens voornoemde procedure) een hoge schutting over het water geplaatst, zoals hieronder weergegeven. Deze gording met schutting staat haaks op de steiger, zoals ook uit de luchtfoto blijkt.

[gedaagden] c.s. hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter. In hoger beroep hebben [eisers] c.s., voor zover hier van belang, gevorderd een veroordeling van [gedaagden] c.s. om de hiervoor weergegeven schutting over het water te verwijderen (op straffe van verbeurte van een dwangsom), tenzij [gedaagden] c.s. instemmen met de voorwaarden dat de schutting zal worden verplaatst opdat [eisers] c.s. hun ligplaats kunnen gebruiken met hun pontonboot en dat de deur in de schutting in de richting van het perceel van [gedaagden] c.s. zal openen.

Het Gerechtshof Den Haag (hierna: het hof) heeft arrest gewezen op 19 november 2024 (hierna: het arrest van het hof). Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter gedeeltelijk bekrachtigd en voor het overige vernietigd. Het hof heeft verder voor recht verklaard dat de erfgrens tussen perceel [perceel 1] en perceel [perceel 4] zich bevindt op de kadastrale erfgrens, althans de locatie zoals die door het Kadaster is bepaald op 13 december 2018. De vordering van [eisers] c.s. om [gedaagden] c.s. te veroordelen de schutting over het water te verwijderen is afgewezen. Daartoe is het volgende overwogen:

“Schutting

[eiser 1] heeft bij memorie van antwoord tevens incidenteel beroep, sub XI, gevorderd dat [gedaagde 1] op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld de nieuwe schutting over het water te verwijderen, tenzij [gedaagde 1] heeft ingestemd met de voorwaarden dat de schutting zal worden verplaatst zodat [eiser 1] zijn ligplaats kan gebruiken met zijn pontonboot en dat de deur in de schutting zal openen naar het perceel van [gedaagde 1] . [eiser 1] heeft zich ter onderbouwing van zijn vordering beroepen op verkrijgende dan wel bevrijdende verjaring van het perceel water (de aanlegplaats), althans verkrijgende verjaring van een erfdienstbaarheid tot het plaatsen van een boot. Volgens [eiser 1] maakt [gedaagde 1] met het plaatsen van de schutting tevens misbruik van zijn eigendomsrecht. (…)

[eiser 1] heeft als zodanig niet betwist dat de erfgrens tussen zijn perceel [perceel 2] en het perceel [perceel 5] van [gedaagde 1] ligt op de plaats zoals is vastgesteld in het rapport van Vertex van 2 september 2024. Uit het relaas van bevindingen van het Kadaster van 13 december 2018 blijkt voorts dat de erfgrens haaks staat op de steiger. Hiervan uitgaande ligt, mede gezien de door [eiser 1] bij memorie van antwoord tevens inhoudende incidenteel appel als productie 27 overgelegde foto, in ieder geval de pontonboot van [eiser 1] , indien hij is afgemeerd op de ligplaats van [eiser 1] naast zijn woonboot op perceel [perceel 2] , deels op perceel [perceel 5] van [gedaagde 1] .

Het beroep van [eiser 1] op verkrijgende of bevrijdende verjaring faalt. (…) Het met deze duur en frequentie aanleggen van een boot is naar verkeersopvattingen echter niet aan te merken als een bezitsdaad als bedoeld in voormelde artikelen. De vraag of [eiser 1] te goeder trouw is in de zin van artikel 3:99 lid 1 BW behoeft gelet hierop geen bespreking meer. Bovendien ligt de boot van [eiser 1] er volgens zijn verklaring sinds 2008, zodat de termijn voor bevrijdende verjaring van 20 Jaren van artikel 3:306 BW nog niet is verstreken. [eiser 1] heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van misbruik van eigendomsrecht of onrechtmatige hinder door [gedaagde 1] .

De vordering tot verwijdering van de schutting zal gelet op het voorgaande worden afgewezen. Voor zover [eiser 1] deze vordering bij brief van mr. Schildwacht van 2 september 2024 heeft beoogd te vermeerderen in die zin dat de vordering mede betrekking heeft op een in het water geplaatste paal, geldt dat vast staat dat deze paal reeds is verwijderd, De vermeerderde vordering strandt daarom in zoverre reeds wegens gebrek aan belang. De vraag of de vermeerdering van eis is toegestaan behoeft gelet hierop geen beantwoording meer.”

Na het arrest hebben [gedaagden] c.s. een nieuwe gording en schutting geplaatst, schuin over het water (hierna ook: de schutting). Ter illustratie onderstaande foto’s. Op de foto’s is ook de oude gording van de foto’s onder 2.11 zichtbaar (hier zonder schutting).

Bij brief van 23 mei 2025 heeft de advocaat van [eisers] c.s. de advocaat van [gedaagden] c.s. aangeschreven en [gedaagden] c.s. gesommeerd om de schutting te verwijderen. [gedaagden] c.s. hebben hier geen gevolg aan gegeven.

Op 28 juli 2025 heeft de landmeter van het Kadaster in opdracht van [gedaagden] c.s. een grensreconstructie gedaan tussen perceel [perceel 5] en [perceel 2] . In het relaas van bevindingen is de volgende grensreconstructie weergegeven (waarbij de rood-witte stippellijn de gereconstrueerde kadastrale grens aangeeft):

Afbeelding verwijderd vanwege privacyredenen

Bij e-mailbericht van 29 juli 2025 heeft de advocaat van [gedaagden] c.s. aan de advocaat van [eisers] c.s. het volgende geschreven:

“In vervolg op mijn onderstaande mail van 22 juli jl. bericht ik u in casu hierdoor louter ter informatie dat de landmeter van het Kadaster op 28 juli jl. ter plaatse een grensreconstructie heeft gedaan en heeft geconstateerd en gerapporteerd dat de schutting langs het chalet van cliënten en dat de schutting van cliënten over het water, tegen c.q. binnen de erfgrenzen van cliënten staan, de erfgrenzen met de percelen van uw cliënten worden daarmee niet overschreden, de schuttingen zijn aldus correct geplaatst.”

Op 19 mei 2026 heeft de advocaat van [eisers] c.s. [gedaagden] c.s. nogmaals gesommeerd om de schutting te verwijderen.

Op 26 mei 2026 heeft de advocaat van [gedaagden] c.s. als volgt gereageerd op voornoemd bericht:

“U pleegt een onterechte en ongegronde herhaling van zetten, uw kort geding is zinloos. Cliënten geven geen gehoor aan uw sommatie.

(…)

Zonder uitputtend te zijn, wijs ik uw cliënten op het volgende:

a) in het eindarrest d.d. 19-11-2024 heeft het Hof al vastgesteld dat de pontonboot van uw cliënten bij afmeren deels op perceel [perceel 5] van cliënten ligt;

b) bij e-mail d.d. 29-07-2025 berichtte ik u al dat de landmeter van het Kadaster op 28-07-2025 ter plaatse een grensreconstructie deed en heeft geconstateerd en gerapporteerd dat de huidige schutting over het water tegen c.q. binnen de erfgrens van cliënten staat (waarop u niet reageerde);

c) in juni 2025 kondigde u een kort geding aan, waaraan u na weken wachten geen gevolg gaf, bij e-mail d.d. 10-07-2025 werd u toen al gewezen op het ontbreken van een vereist spoedeisend belang;

d) in uw huidige concept kortgedingdagvaarding in alinea 2.3 op pagina 14 verwijst u naar een geel gemarkeerde lijn, maar dat is niet de kadastrale erfgrens tussen perceel [perceel 5] ( [gedaagde 1] ) en [perceel 2] ( [eiser 1] ). U hanteert dus ten onrechte een verkeerde lijn c.q. 'erfgrens'. Zoals bekend, loopt de daadwerkelijke kadastrale erfgrens tussen perceel [perceel 5] en [perceel 2] wel degelijk schuin.

e) cliënten hebben de huidige schutting over het water tegen/op de erfgrens geplaatst enerzijds om eventuele hernieuwde discussie omtrent de loop van de erfgrens te voorkomen en anderzijds uit oogpunt van privacy;

f) de erfdienstbaarheid over het water waarnaar u verwijst ziet (logischerwijs) louter op het doorgaande water en niet op een ligplaats;

g) het is uitsluitend en volledig de eigen verantwoordelijkheid van uw cliënten om desgewenst zorg te dragen voor een geschikte ligplaats in combinatie met een geschikte afmeting van hun woonboot passende binnen de erfgrens van hun eigen perceel;

h) het is aannemelijk dat uw cliënten in deze zelfde periode vorig jaar een soortgelijk gebruik wensten, doch toen hebben zij geen kort geding gestart, de situatie is onveranderd, toen was er geen spoedeisend belang en nu ook niet;

i) de verkoop is geen spoedeisend belang, uw cliënten zijn gehouden om alleen datgene te koop aan te bieden wat daadwerkelijk hun eigendom is en dat wordt terecht beperkt tot de kadastrale erfgrens met schutting over het water op perceel [perceel 5] van cliënten.”

3. Het geschil

[eisers] c.s. vorderen – verkort en zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagden] c.s. te veroordelen om binnen vier weken na betekening van het vonnis de schutting te verwijderen en verwijderd te houden, althans [gedaagden] c.s. te veroordelen om de schutting in te korten op een zodanige manier dat [eisers] c.s. weer hun ligplaats voor hun boot kunnen gebruiken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000 per dag met een maximum van € 50.000;

II. [eisers] c.s. te machtigen om de schutting op kosten van [gedaagden] c.s. te laten verwijderen, althans te laten inkorten, indien [gedaagden] c.s. niet binnen vier weken na betekening van het vonnis tot verwijdering althans tot inkorting zijn overgegaan;

III. [gedaagden] c.s. te veroordelen in de proceskosten.

Daartoe voeren [eisers] c.s. – samengevat – het volgende aan. Door de plaatsing van de nieuwe schutting kunnen [eisers] c.s. hun ligplaats aan de linkerkant van hun perceel niet meer gebruiken. [gedaagden] c.s. belemmeren hierdoor de doorvaart en blokkeren [eisers] c.s. de toegang tot hun ligplaats. De schutting is in strijd met het arrest van het hof, waarin staat dat de erfgrens haaks staat op de steiger. Voor zover de schutting moet worden geacht op de erfgrens te staan (en dus niet op het perceel van [eisers] c.s.), maken [gedaagden] c.s. misbruik van recht. De schutting levert ook onrechtmatige hinder op. Tot slot is de schutting in strijd met erfdienstbaarheden in de notariële akte van [gedaagden] c.s. [eisers] c.s. hebben een spoedeisend belang bij de verwijdering van de schutting, althans inkorting van de schutting, omdat zij op dit moment hun boot niet kwijt kunnen. Daarnaast staan de percelen en de woonboot in de verkoop en de schutting bemoeilijkt de verkoop omdat de percelen nu feitelijk niet beschikken over een ligplaats.

[gedaagden] c.s. voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Het spoedeisend belang van [eisers] c.s. bij hun vordering vloeit naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende voort uit de aard van de vordering. Aan de vordering van [eisers] c.s. ligt (onder meer) ten grondslag dat sprake is van inbeuk op een eigendomsrecht, onrechtmatige hinder dan wel dat een inbreuk wordt gemaakt op een bestaande erfdienstbaarheid. [eisers] c.s. zijn dan ook ontvankelijk in hun vordering. Dat [eisers] c.s. sinds het te koop zetten van hun perceel een jaar hebben gewacht met het starten van een kort geding, doet hier niet aan af en is evenmin in strijd met de eisen van een goede procesorde.

In deze zaak gaat het om de vraag of de schutting over het water moet worden verwijderd dan wel moet worden ingekort.

[eisers] c.s. voeren allereerst aan dat de schutting niet in overeenstemming is met het arrest van het hof, waarin is overwogen dat de erfgrens haaks staat op de steiger. Dit standpunt is juist. In deze zaak is er een duidelijk verschil tussen de erfgrens op de situatietekening en de kadastrale erfgrens. Wanneer de kadastrale grens niet overeenstemt met de juridische grens prevaleert de partijbedoeling in de akte van levering (juridische grens) boven de grens die in het Kadaster is opgenomen. De kadastrale aanduiding is slechts een hulpmiddel om een onroerende zaak te identificeren. Het is een nadere aanduiding van de ligging van de onroerende zaak (waarmee de ligging ten opzichte van overige erven bepaald kan worden), maar geen specificatie.

Het hof heeft op basis van een (niet in het geding gebrachte) Kadastrale meting van 13 december 2018 (en dus niet de door [gedaagden] c.s. in het geding gebrachte, en klaarblijkelijk afwijkende Kadastrale grensreconstructie van 28 juli 2025) terecht vastgesteld dat – zoals ook blijkt uit de situatietekening bij de akte – de erfgrens haaks staat op de steiger. Daarmee stond de destijds, ten tijde van de uitspraak van het hof, bestaande gording met daarop de schutting op de juridische erfgrens (de situatie op de foto onder 2.11).

Dit blijkt ook uit wanneer de situatieschets met de kadastrale kaart wordt vergeleken. Het op onderstaande afbeelding blauw gemarkeerde deel van de erfgrens op de foto met de kadastrale grens, loopt in afwijking van de situatieschets niet parallel aan de steiger/kade. De hoek met de gele punt op de foto is verkeerd ingemeten, waardoor vervolgens het in geding zijnde deel van de erfgrens schuin is ingetekend op de kadastrale kaart, in plaats van haaks op de steiger. Maar de feitelijke situatie is – totdat [gedaagden] c.s. de schuine schutting hebben geplaatst – steeds in overeenstemming geweest met de situatieschets.

