ECLI:NL:RBDHA:2026:26037

ECLI:NL:RBDHA:2026:26037

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer NL25.241
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

VA Jemen, beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.241

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),

en

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Eiser heeft op 3 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag).

Bij besluit van 24 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond. Tevens heeft verweerder bepaald dat aan eiser niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend en dat hij geen uitstel van vertrek krijgt. Het bestreden besluit omvat ook een terugkeerbesluit.

Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag is op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede gericht tegen het bestreden besluit.

Eiser heeft op 7 april 2025 en 17 juli 2026 de beroepsgronden ingediend.

Verweerder heeft op 9 juli 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Shehabi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Niet tijdig beslissen

3. Eiser heeft op 3 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Bij het bestreden besluit heeft verweerder alsnog op eisers asielaanvraag beslist. Eiser heeft daarom geen belang meer bij zijn beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaart het beroep in zoverre niet-ontvankelijk.

4. De rechtbank ziet wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met dit beroep heeft gemaakt. De rechtbank overweegt hiertoe dat verweerder niet binnen de voorgeschreven beslistermijn op de asielaanvraag heeft beslist en dat eiser dus terecht beroep heeft ingesteld. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5, omdat de zaak in zoverre van licht gewicht is).

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

6. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Het tweede relevante element, de door eiser ondervonden problemen met de Houthi’s, acht verweerder daarentegen niet geloofwaardig. Verweerder stelt allereerst vast dat eiser dit onderdeel van zijn relaas niet met voldoende documenten heeft onderbouwd. Dit wordt echter niet meer aan eiser tegengeworpen, omdat hij nooit stukken in zijn bezit heeft gehad ter onderbouwing van onder meer de gestelde ontvoering. Eisers verklaringen over zijn gestelde problemen vormen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel. Het valt volgens verweerder niet in te zien dat een belangrijke Houthi-aanhanger eiser heeft geholpen bij zijn ontsnapping. Daar komt bij dat de familie van eiser na zijn vertrek probleemloos in Jemen heeft gewoond, terwijl juist de familiebanden en de positie van familieleden bij de (legitieme) overheid van Jemen mede aanleiding hebben gevormd voor eisers problemen met de Houthi’s. Daarnaast zijn eisers verklaringen over zijn ontsnapping vreemd en niet logisch. Verweerder werpt eiser verder tegen dat hij stelt dat hij uit een zeer welvarende familie afkomstig is, maar deze verklaring niet heeft onderbouwd. Gelet op het voorgaande concludeert verweerder dat eiser niet voldoet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiser kan volgens verweerder op grond van het geloofwaardig geachte element niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Evenmin loopt hij bij terugkeer naar Jemen een reëel risico op ernstige schade. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser daarom afgewezen als ongegrond.

Problemen Houthi’s

7. Eiser betoogt dat verweerder zijn problemen met de Houthi’s ten onrechte en ondeugdelijk gemotiveerd ongeloofwaardig heeft geacht. Daartoe voert eiser aan dat hij zijn asielrelaas op verschillende onderdelen heeft onderbouwd met stukken. Dit heeft verweerder miskend. Daarnaast heeft hij zijn asielrelaas ook met zijn verklaringen aannemelijk gemaakt, aldus eiser.

8. De rechtbank stelt voorop dat verweerder in het voornemen aan het standpunt dat eisers problemen met de Houthi’s ongeloofwaardig zijn onder meer ten grondslag heeft gelegd dat eiser niet heeft onderbouwd dat meerdere familieleden belangrijke functies hebben gehad bij de legitieme overheid van Jemen en dat dit ook niet wordt ondersteund door openbare informatie. Verweerder heeft deze tegenwerping niet gehandhaafd in het bestreden besluit en hij betwist dus niet langer dat familieleden van eiser prominente posities hebben gehad bij de overheid.

9. Verweerder handhaaft daarentegen wel de tegenwerping dat eisers verklaringen over zijn ontvoering, maar bovenal de daaropvolgende ontsnapping onlogisch en vreemd zijn. Eiser heeft hierover verklaard dat hij gedurende een periode van ongeveer vier weken is ontvoerd en dat hij met behulp van een derde, genaamd [bijnaam persoon A] , heeft weten te ontsnappen. Deze [bijnaam persoon A] werkt volgens eiser voor de Houthi’s en zou een oude vriend van eisers vader zijn geweest. Dit zou ook de reden zijn geweest waarom [bijnaam persoon A] eiser heeft geholpen. De rechtbank stelt vast dat verweerders conclusie dat de problemen van eiser met de Houthi’s en zijn ontsnapping ongeloofwaardig zijn in belangrijke mate op deze tegenwerping berust. Het is op zichzelf niet vreemd dat verweerder zich afvraagt waarom [bijnaam persoon A] dit risico zou nemen, maar eiser brengt daar tegenin dat [bijnaam persoon A] (de zoon van) zijn goede en jarenlange vriend, eisers vader, wilde helpen. Dit argument van eiser is niet zonder meer ondeugdelijk; het komt nu eenmaal voor dat vrienden elkaar helpen, ook in situaties waarin dat voor henzelf gevaarlijk is. In beroep heeft eiser nader toegelicht dat [bijnaam persoon A] een bijnaam is en dat deze man eigenlijk [persoon A] heet en voorheen een van de belangrijkste leiders van het Volkscongres was, maar dat hij is overgestapt naar de Houthi’s na de machtsovername in Sana’a. In reactie op verweerders argument dat het vreemd is dat eiser niet diens volledige naam heeft genoemd tijdens het nader gehoor, heeft eiser naar voren gebracht dat deze vriend nu eenmaal [bijnaam persoon A] werd genoemd. In beroep heeft eiser een verklaring met een kopie van het identiteitsbewijs van deze persoon overgelegd, waarin deze bevestigt dat hij eiser heeft helpen ontsnappen. Hiermee heeft eiser dit relevante element nader onderbouwd. Voor zover eiser zijn asielrelaas hiermee volgens verweerder niet alsnog aannemelijk heeft gemaakt, had van verweerder in ieder geval mogen worden verwacht dat verweerder zich had afgevraagd of het in de rede ligt om eiser het voordeel van eventuele twijfel te geven. Eiser heeft verschillende punten van zijn relaas met documenten onderbouwd, waarna verweerder verschillende tegenwerpingen uit het voornemen heeft laten vallen in het bestreden besluit, echter zonder deugdelijk te motiveren waarom eisers verklaringen over Abi Harb en de in beroep overgelegde documenten onvoldoende zijn.

10. Verweerder acht het niet ten onrechte opmerkelijk dat eiser na zijn ontsnapping zonder problemen verschillende controleposten van de Houthi’s kon passeren. De verklaring van eisers gemachtigde ter zitting met de strekking dat de smokkelaar blijkbaar invloed had, is niet zonder meer afdoende. Dat neemt niet weg dat eiser hierover onvoldoende specifiek is bevraagd tijdens het nader gehoor om deze gang van zaken zonder meer aan hem te kunnen tegenwerpen.

11. Verweerder heeft eiser ook tegengeworpen dat zijn thans in Sana’a verblijvende familieleden, onder wie zijn ouders, zich tot op heden kennelijk probleemloos aldaar hebben kunnen handhaven. Dit strookt volgens verweerder niet met de negatieve belangstelling van de Houthi’s waarin eisers familie zou staan. Hier heeft eiser echter een verklaring voor gegeven die niet op voorhand ondeugdelijk is. Zijn ouders zijn oud en worden door de Houthi’s daarom mogelijk niet meer als potentiële tegenstanders gezien. Daarnaast heeft eiser naar voren gebracht dat zijn vader publiekelijk afstand heeft genomen van eisers broer vanwege diens betrokkenheid bij de legitieme overheid. Er was geen reden om ook afstand te nemen van eiser, omdat hij geen overheidsfunctionaris is geweest. Dit lijkt een relevant verschil dat de handelwijze van eisers vader kan verklaren. Verweerder heeft weliswaar opgemerkt dat eiser volgens zijn verklaringen feitelijk eenzelfde risico loopt als zijn broer, maar daarmee is niet gegeven dat het voor eisers vader logisch zou zijn om afstand te nemen van eiser. Er is immers geen functie of andere activiteit van eiser aan te wijzen waarvan zijn vader afstand zou kunnen nemen in een poging de Houthi’s gunstig te stemmen. Verder merkt eiser in dit verband niet ten onrechte op dat hij niet veel invloed heeft op wat zijn vader doet (en van welke zoon hij publiekelijk afstand neemt of juist niet).

12. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan zijn conclusie dat eisers asielrelaas ongeloofwaardig is ook ten grondslag heeft gelegd dat eiser heeft verklaard dat zijn familie zeer welvarend is, maar dat hij dit niet heeft onderbouwd. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd te kennen gegeven dat dit geen dragende tegenwerping is, maar meer een reactie op een opmerking van eiser dat hij niet voor niets is gevlucht. De rechtbank constateert dat eiser tijdens de gehoren in het kader van zijn asielrelaas inderdaad heeft verklaard dat hij vanwege een oprechte vrees uit Jemen is vertrokken en naar Nederland is gereisd. Hier zou geen financieel motief aan ten grondslag hebben gelegen, omdat hij afkomstig is uit een welvarende familie in Jemen. De rechtbank overweegt dat deze verklaringen geen direct verband houden met eisers asielrelaas en dat aan de tegenwerping van verweerder op dit punt, wat daar ook van zij, geen of in ieder geval zeer weinig gewicht toekomt. Dit is ter zitting door verweerder ook niet weersproken.

13. De afwijzing van eisers asielaanvraag stoelt in belangrijke mate op verweerders standpunten dat eisers verklaringen over zijn ontvoering en ontsnapping vaag en onlogisch zijn en dat eisers in Jemen woonachtige familieleden zich probleemloos hebben kunnen handhaven. De rechtbank acht dit standpunt echter onvoldoende onderbouwd, gelet op wat hiervoor is overwogen en de verdere onderbouwing van eisers asielrelaas. Daarmee bedoelt de rechtbank dat verweerder een aantal tegenwerpingen uit het voornemen heeft laten vallen nadat eiser in de zienswijze op verschillende punten met nadere stukken en verklaringen is gekomen. Verweerder betwist bijvoorbeeld niet langer dat meerdere van eisers familieleden een prominente rol hebben gehad binnen de legitieme overheid voordat de Houthi’s in Sana’a aan de macht zijn gekomen. Daar komt bij dat eiser in beroep en ook ter zitting nadere uitleg heeft gegeven over onder meer [bijnaam persoon A] en de wijze waarop hij aan deze onderbouwing is gekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eisers problemen met de Houthi’s ongeloofwaardig zouden zijn. De hiertoe aangedragen beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Omdat het beroep om andere redenen al gegrond is en niet valt uit te sluiten dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen afzienbare tijd een richtinggevende uitspraak zal doen over de algemene veiligheidssituatie in Jemen, ziet de rechtbank aanleiding om wat partijen daarover hebben aangevoerd in deze uitspraak niet te beoordelen.

15. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven, omdat verweerder de geconstateerde gebreken in de beroepsfase niet heeft hersteld. Ook zal de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien, omdat het in de eerste plaats aan verweerder is om de asielaanvraag van eiser opnieuw te beoordelen. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding voor het toepassen van een bestuurlijke lus. Partijen hebben daar niet om gevraagd en er is in dit geval geen reden om aan te nemen toepassing van een bestuurlijke lus zal leiden tot een eerder einde van de asielprocedure. De rechtbank zal verweerder daarom opdragen om, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser. Het staat verweerder vrij om eiser aanvullend te horen over zijn gestelde problemen met de Houthi’s en in het bijzonder over de door eiser in beroep ingebrachte stukken en zijn uitleg over [bijnaam persoon A] . Indien verweerder opnieuw tot de conclusie zou komen dat eisers asielrelaas geen grond vormt om hem een verblijfsvergunning asiel te verlenen, zal verweerder een actuele beoordeling moeten maken van de algemene veiligheidssituatie in Jemen, meer in het bijzonder Sana’a.

16. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van de beroepsgronden tegen het bestreden besluit en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,00 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;

- verklaart het beroep gegrond voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser, met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.335,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Velzen

Griffier

  • mr. B. Tijssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand