RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
de minister van Asiel en Migratie
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33410
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2], verzoekers
mede namens hun minderjarige kind [minderjarige], V-nummer: [V-nummer 3]
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
(gemachtigde: mr. I. Kamphuis).
Procesverloop
1. Verzoekers hebben een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 juli 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep van verzoekers met zaaknummer NL25.33409, op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, [naam] als waarnemer van de gemachtigde van verzoekers, A.K. Nyaku als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.33409, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht - Kampman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Diele, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.