[gedaagden] c.s. hebben, terwijl zij op basis van het arrest van het hof wisten waar de juridische erfgrens lag, op de onjuiste kadastrale erfgrens een nieuwe gording met schutting geplaatst en vervolgens een onjuiste grensreconstructie door het Kadaster laten uitvoeren. In die grensreconstructie is namelijk niet uitgegaan van de erfgrens die het hof heeft vastgesteld.

Het hof had namelijk al vastgesteld dat de juridische en tussen partijen geldende erfgrens haaks staat op de steiger en daarmee op de plaats waar de gording met schutting stond, zoals weergegeven op de foto onder 2.11. De later door [gedaagden] c.s. geplaatste schuine gording met schutting (zichtbaar op de foto’s onder 2.14) is dan ook op het perceel [perceel 2] van [eisers] c.s. geplaatst.

Door bewust de schuine gording en schutting op het perceel van [eisers] c.s. te plaatsen, maken [gedaagden] c.s. inbreuk op het eigendomsrecht van [eisers] c.s. Dat brengt reeds mee dat de vordering van [eisers] c.s. kan worden toegewezen. Daar komt nog bij dat ook op grond van de bestaande erfdienstbaarheden (verbod op het wegnemen van licht en uitzicht en het recht om te komen en gaan naar het eigen perceel) een schutting in/over het water (waar dan ook) niet is toegestaan en tevens sprake is van onrechtmatige hinder.

[eisers] c.s. hebben naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook voldoende belang bij een spoedvoorziening in kort geding bij verwijdering van de schutting. [eisers] c.s. hebben al ruim een jaar geen toegang meer tot de ligplaats links van hun perceel, waar jarenlang een boot, bijvoorbeeld zoals afgebeeld op de foto in 2.11, kon aanmeren. Bovendien kan vanwege de inbreuk op hun eigendomsrecht niet worden gevergd dat [eisers] c.s. de uitkomst van een bodemprocedure afwachten, ook omdat zij de percelen en de woonboot zo spoedig mogelijk wensen te verkopen (zodat zij eindelijk rust hebben). Het zijn [gedaagden] c.s. die in strijd met het eigendomsrecht van [eisers] c.s. en de erfdienstbaarheden hebben gehandeld en daarmee tevens onrechtmatige hinder hebben toegebracht aan [eisers] c.s. Het belang van [gedaagden] c.s. bij afwijzing van de vordering weegt niet op tegen het hiervoor geschetste belang van [eisers] c.s. bij verwijdering van de schuine gording met daarop de schutting. Verplaatsing van de schutting naar de oude gording is overigens in strijd met de erfdienstbaarheid om de in 2005 bestaande toestand ten opzichte van elkaar te handhaven, meer in het bijzonder door de erfdienstbaarheid van uitzicht (2.5).

De conclusie is dat [gedaagden] c.s. gehouden zijn om de gording en de schutting die schuin over het water staan (zie 2.14) te verwijderen. [gedaagden] c.s. zullen hiertoe worden veroordeeld. [eisers] c.s. vorderen aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden. De voorzieningenrechter acht oplegging van een dwangsom als prikkel tot nakoming op zijn plaats. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd tot € 500 per dag en gemaximeerd op € 25.000. De vordering onder I wordt toegewezen zoals in de beslissing vermeld.

[eisers] c.s. vorderen onder II dat de voorzieningenrechter hen machtigt om de schutting op kosten van [gedaagden] c.s. te laten verwijderen indien [gedaagden] c.s. niet binnen vier weken na betekening van het vonnis de schutting hebben verwijderd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eisers] c.s. voldoende belang hebben bij een machtiging als bedoeld in artikel 3:299, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek om de schutting zelf te verwijderen als [gedaagden] c.s. niet aan het vonnis voldoen. De vordering onder II wordt toegewezen.

[gedaagden] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 154,34

- griffierecht € 341,00

- salaris advocaat € 1.177,00

- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.861,34

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt [gedaagden] c.s. om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de gording en de schutting die schuin over het water staan (zie 2.14) te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500 per dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoen, met een maximum van € 25.000;

machtigt [eisers] c.s. om de gording en de schutting als bedoeld in 5.1 voor rekening van [gedaagden] c.s. te laten verwijderen, indien [gedaagden] c.s. niet binnen vier weken na betekening van het vonnis tot verwijdering althans tot inkorting zijn overgegaan;

veroordeelt [gedaagden] c.s. in de proceskosten van € 1.861,34, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [gedaagden] c.s. € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.

yd

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand