ECLI:NL:RBDHA:2026:26073

ECLI:NL:RBDHA:2026:26073

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer NL25.11092
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Artikel 64 Vw en een terugkeerbesluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eiser niet heeft hoeven horen in bezwaar en het besluit om geen uitstel van vertrek te verlenen in stand kan blijven. De rechtbank komt ook tot het oordeel dat het terugkeerbesluit niet in stand kan blijven, omdat verweerder niet goed heeft uitgelegd dat het voor eiser veilig is om naar Turkije terug te keren. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.11092

(gemachtigde: mr. C. Chen),

en

(gemachtigde: mr. M.F. Aly).

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van verweerder om eiser geen uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Dit besluit is ook een terugkeerbesluit. Eiser is het er niet mee eens dat verweerder geen toepassing geeft aan artikel 64 van de Vw en heeft daarvoor argumenten gegeven. De rechtbank noemt deze argumenten beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden, en ook zelfstandig, beoordeelt de rechtbank of verweerder een goed besluit heeft genomen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eiser niet heeft hoeven horen in bezwaar en het besluit om geen uitstel van vertrek te verlenen in stand kan blijven. De rechtbank komt ook tot het oordeel dat het terugkeerbesluit niet in stand kan blijven, omdat verweerder niet goed heeft uitgelegd dat het voor eiser veilig is om naar Turkije terug te keren. De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. In het besluit van 23 december 2024 heeft verweerder ambtshalve besloten om artikel 64 van de Vw niet toe te passen. Met het bestreden besluit van 10 februari 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 29 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting geschorst en de behandeling van het beroep aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen nog een reactie te geven. Op 2 juli 2026 heeft verweerder gereageerd en op 9 juli 2026 heeft eiser daar weer een reactie op gegeven. De rechtbank heeft vervolgens op 22 juli 2026 het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Wat betrekt de rechtbank in haar beoordeling?

3. Eiser heeft op 23 september 2022 een asielaanvraag ingediend, omdat hij als Gülenist stelt te vrezen voor vervolging. Deze aanvraag is in het besluit van 14 augustus 2024 afgewezen. Daartegen is beroep ingesteld. In de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 juli 2026 is het beroep gegrond verklaard.

Verweerder heeft aan het Bureau Medische Advisering (BMA) advies gevraagd over de medische toestand van eiser. Het BMA heeft op 12 december 2024 advies gegeven. Uit dit advies blijkt dat eiser lijdt aan de volgende medische klachten: somberheid, seksueel obsessieve klachten en een pornografie-verslaving. Dit gaat gepaard met terugtrekgedrag, verminderde zelfzorg, en boosheid waarbij met momenten sprake was van automutilatie (zichzelf tegen het hoofd slaan of met het hoofd tegen de muur bonken). Hij heeft moeite met het zelfstandig uitvoeren van de algemeen dagelijkse levensverrichtingen en hij neigt hij naar het omdraaien van het slaap- en waakritme. Eiser is gediagnosticeerd met een recidiverende depressieve stoornis en een seksuele disfunctiestoornis. Ook is hij mogelijk bekend met ADHD; deze diagnose is uitgesteld. Er is ook een verdenking op een autismespectrumstoornis en op emotieregulatieproblematiek. Eiser wordt hiervoor behandeld. De BMA-arts verwacht geen medische noodsituatie als de behandeling uitblijft. Wel is de voorwaarde aangegeven dat eiser tijdens zijn reis begeleid wordt door een psychiatrisch verpleegkundige en dat eiser zijn medische gegevens meeneemt. Ook is aanbevolen de medicatie tijdens de reis te continueren en voldoende medicatie mee te nemen om de periode van de reis te overbruggen.

Wat staat in het bestreden besluit?

4. Verweerder heeft aan eiser geen uitstel van vertrek verleend als bedoeld in artikel 64 van de Vw. Aan dit besluit heeft verweerder het BMA-advies van 12 december 2024 ten grondslag gelegd. Het besluit is ook een terugkeerbesluit. Het terugkeerbesluit levert volgens verweerder geen strijd op met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Heeft verweerder terecht afgezien van het horen van eiser in bezwaar?

