RechTbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09-326867-23
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende tussenvonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteland] ,
BRP-adres: [adres] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting 4 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Sleeswijk Visser en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.W. Noorduyn naar voren is gebracht.
Ter terechtzitting is namens de benadeelde partij verschenen mr. T. Farber, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd heeft verklaard daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn
De officier van justitie mr S. Sleeswijk Visser heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een verbod tot het uitoefenen van zijn beroep voor de duur van 5 jaren en een contactverbod met de aangeefster van feit 1 en 3 voor de duur van 2 jaren.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij op of omstreeks 25 januari 2022 te 's-Gravenhage, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, door de borsten van die [benadeelde 1] te betasten;
2hij op of omstreeks 4 maart 2022 te 's-Gravenhage, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde 2] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg hadtoevertrouwd, door de borst van die [benadeelde 2] te betasten;
3hij op of omstreeks 6 november 2023 te 's-Gravenhage, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg hadtoevertrouwd, door de borsten van die [benadeelde 1] te betasten;
3. Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting
Na de sluiting van het onderzoek is in raadkamer gebleken dat de jongste rechter wegens een onvoorziene omstandigheid (een zakelijke relatie in de kring rondom een betrokkene in het dossier) een verschoningsverzoek wil indienen bij de verschoningskamer van de rechtbank Den Haag.
Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst.
Beslissing
De rechtbank,
heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting.
Dit tussenvonnis is gewezen door
mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, voorzitter,
mr. M.R. Aaron, rechter,
mr. J.A. Kramer, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. van Egmond en mr. M.F. van Straaten, griffiers,
uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2026.