ECLI:NL:RBDHA:2026:26263

ECLI:NL:RBDHA:2026:26263

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 09/136528-21 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Niet-ontvankelijkheid OM vanwege vrijspraak in de strafzaak. Geen grondslag voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/136528-21 (ontneming)

Datum uitspraak: 10 september 2026

Vonnis ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

De rechtbank Den Haag heeft op de vordering van het openbaar ministerie en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak ten aanzien van de betrokkene:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

BRP-adres: [adres], [woonplaats] ([land]).

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 12 mei 2026 en 27 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt dat de officier van justitie mr. F.A. Kuipers op de terechtzitting heeft ingenomen en van hetgeen door de betrokkene en zijn raadsvrouw mr. Ö. Saki op de terechtzitting naar voren is gebracht.

2. De inhoud van de vordering

De inleidende schriftelijke vordering van het Openbaar Ministerie strekt ertoe dat de rechtbank het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 75.065,00 en aan de betrokkene de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

3. De grondslag voor ontneming

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de grondslag voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ligt in het eerste lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de grondslag niet kan liggen in het eerste lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, vanwege de bepleite vrijspraak van het strafbare feit waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd.

Oordeel van de rechtbank

De betrokkene is in de strafzaak vrijgesproken. Daarmee is er geen grondslag voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank zal daarom de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

4. De beslissing

De rechtbank:

verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Wieringa, voorzitter,

mr. C.M. Zandbergen, rechter,

mr. W.E. Povel, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. Stevers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. Wieringa
  • mr. C.M. Zandbergen
  • mr. W.E. Povel

Griffier

  • mr. J.E. Stevers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand