RECHTBANK DEN HAAG
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
[betrokkene] ,
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/710458 / FA RK 26-8067
Datum beschikking: 10 augustus 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 5 augustus 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. K. Moene te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 4 augustus 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 5 augustus 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, [naam] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het goed met haar gaat. Het verblijf in de kliniek vindt zij niet nodig. Betrokkene begrijpt ook niet waarom zij is opgenomen.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek omdat er geen sprake is van een psychiatrische stoornis.
De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat er geen sprake is van een psychiatrische stoornis. Betrokkene is een aantal dagen op de afdeling geobserveerd en de behandelaren hebben geen psychose kunnen vaststellen. Ook zijn de zorgen over de maatschappelijke situatie van betrokkene onderzocht en deze zorgen zijn onterecht. Er is geen grond om betrokkene opgenomen te houden en daarom kan het verzoek worden afgewezen.
Beoordeling
Uit hetgeen ter zitting is besproken leidt de rechtbank af dat er bij betrokkene geen sprake is van een (vermoeden van een) psychiatrische stoornis. De zorgen die er zijn rondom betrokkene waren onterecht. Tijdens de opname zijn er geen psychotische kenmerken waargenomen bij betrokkene. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel niet voldoet aan de wettelijke vereisten en zal het verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.