5. Eiser voert aan dat hij ten onrechte niet is gehoord. Op een hoorzitting had hij een toelichting kunnen geven over zijn medische problematiek.

De rechtbank is van oordeel dat de hoorplicht niet is geschonden. Van het horen in bezwaar mag worden afgezien, als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel bestaat over het antwoord op de vraag of de gronden van bezwaar tot een ander besluit kunnen leiden. Gelet op de inhoud van het BMA-advies en omdat eiser in de bezwaarfase geen nieuwe medische informatie en/of een contra-expertise heeft overgelegd over de medische situatie van eiser ten opzichte van de informatie die is meegenomen in het BMA-advies, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien een hoorzitting te houden. Er is ook anderszins niet gebleken van aanknopingspunten die kunnen leiden tot de conclusie dat moet worden getwijfeld aan het BMA-advies. Verweerder mocht gelet hierop afzien van het horen in bezwaar. De enkele stelling van eiser dat hij op een hoorzitting een nadere toelichting had kunnen geven over zijn medische problematiek, leidt niet tot een andere conclusie. De beroepsgrond slaagt niet.

Is het bestreden besluit in overeenstemming met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn ?

6. Het bestreden besluit is ook een terugkeerbesluit. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 17 oktober 2024 in de zaak Ararat en artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn volgt dat verweerder bij het nemen van een terugkeerbesluit verplicht is om het beginsel van non-refoulement te eerbiedigen en rekening te houden met het familie- of gezinsleven. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het arrest Ararat en artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn ook van toepassing is in procedures als in deze zaak. Ook volgt uit het arrest Ararat en rechtspraak van de Afdeling dat als verweerder geen geactualiseerde refoulementbeoordeling heeft gemaakt terwijl het dossier daar wel aanleiding toe geeft, de rechtbank ambtshalve moet nagaan of een mogelijke schending van het beginsel van non-refoulement aan de orde is die een geactualiseerde refoulementbeoordeling noodzakelijk maakt.

De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit geen geactualiseerde refoulementbeoordeling heeft gemaakt, terwijl daar wel aanleiding voor was. Eiser heeft namelijk gesteld dat hij als Gülenist bij terugkeer in Turkije het risico loopt om vervolgd te worden. Door deze beoordeling niet te maken, is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.

Omdat de rechtbank ook ambtshalve moet nagaan of een mogelijke schending van het beginsel van non-refoulement aan de orde is, heeft de rechtbank verweerder om een aanvullend standpunt gevraagd. In zijn reactie van 2 juli 2026 heeft verweerder verwezen naar het voornemen van 4 april 2024 dat in de asielprocedure is uitgebracht, en waarin verweerder heeft beoordeeld dat terugkeer van eiser naar Turkije niet leidt tot een schending van het non-refoulementbeginsel. Deze beoordeling is in het asielbesluit van 14 augustus 2024 overgenomen. Daarnaast wijst verweerder erop dat in onderhavige procedure is beoordeeld dat ook vanuit medisch oogpunt geen sprake is van een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM.

De rechtbank is van oordeel dat met de verwijzing naar het voornemen en asielbesluit onvoldoende is gebleken dat eiser op dit moment geen risico loopt op refoulement als hij naar Turkije moet terugkeren. Daarbij is ook van belang dat het asielbesluit is vernietigd met de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 juli 2026. Verweerder is in die uitspraak opgedragen om opnieuw, met inachtneming van alle relevante informatie, te beoordelen of eiser zijn gegronde vrees voor vervolging aannemelijk heeft gemaakt. Gelet hierop kan het terugkeerbesluit niet in stand blijven en dient verweerder alsnog een geactualiseerde refoulementbeoordeling te maken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen over het risico op refoulement. Dit omdat de rechtbank verweerder beter in staat en beter uitgerust acht om een geactualiseerd onderzoek te verrichten naar het risico op refoulement. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor acht weken.

Omdat eiser geen griffierecht heeft betaald, hoeft verweerder geen griffierecht aan hem te vergoeden.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 10 februari 2025;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.E.L. Grooten, rechter, in aanwezigheid van mr.S.L.L. Rovers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.E.L. Grooten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand