ECLI:NL:RBDHA:2026:26048

ECLI:NL:RBDHA:2026:26048

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer NL26.12456
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

AA. Syrië. Idlib. 15c. Beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.12456

geboren op [geboortedatum] ,

van Syrische nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. D. Aygur)

en

(gemachtigde: mr. B.J.W. Immink).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond en heeft daarnaast een terugkeerbesluit naar Syrië opgelegd.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 19 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Ter zitting heeft eiser een aanhoudingsverzoek gedaan. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit Syrië. Hij heeft dat land in 2015 verlaten en is eerst naar Turkije vertrokken. In 2024 is hij in Nederland aangekomen. Eiser heeft zijn land destijds verlaten vanwege de algemene en instabiele situatie en de angst om gerekruteerd te worden voor militaire dienst. Ook speelde een rol dat hij een zweepslag van een IS-lid had gekregen, omdat hij niet bad. Eiser vreest bij terugkeer voor groeperingen als IS. Hij vreest ook omdat hij niet-praktiserend moslim is.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Hij stelt zich daarbij op het standpunt dat niet aannemelijk is gemaakt dat het niet praktiseren van de islam en het incident met een IS-lid leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. Uit landeninformatie is namelijk niet gebleken van vervolging van niet-praktiserende moslims, afvalligen en atheïsten. Verder heeft het incident met een IS-lid meer dan tien jaren geleden plaatsgevonden. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat eiser nog in de belangstelling van deze groepering staat.

Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat in Syrië, en in het gouvernement Idlib in het bijzonder, sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiser brengt geen persoonlijke omstandigheden naar voren die maken dat hij een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van dit willekeurig geweld. In dit verband stelt de minister zich verder op het standpunt dat niet blijkt dat de slechte humanitaire omstandigheden in overwegende mate veroorzaakt zijn door de strijdende partijen in het lopende gewapend conflict in Syrië. Ook is volgens de minister geen sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de humanitaire gronden tegen uitzetting dwingend zijn. Volgens de minister heeft eiser daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM of artikel 15 van de Kwalificatierichtlijn (hierna: 15c-situatie).

Volgens de minister brengt eiser evenmin concrete aanwijzingen naar voren waaruit blijkt dat hij als individu zwaarwegende problemen zal krijgen met radicale moslims of groeperingen. Dit geldt ook voor zijn afkomst uit Idlib.

De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen.

Aanhoudingsverzoek vanwege prejudiciële vragen

5. Eiser betoogt dat de minister zijn verzoek tot aanhouding van de asielaanvraag ten onrechte en zonder motivering heeft afgewezen. Eiser vindt dat de minister in de door de zittingsplaats Roermond gestelde prejudiciële vragen aanleiding had moeten zien om de procedure op te schorten.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Anders dan eiser stelt, heeft de minister dit verzoek gemotiveerd afgewezen. De minister heeft zich in zijn beschikking namelijk op het standpunt gesteld dat het indienen van prejudiciële vragen niet automatisch leidt tot het aanhouden van zaken en dat hij verder ook geen reden ziet om de procedure op te schorten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het door eiser aangevoerde geen aanleiding hoeven zien om de besluitvorming op te schorten.

Niet praktiseren van de islam en het incident met een IS-lid

6. Eiser voert aan dat de minister een onjuiste afweging maakt ten aanzien van zijn vrees vanwege het niet praktiseren van de islam. Uit de omstandigheid dat in het ambtsbericht geen concrete voorbeelden worden genoemd dat atheïsten en afvalligen van de islam om deze reden problemen ervaren, kan niet worden afgeleid dat deze problemen er niet zijn en dat er geen risico op ernstige schade is. In het ambtsbericht staat namelijk ook genoemd dat atheïsten en afvalligen in de praktijk nooit openlijk uitkomen voor hun overtuiging, omdat dit binnen de Syrische samenleving een maatschappelijk taboe is. Eiser wijst daarnaast op het EUAA rapport van juli 2026. Hierin wordt beschreven dat Idlib conservatief is en dat personen die zich niet aan de kledingvoorschriften en de islamitische normen en waarden houden, gevaar lopen. Verder wordt te weinig rekening gehouden met het persoonlijke profiel van eiser en de omstandigheid dat hij eerder negatief in de belangstelling heeft gestaan. Enkel tijdsverloop kan zonder nadere motivering niet leiden tot de conclusie dat het risico volledig is verdwenen. Er zijn namelijk nog wel gewapende en religieus geïnspireerde groeperingen actief die lokaal invloed kunnen uitoefenen. Tot slot hanteert de minister een onjuiste redenering door te overwegen dat eiser geen risico loopt, omdat hij in Nederland ook niet openlijk spreekt over het feit dat hij niet praktiseert. Daarmee wordt feitelijk van eiser verwacht dat hij zijn levenswijze en overtuigingen verborgen houdt om problemen te voorkomen. Dat kan van hem niet worden verlangd.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich op goede gronden op het standpunt dat eiser niet aannemelijk maakt dat hij bij terugkeer naar Syrië een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt vanwege het niet praktiseren van de islam. De minister wijst er terecht op dat niet uit de betrokken landeninformatie blijkt dat niet-praktiserende moslims, zoals eiser, in Syrië worden vervolgd sinds het aantreden van de nieuwe regering. Dit geldt ook voor afvalligen en atheïsten. In het ambtsbericht staat daarover namelijk opgenomen dat het niet praktiseren van de islam in het controlegebied van de overgangsregering doorgaans niet tot problemen met de overgangsregering leidde. De autoriteiten legden over het algemeen geen strikte religieuze regels op. Zij legden bijvoorbeeld geen specifieke islamitische kledingvoorschriften op en zij dwongen moslims niet om te gaan bidden of te vasten. Evenmin is gebleken dat atheïsten en afvalligen van de islam in de verslagperiode problemen ondervonden. Anders dan eiseres betoogt, volgt uit het EUAA rapport ten aanzien van niet-praktiserende moslims geen ander algemeen beeld. Dit geldt ook voor de conservatievere regio Idlib.

De minister concludeert daarnaast op goede gronden dat er geen reden is om aan te nemen dat eiser opnieuw problemen zal krijgen vanwege het eerdere incident met IS. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat er sprake is van een gegronde vrees als een dergelijke situatie zich naar een redelijke mate van waarschijnlijkheid zal voordoen. De minister vindt in dit kader terecht van belang dat het gaat om een incident van meer dan tien jaren geleden. De situatie in Syrië is sindsdien ingrijpend gewijzigd. De minister neemt ook terecht in aanmerking dat eiser geen concrete aanwijzingen naar voren brengt waaruit blijkt dat hij in de negatieve belangstelling staat van IS of problemen zal ondervinden met een gewapende of religieus geïnspireerde groepering.

De rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken dat de minister van eiser verwacht dat hij zijn overtuigingen verborgen houdt en daarmee op dat vlak terughoudendheid van eiser verlangt. In dit verband acht de rechtbank van belang dat eiser heeft verklaard dat hij in naam wel moslim is en in god gelooft, maar dat hij de islam niet praktiseert. Verder heeft eiser verklaard dat hij niet openlijk uit dat hij de islam niet praktiseert en dat hij dat ook niet van plan is te gaan doen. Naar het oordeel van de rechtbank betrekt de minister daarmee de manier waarop eiser uiting geeft aan zijn religieuze overtuiging op een juiste wijze in zijn beoordeling.

Algemene en humanitaire situatie in Syrië

7. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister ten onrechte aanneemt, dat de huidige humanitaire situatie niet in overwegende mate is gerelateerd aan een lopend gewapend conflict. De humanitaire crisis in Syrië kan niet los worden gezien van de langdurige burgeroorlog, de verwoesting van infrastructuur, de instabiele veiligheidssituatie en de blijvende aanwezigheid van verschillende gewapende actoren. Daarnaast heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom de door eiser aangehaalde landeninformatie geen aanleiding geeft tot een andere beoordeling ten aanzien van de gradatie van willekeurig geweld. Eiser loopt bovendien een groter gevaar, omdat hij in Syrië geen familieleden heeft die hem kunnen ondersteunen. Hij heeft daar ook geen huis en heeft niet eerder in Syrië gewerkt en is niet praktiserend moslim.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt dat de meervoudige kamer van deze zittingsplaats heeft geoordeeld dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat in Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak, waarin het gaat om de regio Idlib, tot een ander oordeel te komen.

De rechtbank oordeelt verder dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat humanitaire omstandigheden relevant zijn voor de beoordeling van een 15c-situatie, voor zover deze omstandigheden direct of indirect voortkomen uit het handelen of nalaten van een van de strijdende partijen. De minister stelt op goede gronden dat de humanitaire situatie in Syrië grotendeels is veroorzaakt door de jarenlange oorlog door, economische sancties tegen en de nalatigheid van de voormalige regering-Assad en dat deze niet of slechts in zeer beperkte mate samenhangt met het nog lopende gewapende conflict. Hoewel humanitaire omstandigheden in het algemeen een rol kunnen spelen bij de beoordeling, stelt de minister in lijn met de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 dat de omstandigheden veroorzaakt door een niet-actieve actor in beginsel geen rol spelen bij het bepalen van de gradatie van willekeurig geweld. Naar het oordeel van de rechtbank onderbouwt eiser onvoldoende dat de gestelde ernstige humanitaire omstandigheden in overwegende mate veroorzaakt worden door de nog strijdende partijen, en dat op grond daarvan sprake is van een hoger niveau van willekeurig geweld in de regio Idlib.

De rechtbank oordeelt verder dat de door eiser aangevoerde persoonlijke omstandigheden niet maken dat er, ondanks het relatief lagere niveau van willekeurig geweld, in zijn individuele geval toch sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer als gevolg van willekeurig geweld. Eiser maakt niet aannemelijk dat hij als volwassen man bij terugkeer niet in staat zal zijn om in Syrië een bestaan op te bouwen en dat hij een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld ten opzichte van andere personen in de regio Idlib.

Art. 3 EVRM/ Sufi en Elmi

8. Eiser heeft in het kader van de ernstige humanitaire omstandigheden tot slot gewezen op het arrest Sufi en Elmi.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich deugdelijk en voldoende gemotiveerd op het standpunt stelt dat niet is gebleken dat in Syrië sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de humanitaire gronden tegen uitzetting dwingend zijn. Daarom is geen sprake van een situatie als bedoeld in het arrest Sufi en Elmi.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van zijn asielaanvraag en het terugkeerbesluit in stand blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand