RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1516
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
(gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Procesverloop
Eiser heeft op 12 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag).
Bij besluit van 15 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Tevens heeft verweerder bepaald dat aan eiser niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend en dat hij geen uitstel van vertrek krijgt. Het bestreden besluit omvat ook een terugkeerbesluit.
Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag is op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede gericht tegen het bestreden besluit.
Eiser heeft op 4 maart 2025 en 2 juli 2026 de beroepsgronden ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen E.G. Reinink. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Inleiding
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1985 en had de Oekraïense nationaliteit. Hij is in 2003 met zijn moeder naar Rusland verhuisd en heeft op enig moment de Russische nationaliteit aangenomen. Daarbij heeft hij de Oekraïense nationaliteit opgegeven.
2. Op 12 februari 2022 heeft eiser de hier aan de orde zijnde asielaanvraag ingediend. Daar legt hij – samengevat weergegeven – het volgende aan ten grondslag. Eiser lijdt aan de ziekte van Bechterew. Hij is daardoor ernstig beperkt in zijn mobiliteit en heeft veel pijnklachten. Door zijn beperkingen is hij in Rusland gediscrimineerd. In 2017 is hij politiek actief geworden en daardoor is hij in de negatieve belangstelling van de Russische autoriteiten komen te staan. Hij heeft een oproep ontvangen, afkomstig van het Russische openbaar ministerie (OM). Eiser heeft zijn binnenlandse paspoort moeten inleveren hangende het tegen hem gerichte onderzoek. Vervolgens is eiser bedreigd. Met behulp van een vriend heeft hij Rusland weten te verlaten.
3. Bij besluit van 23 februari 2023 heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft bij uitspraak van 19 april 2023 (NL23.6173) het beroep gegrond verklaard en het besluit van 23 februari 2023 vernietigd. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, omdat verweerder heeft afgezien van het aanvullend horen van eiser nadat het eerdere gehoor vroegtijdig was beëindigd.
Niet tijdig beslissen
4. Eiser heeft op 11 oktober 2023 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, heeft dat beroep bij uitspraak van 6 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:1231) gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
6. Bij het bestreden besluit heeft verweerder alsnog op eisers asielaanvraag beslist. Eiser heeft daarom geen belang meer bij zijn beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaart het beroep in zoverre niet-ontvankelijk.
7. De rechtbank ziet wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met dit beroep heeft gemaakt. De rechtbank overweegt hiertoe dat verweerder niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn op de asielaanvraag heeft beslist en dat eiser dus terecht beroep heeft ingesteld. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5, omdat de zaak in zoverre van licht gewicht is).
Het bestreden besluit
8. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
Verweerder acht het eerste relevante element geloofwaardig. Het tweede relevante element acht verweerder daarentegen niet geloofwaardig. Hoewel verweerder niet betwist dat eiser een politieke overtuiging heeft en eiser ook volgt in zijn verklaring dat hij in Rusland heeft deelgenomen aan enkele demonstraties, zijn deze activiteiten zo beperkt dat volgens verweerder niet aannemelijk is dat eiser daardoor problemen heeft ondervonden. Eiser heeft zijn asielrelaas op dit punt ook niet met documenten onderbouwd, terwijl niet valt in te zien dat dit niet mogelijk was. Verweerder werpt eiser tegen dat hij de naar eigen zeggen op Vkontakte (een Russisch social media platform) geplaatste politiek getinte berichten en de oproep van het OM niet heeft overgelegd. Daarnaast heeft eiser verklaard per sms en e-mail bedreigingen te hebben ontvangen, maar hij heeft ook deze berichten niet ingebracht. Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat eisers verklaringen over zijn problemen vanwege zijn politieke activiteiten geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In dit kader werpt verweerder eiser onder meer tegen dat hij vaag heeft verklaard over het moment waarop hij politiek actief werd en dat hij heeft verklaard dat hij bij een demonstratie was waarbij ook Navalny aanwezig was, terwijl uit openbare bronnen blijkt dat Navalny niet bij die demonstratie was.
Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat eisers verklaringen over de problemen vanwege zijn handicap niet geloofwaardig zijn. Deze verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser stelt dat hij een (civiele) rechtszaak heeft gevoerd omdat hij op een wachtlijst stond voor een speciale woning. Dit heeft hij echter niet onderbouwd en bovendien volgt uit zijn verklaringen niet dat hij werd gediscrimineerd vanwege zijn handicap.
Gelet op het voorgaande doet zich volgens verweerder geen asielgrond voor als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Verzoek om aanhouding
9. Eiser heeft de rechtbank tijdens de behandeling van het beroep ter zitting verzocht om een nieuwe zitting, met een andere tolk. Daartoe heeft eiser naar voren gebracht dat hij de tolk niet begrijpt. De rechtbank heeft dit verzoek ter zitting afgewezen en daarvoor de volgende redenen gegeven. Eiser stelde pas toen de zitting ongeveer drie kwartier bezig was en richting een afronding ging dat hij de tolk niet begreep. Het had voor de hand gelegen dat eiser dit eerder naar voren had gebracht als er volgens hem een probleem was. Bovendien heeft de rechtbank ter zitting geconstateerd dat eiser steeds aandachtig naar de tolk heeft geluisterd toen zij het besprokene voor eiser in het Russisch vertaalde en dat eiser de tolk zo nu en dan heeft onderbroken of wilde onderbreken om iets toe te voegen aan de discussie. Deze gang van zaken wijst niet in de richting dat eiser de tolk niet begreep. De tolk is een registertolk en er zijn ook verder geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de kwaliteit van haar werkzaamheden of de begrijpelijkheid van haar vertalingen voor eiser.
Medische problematiek
10. Eiser heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij heeft te kampen met ernstige medische problemen, waardoor hij vergeetachtig is en moeite heeft om over zijn asielrelaas te verklaren. Voor zover eiser hiermee wenst te betogen dat hiermee in de asielprocedure onvoldoende rekening is gehouden, overweegt de rechtbank als volgt. Niet in geschil is dat eiser onder meer aan de ziekte van Bechterew lijdt en dat hij als gevolg daarvan hevige pijnklachten heeft. Verweerder heeft hiermee tijdens de asielprocedure naar het oordeel van de rechtbank voldoende rekening gehouden. De verschillende gehoren hebben verspreid over meerdere dagen plaatsgevonden. Daarbij zijn de hoormedewerkers van verweerder voor de aanvullende gehoren afgereisd naar de locatie waar eiser verbleef om hem daar te horen, zodat eiser niet hoefde te reizen. Verder zijn er tijdens de gehoren regelmatig pauzes ingelast en is eiser in de gelegenheid gesteld om te gaan liggen als hij daar behoefte aan had om zijn pijnklachten te verminderen. Eiser heeft niet concreet gesteld en onderbouwd dat zijn medische klachten tot gevolg hadden dat hij niet of niet voldoende in staat was om te verklaren over zijn asielrelaas. Eiser heeft weliswaar stukken ingebracht van artsen waarmee hij zijn klachten onderbouwt, maar die klachten staan niet ter discussie en uit deze stukken en uit de verslagen van de gehoren kan niet worden afgeleid dat eiser niet of onvoldoende in staat was om te verklaren over zijn redenen om asiel aan te vragen.
Problemen vanwege politieke overtuiging
11. Eiser betoogt dat verweerder het tweede relevante element in zijn asielrelaas ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.
Problemen in Rusland
Eiser stelt dat hij zich op zijn VKontakte-account heeft uitgesproken tegen de Russische machthebbers en ervan blijk heeft gegeven dat hij Navalny en diens groepering steunt. Daarnaast heeft eiser zich naar eigen zeggen uitgesproken tegen de oorlog in Oekraïne. Deze activiteiten zijn volgens eiser de aanleiding geweest van zijn problemen met de Russische autoriteiten en vormen de kern van zijn asielrelaas.
Verweerder heeft eiser terecht tegengeworpen dat hij geen van de door hem op VKontakte geplaatste berichten heeft overgelegd. Weliswaar heeft eiser verklaard dat zijn VKontakte-account op 17 januari 2022 – één dag voordat hij een oproep ontving – werd geblokkeerd en daardoor niet meer toegankelijk was, maar dit argument hoefde verweerder niet te volgen. Niet is gebleken van enige poging van eiser om het plaatsen van deze berichten te onderbouwen of via het account van een derde – zoals zijn vriend [persoon A] – alsnog te proberen zijn activiteiten op VKontakte aannemelijk te maken. De enkele stelling dat dit niet mogelijk is, is onvoldoende. Eiser heeft in dit verband nog verklaard dat hij er niet aan heeft gedacht om bewijs van zijn activiteiten op VKontakte te verzamelen/bewaren, omdat hij niet had verwacht dat deze berichten tot problemen zouden kunnen leiden. Dat eiser geen problemen verwachtte in verband met deze activiteiten, is niet erg plausibel en is dus geen overtuigende verklaring voor het ontbreken van bewijsmateriaal.
Verweerder heeft eiser ook terecht tegengeworpen dat hij de oproep van het OM niet heeft overgelegd. Verweerder heeft eiser niet hoeven te volgen in de verklaring dat dit niet mogelijk was omdat het OM de oproep heeft ingenomen. Niet valt in te zien waarom het OM dit zou doen. Daarnaast heeft eiser verklaard dat het OM alleen zijn binnenlandse paspoort heeft ingenomen. Dit is geen logische handelwijze, omdat eiser ook met zijn buitenlandse paspoort kon reizen. Verweerder acht de verklaring van eiser over de gang van zaken bij het OM dus terecht niet aannemelijk.
De rechtbank stelt verder vast dat eiser tijdens de gehoren heeft verklaard dat hij op 20 januari 2022, enkele dagen na de gestelde blokkade van zijn VKontakte-account en de oproep, per sms en e-mail is bedreigd, vermoedelijk door de autoriteiten, in verband met zijn politieke uitingen. Verweerder werpt eiser terecht tegen dat hij ook dit niet heeft onderbouwd. Eiser heeft naar voren gebracht dat hij zijn telefoon heeft achtergelaten in Rusland en zijn inloggegevens van zijn e-mailaccount is kwijtgeraakt. Voor zover wordt aangenomen dat eiser zijn telefoon in Rusland heeft achtergelaten, dan werpt verweerder eiser terecht tegen dat hij geen bewijs van de e-mail heeft overgelegd. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser onder meer vanwege deze bedreiging naar Nederland is vertrokken om asiel aan te vragen, zodat niet in valt te zien dat hij dit bewijs niet heeft bewaard. Bovendien is niet gebleken van een poging om alsnog in zijn e-mailaccount te geraken en eiser heeft evenmin geconcretiseerd waarom het niet mogelijk is om opnieuw toegang hiertoe te verkrijgen, bijvoorbeeld door het opnieuw aanvragen van een gebruikersnaam en wachtwoord.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij onvoldoende bewijsstukken heeft overgelegd om te onderbouwen dat hij in Rusland problemen heeft ondervonden met de Russische autoriteiten vanwege zijn politieke uitingen en activiteiten. Hiervoor heeft eiser geen goede verklaring gegeven, zodat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat eiser in zoverre niet heeft voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich verder terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt dat eisers verklaringen over zijn problemen in Rusland vanwege zijn politieke activiteiten en uitingen aldaar geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hiermee voldoet eiser ook niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser, nog afgezien van het ontbreken van enige onderbouwing met stukken (zoals hiervoor is overwogen), vaag en summier heeft verklaard over zijn (politieke) uitingen op VKontakte. Eiser weet namelijk onvoldoende concreet te verklaren wat voor berichten hij heeft geplaatst en hij weet niet hoe vaak hij iets heeft geplaatst, ook niet bij benadering. Zijn berichten bestonden volgens eiser voornamelijk uit het doorsturen van berichten en het reageren op commentaren van anderen. Op de vraag waar eiser zoal op reageerde, kan hij maar één voorbeeld geven, namelijk dat hij mensen tegensprak die van mening waren dat de Russen de Oekraïners niet hebben aangevallen. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser hiermee vaag en summier heeft verklaard en dat hij de gestelde activiteiten op VKontakte met deze verklaringen dus niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat het niet logisch is dat het OM eisers account op VKontakte blokkeert en hem oproept in het kader van een strafzaak, om hem vervolgens naar huis te sturen en zijn buitenlandse paspoort niet in te nemen, terwijl eiser naar eigen zeggen is bestempeld als staatsvijand. Eiser heeft weliswaar verklaard dat hij onder bijzonder toezicht is gesteld, maar zijn buitenlandse paspoort is niet ingenomen en hij kon zonder problemen onderduiken bij een vriend in Moskou. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser een verklaring van goed gedrag van juni 2019 afkomstig van de Russische autoriteiten heeft overgelegd, terwijl eiser op dat moment naar eigen zeggen al enkele demonstraties had bijgewoond en ook al politiek actief was op VKontakte. Dit wijst niet in de richting dat eisers activiteiten in de periode tot juni 2019 de negatieve aandacht van de Russische autoriteiten hebben getrokken.
Verweerder neemt aan dat eiser heeft deelgenomen aan een beperkt aantal demonstraties in Rusland, maar niet dat eiser hierdoor problemen heeft ondervonden met de Russische autoriteiten. Over de eerste demonstratie in 2018 weet eiser niet te verklaren wanneer deze was of wie deze heeft georganiseerd. Hij verklaart louter dat het ging om het conflict in de Donbas en dat er een spreker was uit de groep van Navalny. De verklaringen over deze demonstratie acht verweerder terecht vaag. Wat betreft zijn deelname aan de tweede demonstratie in september 2018 kan eiser niet verklaren waartegen deze was gericht. Verweerder heeft zich ook wat betreft de derde demonstratie in mei 2019 terecht op het standpunt gesteld dat eiser vaag en summier heeft verklaard. Eiser weet opnieuw niet precies waarvoor of waartegen deze demonstratie was, maar alleen dat hij heeft geroepen dat Poetin een dief is en dat er ook geroepen werd “Rusland zonder Poetin”. Met deze vage verklaringen heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn deelname aan deze demonstraties een zodanige impact had dat deze tot problemen met de Russische autoriteiten kan hebben geleid.
De rechtbank stelt verder vast dat eiser ter onderbouwing van zijn asielrelaas schermafbeeldingen heeft overgelegd van chatberichten tussen hem en zijn vriend [persoon A] , bij wie hij ondergedoken zou hebben gezeten. Ook op deze berichten baseert eiser dat hij door de Russische autoriteiten wordt gezocht en dat zijn vriend tijdens die zoektocht is mishandeld. Verweerder heeft allereerst vastgesteld dat de chatberichten ongedateerd zijn. De rechtbank is verder met verweerder van oordeel dat niet zonder meer valt in te zien dat [persoon A] contact zocht met eiser als hij in de gaten zou worden gehouden door de Russen. Daar komt bij dat verweerder eiser terecht tegenwerpt dat het ongerijmd is dat eiser stelt het contact met [persoon A] verbroken te hebben omdat eiser [persoon A] niet nog meer in gevaar wilde brengen, maar dat eiser de gestelde conversatie met [persoon A] vervolgens wel op zijn openbare Facebook-account heeft geplaatst.
Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, stelt verweerder zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt dat dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve aandacht van de Russische autoriteiten stond toen hij Rusland verliet. Wat partijen in dit verband verder naar voren hebben gebracht, hoeft de rechtbank daarom niet te beoordelen.
Politieke activiteiten in Nederland
Eiser voert aan dat hij ook in Nederland heeft deelgenomen aan demonstraties tegen het Russische regime en zich ook in Nederland op social media heeft uitgelaten. In beroep heeft eiser een aantal documenten overlegd ter onderbouwing van zijn (recente) activiteiten in Nederland.
Verweerder betwist niet dat eiser zich een enkele keer negatief heeft uitgelaten in Nederland op social media en dat hij berichten op Facebook heeft geplaatst. Verweerder werpt eiser echter terecht tegen dat hij een zodanig beperkt bereik heeft op social media (in 2024 twee vrienden/connecties), dat niet aannemelijk is dat hij daardoor in de negatieve belangstelling van de Russische autoriteiten is komen te staan. In zoverre heeft verweerder zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Rusland een reëel risico loopt op ernstige schade.
Eiser heeft in beroep ook aangedragen dat hij in Nederland heeft deelgenomen aan demonstraties tegen de machthebbers in Rusland en dat hij tijdens een of meerdere demonstraties heeft gesproken. Dit heeft eiser onderbouwd met enkele verklaringen van [stichting] en enkele foto’s op social media. De verklaring van 6 september 2024 bevat algemene informatie over de situatie in Rusland en daarin wordt gesteld dat eiser risico loopt op vervolging. Uit de meest recente verklaring van [stichting] van 20 juli 2026, waarin overigens niet alleen eisers naam is vermeld maar ook die van ene [persoon B] , volgt dat eiser aanwezig is geweest bij een demonstratie in Nederland tegen de Russische agressie tegen Oekraïne. De rechtbank constateert dat de ingebrachte verklaring weinig concrete informatie bevat. Dit laat onverlet dat het op de weg van verweerder ligt om te beoordelen of deze activiteiten van eiser in Nederland ertoe leiden dat eiser bij terugkeer naar Rusland een reëel risico loopt om te worden vervolgd door de Russische autoriteiten. Hierover heeft verweerder in het bestreden besluit en in beroep namelijk geen onderbouwd standpunt ingenomen. Dit geldt eveneens voor de door eiser uitgesproken vrees voor vervolging als gevolg van het gegeven dat hij in het verleden de Oekraïense nationaliteit heeft gehad, wat bij terugkeer naar Rusland volgens hem tot problemen gaat leiden. Het bestreden besluit kan op deze twee punten geen stand houden. In zoverre slagen de door eiser aangedragen beroepsgronden.
Conclusie en gevolgen
14. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb. Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd die specifiek betrekking hebben op het derde relevante element, zodat de rechtbank daar niet op ingaat.
15. De rechtbank zal niet bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven, omdat verweerder de hiervoor geconstateerde gebreken niet in de beroepsfase heeft hersteld. De rechtbank zal ook niet zelf in de zaak voorzien, omdat het in de eerste plaats aan verweerder is om te beoordelen of de geloofwaardig geachte deelname van eiser aan demonstraties in Nederland en het gegeven dat eiser de Oekraïense nationaliteit heeft gehad, leiden tot een gegronde vrees voor vervolging door de Russische autoriteiten. In dit kader acht de rechtbank toepassing van een bestuurlijke lus niet opportuun. Het is immers aan verweerder om te bepalen hoe hij de geconstateerde gebreken wil herstellen als hij geen aanleiding ziet om de asielaanvraag alsnog in te willigen. Het ligt overigens voor de hand om eiser over zijn politieke activiteiten in Nederland aanvullend te horen en daarbij ook aandacht te besteden aan de gestelde risico’s in verband met zijn vroegere nationaliteit. De rechtbank zal verweerder daarom opdragen om, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser.
16. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten voor zover die zien op het beroep tegen het bestreden besluit. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor de beroepsgronden en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- verklaart het beroep gegrond voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.